Crisis in de Arabische wereld is nog maar net begonnen

Het gaat niet om democratie in het Midden-Oosten, maar om de rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran.

Al zijn de militaire gebeurtenissen in Libië nog zo dramatisch, de onrust in het Midden-Oosten is nog maar net begonnen. Amerikaanse beleidsmakers zijn een beetje verwend door de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte, twee landen waar sprake is van relatief stabiele instituties, burgerorganisaties en een middenklasse. Daarnaast zijn het eeuwenoude bolwerken van beschaving waar al sinds de oudheid een of andere staatsvorm heeft bestaan. Elders in de regio is de situatie schimmiger: daar zal de staat aanzienlijk zwakker worden met het verdwijnen van tirannen. De echte vuurproef moet nog komen, Libië is pas het voorprogramma.


De VS zijn een democratie, maar ook een gevestigde macht waarvan de positie in de wereld afhankelijk is van het voortbestaan van de status quo. In het Midden-Oosten is die status-quo onhoudbaar geworden omdat de bevolking daar niet meer bevreesd is voor hun heersers. Geen enkel land blijft buiten schot. Zelfs in Syrië, met zijn gevreesde geheime diensten, vinden overal demonstraties plaats en worden demonstranten doodgeschoten. De enige manier om de vrede tussen rivaliserende sektarische en etnische groeperingen en andere belangengroepen te bewaren, is het invoeren van enigerlei vorm van democratische vertegenwoordiging, maar aan een anarchistische quasi-democratie heeft niemand iets. Dan kunnen andere groepen naar voren komen, en die konden wel eens bepaald non-liberaal zijn.


Hoe het Libië ook vergaat, het is niet per se de gangmaker van het Midden-Oosten. De 'groene beweging' in Iran weet best dat westerse mogendheden in het geval van een volksopstand geen bombardementen op Iran zullen uitvoeren, dus is het onduidelijk welke boodschap we de regio nu voorhouden. Buiten Iran, met uitzondering van Syrië en Libië zelf, zijn de VS op korte termijn niet gebaat bij democratische opstanden in de regio.


Jemen is niet alleen strategisch gelegen aan de Golf van Aden, maar is ook de demografische kern van het Arabisch schiereiland en een toevluchtsoord voor Al Qaida en raakt dus directer aan Amerikaanse belangen dan Libië. Ook Jemen heeft een lang zittende heerser, Ali Abdoellah Saleh, die op demonstranten laat schieten. De bevolking van Jemen is de zwaarst bewapende ter wereld met bijna vier keer zoveel vuurwapens als inwoners. Het grondwater raakt er in hoog tempo op en het merendeel van de bevolking is rond de 17 jaar. En dan hebben we het nog niet eens over de geografische, politieke en sektarische scheidslijnen in dit uitgestrekte, bergachtige land. Hoe slecht Saleh Jemen ook heeft geregeerd, met zijn vertrek zal de chaos alleen maar toenemen. De berichtgeving op Al Jazeera kan helpen een dergelijk regime omver te werpen, maar kan niet helpen bij het vormen van een nieuwe regering.


Aan de andere kant van het Arabisch schiereiland, in Jordanië, zal koning Abdoellah zich onder democratische druk gedwongen zien om de islamisten en de Palestijnen in de steden meer invloed te geven. Het tijdperk van een betrouwbaar, prowesters Jordanië dat in vrede leeft met Israël zou wel eens eindig kunnen blijken. Bahrein glijdt inmiddels misschien af naar een burgeroorlog. De sjiieten daar koesteren gerechtvaardigde grieven tegen de heersende soennitische koninklijke familie, maar hun streven speelt wel Iran in de kaart.


Jemen, Jordanië, Irak, Bahrein en de overige Golfstaten zijn stuk voor stuk belangrijker dan Libië, want zij vormen het directe buitenland dat van kritiek belang is voor Saoedi-Arabië. In een tijd waarin centrale overheden in het gehele Midden-Oosten zwakker worden, is de hamvraag voor de VS welk regime het het langst volhoudt: dat in Saoedi-Arabië of dat in Iran. Als de Saoedische monarchie volhardender blijkt, houden de VS aan dit proces van onrust een groot strategisch voordeel over. Als echter de theocratie in Iran het sterkst blijkt, zal dat de fundamentele teloorgang van de Amerikaanse invloed in het Midden-Oosten inluiden.


Je kunt van het Saoedische koningshuis veel zeggen, maar wie of wat zou hun plaats moeten innemen? Een geloofwaardige opvolger is nergens te bekennen. De jeugd van Saoedi-Arabië, waarvan 40 procent werkloos is, wordt steeds onrustiger en de harmonie binnen de koninklijke familie vertoont scheurtjes nu de huidige leiders plaatsmaken voor een nieuwe generatie. En in een gesloten politiek systeem voorspelt een verdeelde elite nooit veel goeds. Inderdaad waren er in 2009 massale anti-regeringsdemonstraties in Iran en meer recent bescheidener protesten, maar de oppositie is er verdeeld en het regime beschikt over diverse gevestigde machtscentra, waardoor een 'onthoofdingsstrategie' bijzonder weinig kans van slagen heeft. Misschien valt de familie Saoed wel eerder dan de moellahs, en een simplistische roep om democratie in Saoedi-Arabië vergroot die kans alleen maar.


Democratie hoort bij de Amerikaanse identiteit en dus heeft Amerika baat bij een wereld met meer democratieën. Dat is echter geen reden voor zelfbedrog met grootse historische oogmerken of om bredere belangen uit het oog te verliezen. Juist omdat zo'n groot deel van het Midden-Oosten in opschudding is, moeten de VS niet verstrikt raken in de interne aangelegenheden van de regio, maar hun kruit droog houden voor toekomstige crises die wellicht belangrijker zijn dan die van nu.


Het belangrijkste middel ter bevordering van de nationale veiligheid is de tijd die de belangrijkste beleidsmakers aan een probleem kunnen besteden en daarbij is iedere afleiding uit den boze. De oorlogen in Afghanistan en Irak, de labiele situatie in Pakistan, Iran dat haast maakt om een kernmacht te worden en een mogelijk militair antwoord van Israël daarop - het zijn allemaal enorme problemen die nog niet zijn opgelost. En dan heb ik het nog niet eens over de groeiende macht van de Chinese marine en de voortdurende pogingen van Peking tot finlandisering van Oost-Azië.


Laten we onszelf niets wijsmaken. In het buitenlandbeleid zijn alle morele kwesties in feite machtskwesties. In de jaren negentig heeft Amerika twee keer ingegrepen op de Balkan, maar alleen omdat Milosevic geen kernwapens had. Dat gold niet voor de Russen die Tsjetsjenië konden verwoesten zonder dat de VS erover piekerden om tussenbeide te komen. Op dit moment hebben de Amerikaanse belangen niet te lijden onder hulp aan de belegerde Libische rebellen, dus komen de VS daar op voor de mensenrechten. De belegerde sjiieten in Bahrein of de demonstranten in Jemen te hulp schieten zou echter belangrijke bondgenoten ondermijnen, dus doen de VS niets als daar demonstranten worden doodgeschoten.


Dat je niet overal kunt helpen, betekent natuurlijk niet dat je nergens kunt helpen. President Obama vaart wat dat betreft een redelijke middenkoers. Het was verstandig van hem om de acties in Libië uit te stellen totdat de Arabische Liga, de VN-Veiligheidsraad, Frankrijk en Groot-Brittannië het plan volledig steunden, en ook nog de militaire acties en doelen te beperken. Hij wil niet dat Libië nog jarenlang een blok aan het been van de VS blijft. Obama is niet zwak, zoals sommigen denken; hij is juist slim. Net als voormalig president George H.W. Bush ten tijde van de ineenstorting van de Sovjet-Unie voelt hij aan dat wanneer de geschiedenis in beweging komt door krachten die de onze overstijgen, het raadzaam is om je er zo min mogelijk mee te bemoeien om geen onbedoelde gevolgen over je af te roepen.


Toen de Berlijnse muur viel, was de grote meevaller dat de Sovjettroepen niet ingrepen. De meevaller waarop de Amerikanen nu moeten hopen, is dat de Saoedische monarchie niet verzwakt, want dan komen vitale Amerikaanse belangen in het geding. Zolang het huidige regime in Iran aan de macht blijft, kunnen de VS de protesten in Riyad maar beter niet aanmoedigen.


Op de achtergrond van het huidige drama in het Midden-Oosten doemt de schaduw van het opkomende China op. China is geen 'verantwoordelijke aandeelhouder' in het internationale systeem, wat het volgens de VS wel zou moeten zijn - China lift gewoon lekker mee. Amerika voert oorlog in Afghanistan, waardoor het veilig genoeg is voor China om er mineralen en metalen te winnen. Amerika heeft Irak bevrijd, waardoor Chinese bedrijven er olie kunnen oppompen. Nu voert Amerika strijd tegen Libië, waardoor er minder aandacht overblijft voor het westelijk deel van de Stille Zuidzee - het wereldcentrum van economische activiteiten en scheepvaart - waarover China uiteindelijk de scepter wil zwaaien.


De oer-realistische benadering is natuurlijk dat Amerika geheel afziet van een moreel verhaal en zich alleen maar richt op de engere belangen in het Midden-Oosten. Het probleem daarbij is echter dat dan anderen wel met een moreel verhaal komen, met name Al Qaida, dat er garen bij spint dat de dictators in de regio moeten vechten om te overleven. Amerika zal echter met een goed verhaal moeten komen, een verhaal dat de nadruk legt op de noodzaak van politieke en maatschappelijke hervormingen, niet op het omverwerpen van regimes.


Orde is beter dan wanorde. Denk aan wat er in Irak is gebeurd sinds Saddam Hoessein is afgezet. De VS zouden niet graag zien dat het recente verleden van Irak een voorproefje is van de toekomst van de hele regio.


Vertaling: Leo Reijnen.


Robert D. Kaplan is senior fellow bij het Center for a New American Security, en correspondent voor de Atlantic Monthly. Onlangs verscheen van zijn hand Monsoon: the Indian Ocean and the Future of American Power.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden