essay

Crisis verandert de wereld. En dat hoeft niet per se slecht te zijn

null Beeld Jip van den Toorn
Beeld Jip van den Toorn

Ja, we leven in moeilijke tijden, schrijft Europa-redacteur Peter Giesen. Maar dat is nog geen reden om te wanhopen. Want het hóéft niet verkeerd af te lopen. Juist grote crises brengen vaak echte verandering teweeg, en mogelijk zelfs verbetering.

Peter Giesen

Waarschijnlijk stond de wereld nooit dichter bij de totale vernietiging dan in 1962, toen de Verenigde Staten dreigden met militair ingrijpen vanwege de plaatsing van Russische kernraketten op Cuba. In zijn boek De afgrond memoreert de Britse journalist Max Hastings hoezeer de Cubacrisis een intense angst veroorzaakte in een middelbareschoolklas in Kent. ‘Een van de mooiste meisjes van de klas, Gillian, verklaarde dat als de ondergang dreigde, zij en haar vriendinnen van plan waren hun laatste momenten op aarde door te brengen in het gezelschap van een paar bofkonten van jongens’, schrijft hij. Dat was een dramatische uitspraak in 1962, toen de seksuele revolutie nog moest beginnen en maagdelijkheid onder tieners de norm was, aldus Hastings.

In het jaar 2022 voelden we de grond onder onze voeten schuiven in een polycrisis: stikstof, woningbouw, jeugdzorg, bestuurscultuur, nepnieuws, Oekraïne, klimaat. Maar is het niet altijd crisis geweest? Ik ben geboren in 1959 en heb geen actieve herinnering aan de Cubacrisis, maar de andere crises van de afgelopen decennia staan me nog helder voor de geest: de islamistische aanslagen van 2015, de migratiecrisis uit datzelfde jaar, de eurocrisis van 2009, de financiële crisis van 2008, de ‘opstand der burgers’ na de moord op Pim Fortuyn in 2002, de aanslagen van 11 september, de economische crisis van de jaren tachtig, de zure regen, de energiecrisis en het no future van de jaren zeventig. Voor mijn geboorte was het zeker niet beter: de Suezcrisis van 1956, de blokkade van Berlijn in 1948, de Tweede Wereldoorlog en de Grote Depressie van de jaren dertig.

null Beeld Jip van den Toorn
Beeld Jip van den Toorn

Een klassieke Nederlandse crisis was het verlies van Indië aan het einde van de jaren veertig. ‘Indië verloren, rampspoed geboren’ was een gevleugelde kreet. Nederlanders waren opgegroeid met de gedachte dat onze nationale glorie onverbrekelijk verbonden was met Indië. De befaamde sociaal-democratische econoom Jan Tinbergen becijferde in de jaren veertig dat 14 procent van onze welvaart verbonden was met Indië. Het cijfer werd dankbaar gebruikt door de conservatieve katholieke politicus Charles Welter, die Indië wilde behouden. ‘Voor de kleine man betekenen die 14 procent zijn bioscoopje, zijn biertje, een nieuwe fiets, een nieuwe mantel voor zijn vrouw. Alles wat het leven waard maakt geleefd te worden zit juist in die 14 procent.’

Toen Indië in opstand kwam, reageerde Nederland zoals het altijd gedaan had: met geweld. Maar de wereld bleek veranderd. De Indiërs lieten zich niet meer zo gemakkelijk knechten. Mondiaal deelden de Amerikanen voortaan de lakens uit en vanwege hun geschiedenis hadden zij een hekel aan het kolonialisme. Zij dwongen Nederland de onafhankelijkheid van het nieuwe Indonesië te aanvaarden, op straffe van uitsluiting van Marshallhulp.

Het verlies van Indië laat ook zien dat de toekomst open is. Door de Amerikaanse pressie bleef Nederland een slepende koloniale oorlog bespaard die zijn historische schuld alleen maar groter zou hebben gemaakt. Nederland stortte niet in, zoals gevreesd, maar vond een nieuwe identiteit als lid van de Navo en de Europese gemeenschap en werd rijker dan ooit tevoren.

Europa moet volwassen worden

Ook de huidige polycrisis zet ons wereldbeeld op losse schroeven. Het neoliberalisme dat na 1989 zo dominant werd, stuit op zijn grenzen. Door de oorlog in Oekraïne is Europa zich bewust geworden van zijn kwetsbaarheid in een wereld waarin de geopolitieke spanningen toenemen en waarin minder vanzelfsprekend dan voorheen op de Verenigde Staten kan worden vertrouwd. Stiekem wisten we het al lang, maar we voelden ons zo prettig in een wereld waarin de VS het geweld voor hun rekening namen terwijl wij konden doen wat we het liefste doen, handel drijven. Nu zal Europa volwassen moeten worden, in een duur en moeilijk proces met onzekere afloop.

Daaronder ligt het fundament van de klimaatcrisis die het menselijk leven op aarde onmogelijk dreigt te maken. Natuurlijk wisten we allang dat onze manier van leven de aarde uitput. In 1972 constateerde de Club van Rome dat belangrijke grondstoffen opraken door overvloedige consumptie. De Arabische olieboycot van 1973 leek een voorproefje van een nieuw tijdperk waarin schaarste zou regeren. Op 1 december 1973 hield premier Den Uyl een memorabele toespraak voor de televisie: ‘Wij moeten met elkaar beseffen dat wij niet kunnen voortgaan met het verbruik van beperkte voorraden brandstoffen en grondstoffen, zoals wij in de laatste kwarteeuw gedaan hebben. Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis niet terug. Wij zullen ons blijvend moeten instellen op een levensgedrag met een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie. Daardoor zal ons bestaan veranderen. Bepaalde uitzichten vallen daardoor weg. Maar ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden.’

null Beeld Jip van den Toorn
Beeld Jip van den Toorn

Het was een dramatische oproep, die snel vergeten werd toen de olieprijzen weer begonnen te dalen en het feest van de consumptie uitbundiger werd dan ooit. Maar in 2022 klinken de woorden van Den Uyl weer verrassend actueel. Toch zullen de meeste hedendaagse leiders, en zeker premier Rutte, terugdeinzen voor een beroep op burgers om hun levensstijl te matigen. Voorlopig zetten zij liever in op technische innovaties, zodat het leven gewoon door kan gaan, maar dan met elektrische auto’s en warmtepompen. Het is een illusie, schrijft de Duitse journalist Ulrike Hermann in haar dit jaar verschenen boek Das Ende des Kapitalismus. Het klimaat is maar op één manier te redden, schrijft zij, door consumptie te rantsoeneren, net als de Britse regering deed bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939.

Crisis is inherent aan maatschappelijke ontwikkeling. Iedereen wordt gevormd door de waarden en tradities waarmee hij opgroeit. Ze zijn ons zo vertrouwd dat onze identiteit ermee verbonden is. Maar dan gebeurt er iets schokkends, waardoor we merken dat onze oude ideeën niet meer bij de wereld passen. Het is crisis!

‘De crisis bestaat precies uit het feit dat het oude sterft en het nieuwe niet geboren kan worden; in dit interregnum doen zich de meest uiteenlopende morbide verschijnselen voor’, luidt de klassieke crisisdefinitie van de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci uit 1930.

Gramsci wist waarover hij het had. Hij was de ideoloog van de communistische partij van Italië, die allerminst afkerig was van straatgeweld. In 1926 werd hij gevangengezet door de fascistische dictator Benito Mussolini. In de gevangenis ging zijn gezondheid achteruit. Zijn tanden vielen uit, zijn darmen verdroegen geen vast voedsel meer, hij spuwde bloed en leed aan zulke ernstige hoofdpijnen dat hij met zijn hoofd tegen de muur van zijn cel bonkte.

De geschiedenis is een waarschuwing. Er is geen grens aan wat mensen elkaar kunnen aandoen, zoals de oorlog in Oekraïne weer laat zien.

Inspiratie uit het verleden

Maar de geschiedenis biedt ook inspiratie. Het is aan ons om de ‘morbide verschijnselen’ waarover Gramsci sprak te overwinnen. Morele vooruitgang is mogelijk: de afschaffing van de slavernij, de invoering van de democratie, de internationale samenwerking na de Tweede Wereldoorlog, de opbouw van de verzorgingsstaat, de emancipatie van vrouwen, de toenemende aandacht voor dierenrechten.

De geschiedenis is open, schreef de historicus Patrick Dassen in zijn vorig jaar verschenen boek De Weimarrepubliek. In de jaren twintig bevond Duitsland zich in een permanente crisis. De oorlog was verloren, de als hardvochtig ervaren Vrede van Versailles speelde het nationalisme in de kaart, het land werd geplaagd door opstanden, revoluties, politieke moorden en hyperinflatie.

Net als tegenwoordig leken feiten er soms weinig toe te doen. Na de Eerste Wereldoorlog werd in conservatieve nationalistische kringen de ‘dolkstootlegende’ gepropageerd. De oorlog was niet verloren door verlies op het slagveld, maar door verraad van binnenuit, door socialisten, communisten en Joden. Onderdeel van deze samenzweringstheorie was het verhaal dat Joodse soldaten in de oorlog massaal hun snor zouden hebben gedrukt. Terwijl de ‘echte’ Duitsers crepeerden aan het front, hadden Joden voor zichzelf een makkelijk baantje achter de linies geregeld.

In 1932 presenteerde de veteranenorganisatie Reichsbund Jüdischer Frontsoldaten (RJF) een Gedenkbuch waarin deze mythe werd ontzenuwd: tussen Joden en andere Duitsers bestonden geen verschillen wat betreft inzet aan het front en aantal gesneuvelde soldaten. Over deze bevindingen werd uitgebreid gerapporteerd in de pers. Het maakte niets uit: korte tijd later kwam Hitler aan de macht.

Als het vertrouwen in de gevestigde orde ontbreekt, geloven sommige mensen wat ze willen geloven. Hitler had geen Twitter nodig om zijn aanhangers te laten geloven in de meest vergezochte samenzweringstheorieën.

Vaak wordt de Weimarrepubliek beschreven als het voorspel voor het Derde Rijk, maar Dassen laat zien dat het ook anders had kunnen lopen. De republiek werd niet alleen aangevallen door nazi’s, communisten en conservatieve nationalisten, maar ook verdedigd door socialisten en liberalen, door de mensen die massaal demonstreerden tegen een nieuwe oorlog en van Erich Maria Remarques roman Im Westen nichts Neues een bestseller maakten.

Uiteindelijk was de Grote Depressie, die in 1929 begon, van beslissende betekenis. De werkloosheid liep op tot 25 procent en gaf Hitler een kans. Toch was hij nooit aan de macht gekomen als de conservatieve nationalistische elite hem niet had geholpen. President Hindenburg maakte Hitler in 1933 rijkskanselier, hoewel de nationaal-socialisten geen meerderheid bij de verkiezingen hadden behaald.

null Beeld Jip van den Toorn
Beeld Jip van den Toorn

In een epiloog trekt Dassen een parallel met het heden, iets waartoe historici zich zelden laten verleiden. Ondanks alle verschillen ziet hij ten minste één belangrijke overeenkomst met het heden: de manier waarop de conservatieve elite in de Verenigde Staten de macht gaf aan een populistische demagoog, Donald Trump. De Republikeinen wilden Trump gebruiken om hun eigen agenda door te voeren: belastingverlaging, de benoeming van conservatieve rechters in het Hooggerechtshof en uiteraard de bescherming van hun eigen positie. Zij hadden de illusie Trump te kunnen gebruiken, zoals de Duitse elite meende Hitler te kunnen controleren. Dassens boek is een oproep tot waakzaamheid, maar ook tot handelen. De democratie is kwetsbaar, altijd en overal, en daarom moeten we haar beschermen.

‘Optimisme is een plicht’

De Britse filosoof Karl Popper, voor de nazi’s uit Oostenrijk gevlucht, noemde optimisme een morele plicht. Ondanks alles moeten we optimistisch zijn, schreef hij in zijn boek All Life is Problem Solving: ‘Alleen vanuit dat standpunt kan iemand actief zijn en doen wat hij kan. Als je een pessimist bent, heb je het opgegeven.’

Op talloze manieren kan het verkeerd met ons aflopen. ‘Zoals wij allen sterven, zal de mensheid waarschijnlijk ook sterven’, zei Popper in een interview met Der Spiegel. ‘Maar het heeft geen zin om over zulke dingen te praten of zelfs maar te denken. We hebben misschien nog wel duizenden jaren te gaan.’ In de tussentijd moeten we ons best doen, aldus Popper. ‘Onze basishouding moet niet zijn: ‘wat zal er gebeuren’, maar ‘wat moeten we doen om de wereld een beetje beter te maken – zelfs als we weten dat toekomstige generaties alles misschien weer slechter maken?’’

Popper is nog altijd een goede gids door de crisis. De toekomst is open. Zij opent onvoorzienbare, maar moreel heel verschillende mogelijkheden. Een crisis kan de mensheid op een verschrikkelijke manier laten ontsporen, maar ook de opmaat vormen naar een betere wereld. Het is aan ons om de geschiedenis de goede kant op te duwen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden