Crisis

Op 14 april 2009 luidde de kop boven de column van Martin Bril op de voorpagina van de Volkskrant: ‘euro 26.000.’ Bril schreef over het bericht dat volgens de accountants van PriceWaterhouseCoopers (PWC) de gemiddelde Nederlander door de kredietcrisis al 26 duizend euro had verloren....

Het was een van Martin Brils laatste columns. Op 15 april schreef hij ‘Rolstoel’, op 16 april ‘Vrouwentranen’ en op 17 april ‘Boosheid’. Op 22 april overleed hij. Zijn overlijden was een uitroepteken bij de alom heersende stemming: misère, alles verdwijnt, alles stort in.

Het was veel, die kwart ton. Het bevestigde onze bangste vermoedens. Een paar keer te vaak was in de crisisbespiegelingen verwezen naar de jaren dertig van de vorige eeuw – en daar had je ze al.

De voorspelling laat de macht van optimisme én pessimisme zien. ‘Niets’, luidt het aforisme van Niels Bohr, ‘is moeilijker dan voorspellen, zeker waar het de toekomst betreft.’ Maar de voorspelling heeft macht, door de overtuigingskracht van de ziener en louter door voorspelling te zijn.

Wij houden van voorspellingen, wij geloven er maar al te graag in, of ze nu glorie of doem betreffen. De voorspelling kan ons moed geven, maar ons ook schrik aanjagen. Hij is sterk, de voorspelling. Zo sterk, dat hij zichzelf waar kan maken, alleen al omdat we geloven dat hij waar zal blijken te zijn. Nergens weten ze dat beter dan in Amerika. Daar wordt het optimisme ingezet als economische strategie. Voedt het optimisme en je voedt het herstel. Niet altijd realistisch, maar het werkt wel.

Wij denken daar anders over. Bij ons heersen de strenge wetten van het calvinistische denken. Wij maken dingen niet mooier dan ze zijn. We schilderen ze liever nog wat donkerder af. Wij weten dat het leven niet meevalt, en meestal tegen.

Onze leiders schetsten ons een crisis in de zwartste termen. Balkenende sprak van vreselijke stormen waartegenin wij moesten fietsen. Draconische bezuinigingen hingen ons boven het hoofd. Het licht ging uit, de broekriem moest aangetrokken, niets zou ooit nog hetzelfde zijn. Ik dacht weleens dat Balkenende en Bos een zeker genoegen schepten in hun onheilstijdingen. Klaagden ze in politiek Den Haag niet al jaren over de verwende burger? Welnu, met die burger zou de crisis genadeloos afrekenen. En daar kwam die 26 duizend euro mooi bij van pas. Hadden ze het niet gezegd, twee maanden eerder? Gruwelijke cijfers, 3,5 procent krimp, werkloosheid naar 10 procent, begrotingstekort 5,5 procent. Als zweepslagen daalden ze neer op de volgevreten burger met zijn drie vakanties per jaar en zijn plasmascherm.

Voorbij, o, en voorgoed voorbij!

Premier Balkenende sprak in de beste bijbelse termen van de ‘beproeving’ die ons stond te wachten. De tien plagen van Egypte over ons.

Michael Zeeman, die andere Volkskrant-grootheid die in 2009 veel te jong overleed, schreef diezelfde maand het volgende: ‘Wat de crisis ook aan werklozen zal gaan opleveren, sociologen en journalisten gaan uitdagende tijden tegemoet.’ Zeeman zag een ontwrichte samenleving – hij, de zoon van een dominee, voelde maar al te goed de onheilszwangere profetieën van de premier aan en kon zich erin vinden.

Maar waar was, in de maanden daarna, de crisis die ons was voorgespiegeld? Konden we er nog een beetje op rekenen dat de rampspoed die ons was aangezegd zich ook daadwerkelijk zou voltrekken, of hoe zat dat? Waar was die fokking crisis? Of moest-ie nog steeds in volle hevigheid losbarsten?

De economen spreken alweer van groei in 2010.

Zeker, mensen hebben hun baan verloren, de Volkskrant heeft veel advertenties verloren en Wouter Bos heeft miljarden verloren – hij moet althans nog maar zien dat hij het geld dat hij heeft uitgegeven om de banken te redden terugkrijgt.

Alle economische parameters zeiden: het is crisis. Maar toch moest je goed kijken om hem te zien.

Ik zag hem afgelopen zomer aan het strand van Marotta, in de Italiaanse Marken. Het strand was leeg, je kon overal je auto kwijt. De strandtenthouder klaagde steen en been. Maar een strandclub vol lege ligbedden, is dat crisis? En dan nog: dit was Italië. Daar was het altijd een beetje crisis. Het strandrestaurant in Bergen aan Zee zat avond aan avond bommetjevol.

Misschien allemaal dankzij het beleid van Balkenende en Bos; zou kunnen, wie zal het zeggen?

Hoewel we er volgens PWC vast en zeker nog veel meer op achteruit zijn gegaan dan de 26 duizend euro van april, is het gevoel van Bril gebleven. Martin Bril, ook gereformeerd maar minder van de apocalyps dan Michael Zeeman. Hij sloot zijn column die 14de april af met: ‘Of de accountants stonden op deze schitterende Paasdag tegen de wind in te pissen, of we worden sinds het begin van de crisis belazerd.’

tekst Bert Wagendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden