Crisis in Arabische wereld sluit vrede uit

Zolang de Arabische wereld in crisis verkeert, is vrede met Israël op basis van het ontwerpvredesverdrag, de Geneefse Akkoorden, een illusie, concludeert Leon de Winter....

Als Jimmy Carter op eigen gelegenheid in Moskou een verdrag zou sluiten met de leiders van het verzet tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan, nadat hun besprekingen waren gesponsord door Rusland en de EU, dan is de kans vrij klein dat Bush en Powell zouden staan dansen van vreugde. Vermoedelijk zouden zij met ijzige kilte het verdrag door de plee trekken en opmerken dat Carter een ambteloos burger is en dat zijn semi-officiële pogingen om de buitenlandse politiek van de VS te beïnvloeden door de Logan Act wordt verboden.

Jossi Beilin, oud-minister van Justitie in Israël en nu ambteloos burger, heeft zich door dergelijke overwegingen niet laten weerhouden. Hij heeft met zijn 'counterpart' Abed Rabbo, de voormalige minister van Informatie van de Palestijnse Autoriteit, een ontwerp van een mogelijk vredesverdrag vastgesteld: de Geneefse Akkoorden.

De essentiële paragraaf van de Geneefse Akkoorden is tot nu toe in de media onderbelicht gebleven, en het is daarom van belang om die hier onverkort weer te geven: 'Israël en Palestina zullen met hun buren en de internationale gemeenschap samenwerken om een veilig en stabiel Midden-Oosten te bouwen, dat vrij is van massavernietigingswapens, zowel conventionele en niet-conventionele, in het kader van een alomvattende, duurzame en stabiele vrede, die wordt gekenmerkt door verzoening, goodwill, en de verwerping van het gebruik van geweld.'

De werkelijkheid van het Midden-Oosten staat in brutaal contrast tot deze paragraaf. Wat niet wil zeggen dat de droom van een vredige regio begraven moet worden. Maar er is momenteel geen enkele ontwikkeling waarneembaar die het allereerste begin van een open gesprek tussen Israël en zijn buren zou kunnen inluiden. Niets. De relaties van Israël met Egypte en Jordanië, waarmee het vredesverdragen heeft gesloten, staan ver af van behoorlijk nabuurschap naar modern Europees voorbeeld. Maar als Israël dergelijke relaties met al zijn buren zou hebben, zou er al een kolossale stap vooruit zijn gezet. Die stap is echter ondenkbaar. En dat komt doordat een stabiel en veilig Midden-Oosten niet kan ontstaan zolang de Arabisch-islamitische wereld gekenmerkt wordt door de eindeloze en pijnlijke crises die al twee eeuwen lang de zoektocht van de islamitische culturen naar moderniteit en reformatie bemoeilijken – vanaf de dag waarop Napoleon met zijn achteloos makkelijke verovering van Egypte het trotse Arabische zelfbeeld tot in zijn diepste tribale ziel vernederde.

Het is ondenkbaar dat Egypte, Saudi-Arabië, Jordanië, Syrië en Libanon zich in de komende decennia kunnen bevrijden van de economische, sociale, religieuze, culturele en demografische problemen die hun infrastructuren en overheidsinstituten op hun knieën hebben gedwongen en momenteel tot gevaarlijke pre-revolutionaire situaties leiden. Zonder zware overheidsrepressie kan geen enkel Arabisch regime overleven. De meerderheid van de Arabisch-islamitische volken is jonger dan dertig jaar, en voor al die jonge mensen bestaat er geen hoop op een redelijk leven met welvaart, bestaanszekerheid en onafhankelijke rechterlijke macht.

Het wil maar niet tot de linksliberale intelligentsia in Europa doordringen, maar de Arabische wereld staat op exploderen. De omvang van de crises zal de komende jaren de poten van de bestaande Arabische hiërarchieën breken en tot grote calamiteiten leiden. Democratisering heeft geen zin: de toenemende fundamentalisering van de Arabische samenlevingen zou bij vrije verkiezingen in elk Arabisch land islamitische extremisten aan de macht helpen die nog veel scherper dan de huidige machthebbers de confrontatie met Israël en het Westen zouden zoeken.

En daarbij blijft het niet: omdat Europa wenst weg te kijken en het probleem pathetisch ontkent, zal in de naaste toekomst Iran over een shi'itisch atoomwapen beschikken dat vervolgens door Saudi-Arabië moet worden gecompenseerd met een soennitisch atoomwapen. De regionale aartsvijand Egypte zal dan niet bij Saudi-Arabië kunnen achterblijven, waarna ook Libië, dat sinds zijn ontstaan een gespannen relatie onderhoudt met buurland Egypte, een atoombom zal ontwikkelen. En over wat er kan gebeuren als het grootse Amerikaanse experiment in Irak mislukt, blijft elk woord in de keel steken: geen nachtmerrie kan die rampen verbeelden.

Te midden van deze man made hel bevindt zich het piepkleine landje Israël. Geen licht onder de volkeren, zoals de ethisch bevlogen vroege zionisten ooit bedoeld hebben, maar een redelijk functionerende samenleving met een redelijk verantwoordelijke overheid, goede scholen en voetbalhooligans. Het landje zou zonder problemen in Spanje of Italië passen. Met dezelfde mediterrane uitbundigheid, corruptie, felheid, slordigheid, hartstocht.

Maar Israël grenst niet aan Catalonië of Calabrië. Het ligt in de frontlinie van een bittere strijd met furieuze, zelfoverschattende, vernederde, zelfhatende, machtswellustige culturen die geobsedeerd worden door de gedachte dat de macht en rijkdommen van het Westen hen op duivelse wijze ontstolen zijn. Het wil maar niet tot de links-liberale intelligentsia in Europa doordringen, maar veel Arabieren zinnen op wraak voor wat hun in de koloniale en postkoloniale tijd is aangedaan, voor hun armoede en achterstand, voor hun rottende steden en sloppenwijken, voor hun corruptie en machtsmisbruik, voor het uitblijven van de aardse beloningen voor een godvrezend bestaan, voor de machteloosheid van hun profeet en zijn God. In de verblindende waanzin van hun geloof en haat blazen zij zichzelf met toevallige voorbijgangers op. Al deze ellende, die alleen door een Dante kan worden beschreven, spitst zich toe in de Israëlisch-Palestijnse tragedie.

Wie geloof wil hechten aan de gedachte van 'een stabiel en veilig Midden-Oosten en een alomvattende, duurzame en stabiele vrede', moet over een lenige verbeelding beschikken. Abed Rabbo, Beilins Palestijnse gesprekspartner, beweert dat hij iets dergelijks ontbeert. In een tv-gesprek op Al Jazeera van 17 november 2000 zegt Rabbo over de directe en na

bije toekomst van de bezette gebieden het volgende: 'Er bestaat bijna een consensus onder Palestijnen dat het directe doel de stichting van een onafhankelijke Palestijnse staat met de grenzen van 4 juni 1967 en Jeruzalem als hoofdstad is, maar wat betreft de toekomst die daarna komt, het is het beste om dit onderwerp opzij te schuiven en er niet over te praten.'

Waarom niet? vraag je je dan af. Wat is er mis met het praten over de toekomst? Is dat niet juist wat Palestijnen zouden moeten doen, praten over de toekomst van hun staatje? Of bedoelt Rabbo dat de onderwerpen waarover onderling heftig wordt gefluisterd – het stichten van een Palestijnse staat als eerste fase in de roadmap die de vernietiging van Israël beoogt – niet in het openbaar wil bespreken omdat zoiets alleen tot onhandige problemen met Europa en de VS kan leiden?

Vervolgens werd Rabbo gevraagd of Israël na de stichting van Palestina nog een joodse staat zou zijn: 'Elke poging om een racistische staat te stichten in dit deel van de wereld is in het verleden mislukt en zal ook in de toekomst mislukken.' Misschien is Rabbo in de gesprekken met Beilin overtuigd geraakt van het feit dat een Palestijnse staat in de huidige Bezette Gebieden niet een overgangsfase maar het eindresultaat van het Palestijnse onafhankelijkheidsstreven vormt. Misschien noemt hij een staat die gesticht is door en bedoeld is voor het joodse volk niet meer racistisch. Misschien verwacht hij dat de pijn en woede die onder Palestijnen leven zullen wegebben zodra Palestina een volwaardige en fiere zetel in de VN krijgt.

Maar ook Rabbo moet ervan doordrongen zijn dat het Palestijnse volk niet op eigen kracht kan overleven en ook gedurende de komende decennia onderdanig (en dus vernederd en dus met opgekropte woede) op Israëls economie moet leunen, dat het Palestijnse volk, zelfs zonder de terugkeer van de miljoenen buiten de Gebieden levende Palestijnen, in omvang in de komende twintig jaar zal verdubbelen, wat de ineenstorting van de nu al wankelendeinfrastructuur, van de watervoorziening en alle overheidstaken teweeg zal brengen, dat elke poging om extremistische Palestijnse groeperingen te ontwapenen een burgeroorlog zal ontketenen, dat de hevige sociaal-economische en religieuze spanningen binnen de Arabische buurlanden niet uit de Palestijnse gebieden kunnen worden geweerd.

'Is er dan geen hoop?' vroeg een hoge Nederlandse ambtenaar mij een paar weken geleden op boze toon, verontwaardigd dat ik hem met feiten en onverbiddelijke ontwikkelingen lastig viel. Hij wilde hopen tot hij er bij neerviel.

De Geneefse Akkoorden kunnen functioneren in een wereld die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen, gelijkwaardigheid, oprechtheid, rationaliteit, modern humanisme. Maar kunnen ze ooit iets in het Midden-Oosten betekenen? De kans is zo goed als nihil dat die profane papieren ooit in het sacrale Jeruzalem, de bloedige stad die bestaat bij de gratie van het onzichtbare, het irrationele, het profetische en het apocalyptische, aardse rust tot stand brengen.

Als er ergens hoop op enige rust te vinden is, dan ligt die niet in de Geneefse Akkoorden besloten. Die ligt in de combinatie van een hoge muur, onttakeling van nederzettingen en een eenzijdige terugtrekking in ruil voor het Israëlische lidmaatschap van de NAVO en de EU – noem dit wat je wilt – het is geen vredesproces.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.