media inmarokko

Crisis rond Ceuta? Marokkaans persbureau gaat pas schrijven ‘als regering positie heeft bepaald’

Hoe gaan de Marokkaanse media om met de trek naar Ceuta? Het persbureau wacht af, een weekblad is kritisch, ziet correspondent Dion Mebius.

Een Marokkaanse jongen die de grens is overgekomen naar de Spaanse enclave Ceuta wordt door Spaanse soldaten overeind geholpen.  Beeld REUTERS
Een Marokkaanse jongen die de grens is overgekomen naar de Spaanse enclave Ceuta wordt door Spaanse soldaten overeind geholpen.Beeld REUTERS

Negenduizend Marokkanen die zwemmend of per rubberboot de Spaanse enclave Ceuta overrompelden. Wat zich vorige week aan de Spaans-Marokkaanse grens in Afrika voltrok, was niets minder dan de grootste diplomatieke crisis tussen Spanje en Marokko in bijna twintig jaar. En dus pakte de Marokkaanse versie van persbureau ANP groots uit met… niets,

Helemaal niets publiceerde MAP, zoals het nationale persbureau van Marokko heet, in de eerste drie dagen over de migrantentrek naar Ceuta. De stilte was zo oorverdovend dat andere Marokkaanse media vragen begonnen te stellen. Maak je niet zo druk, reageerde de MAP-directeur op dag twee, toen Spanje het leger al had ingezet: die crisis loopt niet weg. Zijn persbureau zou haar berichtgeving starten ‘als de regering haar positie heeft bepaald’.

Het was een achteloos zinnetje, dat niettemin alles zegt over het medialandschap in Marokko. Eén dat grotendeels bestaat uit media die de officiële lezing overpennen en/of direct gelieerd zijn aan het machtige koninklijk huis. De ‘eigen’ media zijn een manier voor de makhzen, zoals de macht in Marokko heet, om haar mening te delen zonder dat meteen per persbericht te doen. Het biedt journalisten vaak het enige (troebele) zicht op het ware Marokkaanse standpunt. Kremlin-watchen, maar dan in Rabat.

Kritische geluiden

Er zijn ook kritischere media, zoals TelQuel, het Franstalige weekblad dat uitleg eiste van persbureau MAP. TelQuel durfde kanttekeningen te plaatsen bij de manier waarop Marokko haar eigen onderdanen niet tegenhield of zelfs aanmoedigde om naar Ceuta te zwemmen, en zo als pionnen gebruikte om Spanje schaakmat te zetten. Eén man overleed; een baby kon net van de verdrinkingsdood worden gered door de Spaanse politie. Het getuigde van weinig interesse ‘in het leven en de waardigheid van Marokkaanse burgers’, schreef TelQuel.

Ook een medium als TelQuel weet dat er grenzen zijn. Die overschrijden kan het einde van je krant of blad betekenen, leert de recente geschiedenis van de media in Marokko. Het Arabischtalige zusterblad van TelQuel, Nichane, moest in 2010 noodgedwongen stoppen na een boycot van adverteerders. Een jaar eerder had de Marokkaanse regering al 100 duizend exemplaren van Nichane laten vernietigen om de publicatie van een opiniepeiling over koning Mohammed VI, ook al stelde 91 procent van de ondervraagden tevreden te zijn. De koning stel je niet ter discussie.

Verraad van Spanje

MAP heeft van zulke ingrepen geen last. Na drie dagen verbrak de directeur van de persdienst zijn zwijgen. Dat deed hij meteen goed, met ronkende woorden over het ‘verraad’ van Spanje, dat sinds half april een staatsvijand van Marokko laat behandelen in een Spaans ziekenhuis.

Deze vijand, Brahim Ghali, is de leider van Polisario, een guerrillabeweging die naar de onafhankelijkheid streeft van de door Marokko bezette Westelijke Sahara. En dan doen ‘onze Iberische vrienden’ nu, foeterde de MAP-directeur, alsof hun neus bloedt? ‘Belachelijk!’

Andere makhzen-gezinde media beschuldigden Spanje van neokoloniaal gedrag door zich te bemoeien met het conflict in de Westelijke Sahara, een voormalig kolonie van Spanje. ‘Sánchez zet het masker van Franco op’, kopte het medium Le360 over de Spaanse premier.

Maar wat de afgelopen dagen vooral opviel, waren de harde woorden die niet via een doorgeefluik, maar rechtstreeks door de Marokkaanse regering werden opgediend. ‘Spanje moet weten dat de prijs voor het in diskrediet brengen van Marokko hoog is’, schreef bijvoorbeeld Mustapha Ramid, een Marokkaanse minister, op zijn eigen Facebook-pagina.

Dat daar geen makhzen-watcher voor nodig is, dat is wat in dit conflict echt zorgen baart.

Dion Mebius is correspondent in Madrid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden