Crisisvoedsel werd spannend product

Ooit stopte de soepman zijn product in blik. Maar dat werd niks. Sinds hij glas heeft ontdekt, gaat het voor de wind en wordt Kleinste Soepfabriek haars ondanks steeds groter.

'Als ik mijn vriendin 's nachts wakker maak voor wat soep, eet ze het daadwerkelijk op. Als je mij wakker maakt voor een kopje, krijg je een dreun. Sterker nog: ik ben al jaren vegetariër. Niet dat ik de runderbouillon uitspuug - ik ben geen sommelier. Maar als ik meer dan een lepeltje eet, krijg ik last van mijn maag.' Aan het woord: Michel Jansen. De 50-jarige eigenaar van de 'Kleinste Soepfabriek' van Nederland.


Geen wonder dat je de kleinste bent, zou je zeggen, maar schijn bedriegt. Want het gaat goed met Kleinste Soepfabriek. In een groot kantoor op een bedrijventerrein in Leek, Groningen, laat Jansen zijn computerscherm zien. 'Ik ben toevallig bezig om van alle logo's het woordje de voor Kleinste Soepfabriek weg te halen. Dat is iets juridisch, want we zijn wel erg grote stappen aan het nemen de laatste tijd.' Zo groeide Kleinste Soepfabriek in 2012 met bijna 60 procent. En ook dit jaar is er alweer een groei van 39 procent, aldus Jansen. Er worden zo'n vierduizend glazen potten soep per dag gemaakt in de Groningse fabriek.


Bij de voordeur van de fabriek is gelijk te zien waar een deel van die groei vandaan komt. Er zijn logo's in drie talen. Als Jansen even later wordt gebeld, drukt hij het gesprek weg. 'Kleinste Soepfabriek, Fabbrica del Gusto, Smallest Soupfactory, inspreken na de pieptoon.' Ongeveer twintig procent van de omzet wordt in het buitenland verdiend.


'Misschien is soep ook wel een beetje crisisvoedsel', zegt Jansen. 'Maar de voornaamste reden van de groei', zo geeft hij toe, 'is de toenemende populariteit van biologisch eten.' Alle soepen van Kleinste Soepfabriek - inmiddels 46 smaken - zijn biologisch.


Jansen: 'Ik ben van de jaren tachtig, dus het rapport van Rome en de vorige crisis zitten er diep in bij mij.' De Groninger draagt een witte labjas. Zijn blauwe haarnetje - verplicht in de keukens van zijn fabriek - ligt naast hem op tafel. 'Toen ik van school kwam wilde ik iets doen wat er toe deed. Ik wilde iets veranderen. Ik was alleen niet stevig genoeg om kinderen te redden uit de prostitutie of om de armoede aan te pakken, dus toen ben ik op een biologische markt gaan werken. Op die manier kwam ik in het biowereldje terecht en dat wereldje groeide met mij mee. Vroeger was bio smerig, maar nu is bio een begrip.'


Basis

Op de biologische markt waar Jansen werkte, verkocht iemand vlees van biologische hennen. Omdat het hem stak dat er niets met de restproducten gebeurde, besloot hij daarvan bouillon te trekken. 'Daar ligt de basis van deze fabriek', geeft hij toe. Hij wijst met zijn handen naar de ruimte om zich heen. 'Ik ben niet als een onderneming begonnen. Ik had nooit verwacht hiermee winst te maken. Het begon als restverwerking. Ik had tien biologische hennen waarmee ik iets moest. Dat werd een potje soep.'


En juist dat slachtafval maakt van soep zo'n spannend product, vindt Jansen. 'Je gebruikt vlees dat anders ongebruikt zou blijven. Maar ook de andere producten zijn verantwoord. Ik geloof dat we jaarlijks 372 duizend kilo biologische grondstoffen verwerken. Dat is toch mooi? Elke onbesproeide vierkante meter blijft behouden voor het nageslacht. Dat blijft vruchtbare aarde.'


De eerste soep die Jansen verkocht, zat in blik. Vanuit een stalen kast pakt hij zes vergeelde blikken. 'Dit is mijn universiteit geweest.' Hij wijst naar een blik kippensoep. 'Alle fouten die je maar kunt maken, zitten hierin opgestapeld. Zie jij wat dit is? Is het nou kippenvoer? Of soep? Kun je het je voorstellen? Ik heb hier ruim acht jaar aan gewerkt en er tachtigduizend gulden mee verloren.'


Bevrijding

Om die financiële klap op te vangen, trad Jansen in loondienst bij een callcenter. Zijn target van tachtig gesprekken per dag haalde hij nauwelijks, dus na vijf jaar zei zijn teamleider: doe iedereen en vooral jezelf een plezier en ga weer met die soep aan de slag. Je hebt het nergens anders over.'


'Een paar weken later, op 5 mei 2005, ben ik echt begonnen. Het was Bevrijdingsdag en zo voelde het ook. Eindelijk was ik bevrijd van die baan. Eindelijk kon ik weer soep maken.' Dankzij een financiële injectie van zijn vriendin kon hij bij een bekende boer uit Noordbroek een ruimte huren. 'Hij wilde zijn kippen- en runderbotten kwijt, en ik wilde soep maken. Dat was de start.'


In plaats van blik stopte Jansen zijn soep ditmaal in glazen potten. Een gouden zet, zo bleek, want de vraag nam snel toe. Van 400 potjes per dag, naar 900, naar 4.000.


'In 2006 was mijn jaaromzet 150 duizend euro, dat is nu mijn maandomzet', zegt Jansen lachend. 'De smaak was goed, de potten waren goed, en ik profiteerde van de groei op de biologische voedselmarkt. Als Boer Arkema geen kippen meer had, kon ik toch genoeg slachtafval krijgen. De biologische runderbotten lagen bij wijze van spreken voor het oprapen.'


Acht jaar later zijn de soepen van Kleinste Soepfabriek te koop op ruim 200 verkoopadressen, verspreid door heel Nederland. Van natuurwinkels als de Ekoplaza tot het streekassortiment van de Jumbo. 'Als ik tijd heb, loop ik de Jumbo wel eens in. Ik sta dan bij het soepvak als een schrijver die stiekem in de boekwinkel kijkt wie zijn boek doorbladert.'


Er zijn in Nederland zeven soepfabrikanten, waarvan Kleinste Soepfabriek inderdaad de kleinste is. 'Wij maken vierduizend potten per dag, Unox zit tegen de 400 duizend aan', zegt Jansen.


Vooral de laatste jaren neemt de verleiding toe om verder te groeien. 'We zijn succesvol, maar mijn ondernemersvrijheid is mij meer waard dan een grote klant. Ik heb de luxe om dat te zeggen, want ik heb financiële ademruimte, maar ik ben er trots op dat wij de enige Nederlandse soepfabriek zijn die nog steeds bouillon trekt. Straks moet hier iemand de ketel in om er 400 kilo kip uit te scheppen. Dat is fysiek zwaar en duur, maar ook lekker.' Een potje soep van Kleinste Soepfabriek, goed voor ongeveer drie kommetjes, kost 4,50 euro.


'De naam van dit bedrijf helpt mij. Ik heb een opdracht in de naam gelegd. Ik wil geen Unox worden. Zoals ik net al zei: ik ben niet begonnen met het idee om winst te maken. Het draait hier om iets anders.' Popelend staat Jansen op. 'Kom, ik laat je de keuken zien.'


Bedrijf

Kleinste Soepfabriek


Waar

Leek


Sinds

2005


Aantal werknemers

4


Jaaromzet

1,6 miljoen euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden