Cross-linx mengt klassiek, pop en jazz, maar het mag volgend jaar wel wat gekker

Met je ogen dicht op een tapijtje, zo beleven we neoklassieke muziek het liefst. Cross-linx mengt klassiek, pop en jazz, maar het mag wel iets gekker.

Foto Cross-linx/Armelle van Helden

Backstage in studio 2 van het Muziekgebouw in Amsterdam liggen Perzische tapijtjes op de vloer. Er staan klapstoeltjes, er is een stemmig verlichte vleugel en er zijn zo'n twintig bezoekers die op die kleden en stoelen plaatsnemen; in allerbehoedzaamste stilte, want niemand wil de gewijde sfeer verstoren. Dan vult de Vlaamse klassiek pianist Wouter Dewit de ruimte met tedere piano-arpeggio's. Akkoorden druppelen in de lucht en Dewit vlecht daar flarden van melodieën doorheen. De sereniteit van het moment gebiedt dat we contemplatief voor ons uit staren of onze ogen dichthouden. Wie nu zijn mobieltje checkt, gaat vast naar de hel. Een enkeling mediteert.

Zo beleven we het liefst neoklassieke muziek: in de intieme setting van het onderdeel Music Mining van het Cross-linx festival. Met een klein groepje festivalbezoekers mag je in de catacomben van de muziekzalen proeven van de dwarsverbanden tussen verschillende muziekgenres van aankomend talent. Het Cross-linxfestival, dat op vier dagen in vier steden plaatsvindt, wijdt zich aan muziek die niet in een term als pop, klassiek of jazz te vangen is. Hier hoor je mengvormen van die muziekzuilen.

Inventief

Neoklassiek is zo'n pop-klassiekhybride. Een genre dat voor een groot deel door de zonen van Satie wordt beoefend. Pianisten die je met melodieën in kalme tempi wiegen tot je in zoete mijmering verzinkt. Artiesten als Nils Frahm en de componist Ludovico Einaudi zijn voorgangers en pianist Joep Beving, een van de meest gestreamde artiesten in het genre en nu met een contract van Deutsche Grammophon op zak, is de Nederlandse posterboy.

In het Bimhuis zitten de bezoekers bij gebrek aan stoeltjes ook in de gangpaden. Maar Beving kiest niet voor dat overmatig behaagzuchtige dat neoklassiek aankleeft. Samen met cellist Maarten Vos, die ook de elektronica verzorgt, en met het vocaal ensemble Capella Amsterdam gaat hij een stap verder. Beving laat met elektronische loops golven van geluid aanzwellen en wegebben waarop Capella lange lettergrepen laat drijven. Het heeft nog dat gedragen trage, maar klinkt inventiever dan dat overbekende neoklassieke vocabulaire.

Ook avontuurlijk: Het Duitse strijkerskwintet Wooden Elephant dat een ingedikte bewerking speelt van Björks klassieke album Homogenic. Het gejaagde ritme van Hunter komt nu van op snaren stuiterende strijkstokken en Björks smachtende romantiek is vertaald naar een lyrische viool. Wat dissonanten hier en daar, een zingend wijnglas en een zoemende kazoo zorgen voor onverwachte wendingen.

En wie denkt dat fanfares alleen maar goed zijn voor van feestvreugde overlopende hoempa, moet luisteren naar Neo-Fanfare 9x13. Het kleurrijke zootje ongeregeld trekt bitterzoete melancholie uit zijn toeters.

De gelegenheidsformatie van het Amerikaanse elektrokwintet Poliça en het internationale indie-klassiek ensemble Stargaze bewijst dat 'lekker in het gehoor' en 'spannend' elkaar niet uitsluiten. De folky stem van zangeres Channy Leaneagh wordt ondersteund door een kleurrijke weelde van blazers en strijkers die een onverwachte zachtmoedige power blijken te hebben. Het collectief krijgt zelfs een soort technogroove als het een eigenzinnige versie speelt van Steve Reichs Music For Pieces Of Wood.

Braaf

Maar iets aan veelzijdigheid en avontuur heeft het festival, dat sinds 2001 bestaat, wel ingeboet. Dat komt omdat de nadruk nu ligt op de neoklassieke muziek van jongens en meisjes die mooi, maar ook braaf spelen. Een mengeling van genres is dan niet altijd een verrijking van het aanbod.

En door simpelweg een orkest achter een bandje te plaatsen, kom je er niet. Het Belgische Hooverphonic speelde zijn weelderige filmmuziek, ergens tussen James Bond en Nouvelle Vague in, geruggesteund door het Residentie Orkest. Prachtig melodieus maar niet bepaald happening of avant-garde. Bassist Alex Callier legde onbedoelde de vinger op de zere plek toen hij zijn eigen band aanprees met: 'Misschien heeft u vandaag al genoeg arty-farty muziek gehoord. Hier hoort u nog echte melodieën.' Je wou dat er wat meer arty-farty op Cross-linx was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.