Crisis hindert Europese strijd tegen zwart werk

Het terugdringen van de zwarte en grijze economie in Europa wordt vertraagd door de economische crisis. Dat blijkt uit de studie The Shadow Economy in Europe 2013 van twee Oostenrijkse onderzoekers van de universiteit van Linz.

AMSTERDAM - De Europese schaduweconomie vertegenwoordigt dit jaar naar verwachting een waarde van 2,1 biljoen euro, dat is 18,5 procent van de economische activiteit in Europa. Dit is een laagterecord van de afgelopen tien jaar, maar de daling gaat nu veel langzamer. 'In tijden van recessie en stijgende werkloosheid komen mensen eerder in de verleiding inkomsten voor de belasting te verzwijgen', stellen de onderzoekers.


De informele economie, waarin mensen hun inkomsten niet of maar gedeeltelijk opgeven aan de fiscus, werd jarenlang met succes bestreden. In 2009 nam die weer toe en groeide met een half procent ten opzichte van 2008, het jaar dat de crisis toesloeg. Pas in 2011 lagen de zwarte en grijze economie weer net onder het niveau van 2008: 19,3 procent tegen de 19,4 procent van 2008.


In Nederland komt de schaduweconomie dit jaar rond de 9 procent uit en bedraagt 55,2 miljard euro; dat is daarmee het derde laagste niveau van Europa.


Door de crisis zijn er in de bestrijding van de onofficiële economie onderlinge verschillen in Europa ontstaan. In West-Europa is het circuit van het zwart en grijs werk tijdens een periode van lichte economische groei relatief klein gebleven, mede dankzij een lange traditie van maatregelen om het het zwarte circuit te bestrijden. In Oost-Europa, waar een sterke groei van het bruto binnenlands product (bbp) zichtbaar was, blijft de informele economie groot, met uitschieters tot 30 procent. In Zuid-Europa lijkt het terugdringen van de informele economie tot stilstand gekomen en ligt rondom 20 procent van het bbp.


Door de omvang van de vijf grootste economische machten ligt, gemeten in absoluut volume, tweederde van het zwarte circuit geconcentreerd in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. In Oostenrijk en Zwitserland is de zwarte economie met 8 procent het kleinst, in landen als Bulgarije en Kroatië, dat op 1 juli toetreedt tot de EU, het grootst: rond 30 procent van het bbp.


Kleine bedragen

De cijfers uit het Oostenrijkse onderzoek komen overeen met de bevindingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In Nederland heeft 5 tot 10 procent van de werkenden per jaar inkomsten uit arbeid die ze niet opgeven aan de fiscus of uitkeringsinstantie, stelt Brugt Kazemier van het CBS in een publicatie.


Vaak gaat het om kleine bedragen, gemiddeld 700 euro per jaar. Uit zijn onderzoek blijkt dat vooral jongeren tot 25 jaar zwartwerken. Daarnaast gaat het om mensen met een technische opleiding, een kleine wit baantje en mensen die wit werken in de landbouw, bouw, horeca of cultuur, sport en recreatie. In tegenstelling tot in de jaren tachtig werken mensen met een uitkering, anders dan misschien verwacht, minder vaak zwart dan mensen met een baan.


De controle op uitkeringen en eventuele bijverdiensten en daarmee de pakkans is groter geworden. 'En mensen die nu met een uitkering moeten rondkomen, zijn in doorsnee kansarmer dan mensen die 25 jaar geleden een uitkering hadden', aldus Kazemier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden