Critici in China krijgen wel wat voor elkaar

CHINA Op vele manieren wordt China van binnenuit hervormd, vooral door de middenklasse. Als we ons niet verdiepen in de kansen die dit biedt, gooien we op termijn onze eigen glazen in.

Het rommelt in China. Dissidenten worden opgepakt en binnen de Communistische Partij woedt een felle machtsstrijd, waarbij toppolitici plots van het toneel verdwijnen. Staat China aan het begin van een revolutie?

De verwikkelingen rondom de Chinese dissident Chen Guangcheng gaan maar door. Net is bekend geworden dat hij China het liefst wil ontvluchten, en wel samen met Hillary Clinton, die er net op officieel bezoek is. Chen lijkt niet de enige te zijn die in de problemen is geraakt, want zondagnacht pakte China een van zijn bekendste dissidenten opnieuw op. De arrestatie van mensenrechtenactivist Hu Jia volgde op de geslaagde vluchtpoging van Chen, die amper een week geleden onder de ogen van zijn bewakers uit huisarrest wist te ontsnappen en protectie vond in de Amerikaanse ambassade.

Tegelijkertijd neemt de politieke thriller rond Bo Xilai, prominent van de Communistische Partij die plotsklaps van het politieke toneel werd verwijderd, keer op keer een nieuwe wending aan. De in ongenade gevallen conservatieve politicus wordt in verband gebracht met moord, afluisterpraktijken en sinds kort het wegsluizen van tientallen miljoenen euro's naar buitenlandse rekeningen. Staat China aan de vooravond van een Chinese lente, zoals de Amerikaanse senator John McCain onlangs suggereerde volgens The New York Times? Zijn mening staat symbool voor velen van ons.

De huidige ontwikkelingen zijn jammerlijk voor China. Maar het is vele malen jammerlijker dat deze ons tot de conclusie brengen dat China een pure dictatuur is. Het Westerse beeld van China als een autocratisch regime dat op omvallen staat, is feitelijk onjuist. Velen menen dat China de afgelopen dertig jaar economische hervormingen heeft doorgevoerd zonder enige vorm van politieke hervormingen. Iedereen die naar China reist, ziet echter een land dat vergeleken met de periode van Mao economisch en maatschappelijk gezien ongelooflijk complex is geworden. Als tegenover deze complexiteit geen politieke pluriformiteit had gestaan, had China al lang geleden een revolutie of Chinese lente gekend, zoals vandaag de dag in Syrië, Libië en Egypte.

Onze perceptie van China is problematisch vanwege vele redenen. Vooraleerst vervreemden wij degenen van ons die het politieke verschil kunnen maken. Sinds de economische hervormingen zijn begonnen in 1978 is er in China een middenklasse ontstaan die goed is opgeleid (vaak aan gerenommeerde buitenlandse universiteiten als Harvard, Cambridge en Yale), weet hoe je aan betrouwbare informatie komt en belangrijker, die in toenemende mate politiek actief is. Het is de Chinese middenklasse die in het Volkscongres - het nationale parlement - actief wetsvoorstellen schrijft, indient en herziet, lobbyt voor nieuw beleid en maatschappelijke misstanden aan de kaak stelt.

Het is ook deze groep van mondige intellectuelen, journalisten en juristen die gedaan kreeg dat arbitraire detentie en deportatie van boerenmigranten ongrondwettelijk werd verklaard op basis van artikel 75 van de Chinese grondwet. Dit is bijna tien jaar geleden. Sindsdien zijn er vele gevallen waarbij het systeem van binnenuit werd hervormd, of dit nu ging om een voorstel voor onafhankelijke kiescommissies bij de dorpsverkiezingen, het beschermen van individuele eigendomsrechten tegenover de staat (lees: ter voorkoming van gedwongen onteigening) of het opzetten van rechtswinkels die draaien op vrijwilligers (lees: universitair docenten, advocaten, en studenten) bij arbeidsrechtelijke- en vakbondskwesties. Toch zien wij dit potentieel voor politieke verandering niet. Evenmin geven wij deze kritische veranderaars een mensenrechtentulp of een Sacharovprijs.

Nog jammerlijker is het dat er in het politieke debat nauwelijks over China wordt gesproken. Als er al over wordt gesproken, dan gaat het steevast over de mensenrechten. Het is een feit dat de mensenrechten problematisch zijn in China, maar het is niet de enige kwestie waar Nederland zich op zou moeten richten. Kamerleden en politici hebben het nooit over de opkomst van China, noch wat dit voor ons kan betekenen in economisch, sociaal en politiek opzicht. Dit is een houding waarmee Nederland uiteindelijk zijn eigen glazen ingooit, omdat het ertoe leidt dat wij kansen verliezen om met China samen te werken op vlakken die ertoe doen én met de mensen die het verschil kunnen maken.

PETER HO

is hoogleraar Chinese economie en ontwikkeling in Leiden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden