Crisis in CDA maakt einde aan oude traditie

De loyaliteit van christen-democraten in het zuiden aan de Haagse partijcentrale was altijd spreekwoordelijk. Volgens Pieter Gerrit Kroeger en Jaap Stam wijst de openlijke rebellie van de zuidelijke CDA'ers daarom op een diepe crisis over de koers tussen top en basis....

HET zal de voorzitter van het CDA, Hans Helgers, pijn doen hoe hij zijn naderend afscheid moet ondergaan. De partij die ontstond door de opstand van de basis tegen de top rebelleert opnieuw. Was in 1975 Wij horen bij elkaar de leuze van de rebellen, nu klinkt er iets dat lijkt op Zij horen niet bij ons. Voorzitter Hedley Binderhagel van CDA-Brabant heeft het liefst dat de partijtop op vakantie wordt gestuurd in campagnetijd, CDJA-voorzitter Teus Jan Vlot stapt verontwaardigd op tijdens de partijraad en Limburgs voorzitter Leon Frissen eist een zelfstandige positie. Dit werd meteen opgepikt door de Gelderse afdeling. En dan liep ook nog de regie rond de opvolging van Helgers uit de hand door geruchten over een veto over een Brabantse kandidaat. Het CDA is nog steeds in de greep van de verwarring die de partij sinds de val van Elco Brinkman in 1994 beheerst.

De troebelen in het CDA hebben kenmerken die voorheen afwezig bleven, hoe hoog de zeeën ook gingen. Meest opvallend is de neiging in het zuiden van het land om zich niet alleen in stijl of idioom, maar ook in organisatie en koers af te zetten tegen de Haagse partijcentrale. Eensgezindheid was juist voor de zuidelijke kaders een waarde op zich, het gedrag van dissidenten of loyalisten werd daar niet op prijs gesteld. Was de Haagse elite uit tactische overwegingen inschikkelijk dan kreeg zij dit op haar spreekbeurten in het land voor de kiezen. 'Mijn oren tuiten nog', zei oud-partijsecretaris Ries Smits daarover. Dat het nú juist de zuidelijke afdelingen zijn die rebelleren en bereid zijn zich van de centrale partijkoers te verwijderen is een buitengewoon signaal.

Een tweede opmerkelijk kenmerk van de crisis in het CDA is de openheid waarmee kritiek wordt geuit. Het zijn geen familieruzies meer waarin men elkaar intern de oren wast maar elke buitenstaander de deur wijst die meent een duit in het zakje te moeten doen. De verdediging van mensen die van buiten het soort kritiek krijgen dat in 'familiekring' net zo goed leeft, is verdwenen. In 1983 was kritiek op de krampachtige leiding van fractieleider Bert de Vries een reden te meer vierkant achter hem te gaan staan met het parool: 'Hij is een gereformeerde hark, maar wel ónze hark.'

In 1993 was fluisterende kritiek op fractieleider Elco Brinkman reden zijn lijsttrekkerschap vervroegd te bevestigen. Zelfs in 1995 en 1996 werd met grote regelmaat de positie van fractieleider Enneüs Heerma naar buiten toe bevestigd. Zo vaak dat het tegen hem ging werken; het effect waarvoor Brinkman had gewaarschuwd rond zijn eigen vervroegde aanwijzing als lijsttrekker.

Met de ongezouten en openlijke kritiek op de partijtop heeft het CDA gebroken met zijn familietraditie. Na vier jaar verwarring is in het CDA het respect voor de leiding en het taboe op harde publieke kritiek verdwenen. De waarschuwing van Jan de Koning dat met het afserveren van Elco Brinkman in 1994 de verdeeldheid binnen de club werd gebracht bij gebrek aan een alternatief en bij gebrek aan respect voor de inzet van de lijsttrekker, blijkt terecht te zijn geweest.

De zuidelijke rebellie wordt gevoed door een electoraal probleem en een koersprobleem. Al sinds 1977 wijkt de trend in Limburg af van die van het CDA bij nationale verkiezingen. Won het CDA dan bleef de winst in Limburg achter, verloor het CDA een beetje dan ging het daar hard. Dit jaar duikelde het CDA in het hele zuiden dieper dan ooit. De partij domineert die provincies niet langer en ziet na de laatste Kamerverkiezingen ook geen mogelijkheid om deze trend op korte termijn te keren. Aanpassing aan een nationale strategie heeft het zuidelijk CDA vooral zetels gekost.

Toen in 1970-1971 de partijtoppen van ARP, CHU en KVP christen-democratische eenwording in de regio afremden, liepen de kiezers massaal weg. In 1974-1975 was daardoor de samenhang bij de partijtoppen zoek en gingen de regionale kaders hun eigen gang. De kiezers beloonden dat vooral in de gemeenten en provincies waar de samenwerking had geresulteerd in één CDA-lijst. De opstand van het kader tegen de verdeelde leiding was eind 1975 een feit. De actie Wij horen bij elkaar dwong de fusie van de drie partijen af.

De huidige ontwikkeling lijkt op die van 1974-1975. Met dit verschil dat toen door het werk van bouwpastoor Piet Steenkamp aan een nieuwe christen-democratische beweging een alternatief voor de koers van de oude drie partijen voorhanden was. De huidige rebellie moet zo'n perspectief ontberen. Immers, het uiten van frustraties over gebrek aan aandacht van de landelijke politiek voor regionale problemen is geen vernieuwende boodschap.

Het koersprobleem van de zuidelijke provincies is onderdeel van hun electorale dilemma. Het CDA verliest in het zuiden sterk aan de VVD, kiezers die het niet herwint met betogen over een gebrek aan sociaal gezicht van de paarse coalitie. Hoe waar dat ook is, overstekers naar de liberalen geven juist aan dat dát aspect hen niet erg bedrukt. Goede initiatieven als de samenwerking met GroenLinks en de vakbonden om het armoedevraagstuk aan te pakken zijn voor VVD-gezinde kiezers geen reden om het CDA weer op te zoeken.

De tragiek van het huidige CDA is de ongerichtheid van woorden en daden. Regie en strategie zijn afwezig of verkrampt en defensief. De bedoeling van de partijtop wordt niet begrepen door de achterban omdat zij elkaars drijfveren en prestaties niet meer vertrouwen. Het gemak waarmee partijvoorzitter Helgers de Limburgse opstelling naar zich toe dacht te halen door het pluriforme van de identiteit als een pluspunt voor de regionale campagnes te etaleren liet dit zien. Het gaat CDA-Limburg niet om wat meer zachte g's en hoempapa-muziek in de campagne, het gaat om iets fundamenteels: het vertrouwen in de koers van de eigen club.

Oud-premier Dries van Agt zei onlangs dat zijn partij binnen twee jaar gereed moet zijn om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Het leek of hij de val van Paars voorop zette. Maar zijn boodschap was een andere: hij riep het CDA op eindelijk orde op zaken te stellen omdat het anders binnen twee jaar geen serieuze partner meer zou zijn. Van Agts woorden werden aan dovemansoren gericht. De CDA-campagne voor de Statenverkiezingen van 3 maart 1999 zal beheerst blijven door de interne verdeelheid. Niet het eigen profiel of alternatieven voor zwalkend Paars zullen het nieuws maken, maar de kloof tussen de regio en de top.

Kiezers, en zeker potentiële CDA-kiezers, overtuig je niet met verdeeldheid en procedureel gehakketak. Bij een nieuwe stembusnederlaag verliest de politieke leiding nog meer gezag. Valt de uitslag in Brabant en Limburg mee, dan treft dit de partijtop. Verliest het CDA in het zuiden even zwaar als elders dan wordt dit de top even hard aangewreven. Ook voor Jaap de Hoop Scheffer is het aftellen begonnen.

Pieter Gerrit Kroeger en Jaap Stam schreven De Rogge staat er dun bij. Macht en verval van het CDA 1974-1998, dat onlangs is verschenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden