Crisis slaat het hardst toe onder jongeren

De OESO, de club van rijke landen, heeft in zijn tweejaarlijkse publicatie Society at a Glance in honderden statistieken vastgelegd wat de crisis heeft aangericht. Vooral jongeren zijn de klos.

Treft zo'n crisis ouderen, vrouwen en kinderen het hardst?

Integendeel. Het zijn de jongeren die de tol betalen.


Vrouwen hebben gemiddeld genomen tijdens de crisis relatief een betere positie op de arbeidsmarkt gekregen. De werkloosheid onder vrouwen steeg in de OESO-landen ongeveer 2,5 procentpunt, onder mannen aanzienlijk sneller: 3,5 procentpunt. Slechts in enkele landen verliezen de vrouwen relatief positie aan de mannen: Luxemburg, Ierland, Turkije.


Voor ouderen en kinderen is niet werkgelegenheid, maar inkomen bepalend. Onder ouderen nam armoede (relatieve armoede, dus in vergelijking tot de rest van het land) vaak spectaculair af. In Estland: 23 procent minder arme ouderen. In Nieuw-Zeeland 11 procent, in Spanje 8 procent. Ook in Nederland was er een daling van armoe onder ouderen, al was die nauwelijks waarneembaar.


Onder kinderen tot 17 jaar is het beeld verdeeld: in de helft van de landen neemt de armoede toe (in Nederland zeer licht), in de andere helft daalt de armoede.


Maar de jongeren (tot 25 jaar) zijn overal de klos. De werkloosheid onder jongeren steeg in de OESO-landen drie keer zo snel als die onder 25-plussers. In Tsjechië en Israël kwam de hele stijging van de werkloosheid voor rekening van de jongeren. In Nederland was het minder erg, maar ook hier steeg de werkloosheid onder jongeren het hardst. Gevolg: de armoede onder Nederlandse jongeren steeg flink: rond 3,5 procent.


Een grote dreiging voor jongeren is een bestaan als 'neet': Not in Employment, Education or Training, oftewel niets omhanden. Eind 2012 was 13 procent van de OESO-jongeren neet, in Turkije 30 procent. In Nederland 'slechts' 6 procent.


Vergroot de crisis inkomensverschillen?

Gemiddeld genomen niet. De meest gebruikte indicator voor inkomensongelijkheid, de gini-coëfficiënt, is in de jaren 2007 tot 2010 niet veranderd. Recentere cijfers heeft OESO niet.


De verschillen in ontwikkeling tussen landen zijn groot. In Nederland is de ongelijkheid in die drie jaar licht afgenomen. Het CBS meldt overigens dat in 2012 de ongelijkheid weer iets is toegenomen.


In IJsland nam de inkomensongelijkheid (die toch al laag was) sterk af. In Spanje, waar ongelijkheid toch al hoog was, nam die juist sterk toe.


Schokt zo'n crisis het vertrouwen?

In landen waar de crisis de zwaarste offers heeft geëist is ook het vertrouwen in de overheid het hardst geschokt. Van de Grieken vertrouwde 40 procent zijn regering; nu nog slechts 14 procent.


Nederlanders hebben nog steeds veel vertrouwen in hun overheid, ondanks alle gemopper. Maar het is wel minder geworden. Vóór 2007 zei 70 procent vertrouwen te hebben in de regering; na vijf jaar crisis is dat nog altijd 61 procent. Van de jongeren zelfs nog meer.


Het vertrouwen in banken en financiële instituties kreeg hardere klappen. Slechts in enkele landen kreeg het vertrouwen in de banken een hardere knauw dan in Nederland. Dat waren vooral landen die ongemeen hard werden getroffen door de financiële crisis: Ierland, Spanje, Portugal. En de Verenigde Staten, waar natuurlijk nooit iemand had gedroomd dat een instituut als Lehman Brothers zomaar kon omvallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden