Crisis EU kan goed uitpakken voor Groot-Brittannië

De Britten willen als nieuwe voorzitter van de EU ingrijpende economische hervormingen. Maar Frankrijk en Duitsland zijn fel tegen de neoliberale koers van premier Tony Blair....

Van onze verslaggever Bert Lanting

Als er één Europese leider is die dit jaar ongelooflijk veel geluk heeft gehad, is het wel de Britse premier Tony Blair. Aanvankelijk zag het ernaar uit dat Blair voor de ondankbare taak zou komen te staan de Europese Grondwet aan de sceptische Britten te slijten, maar nu de Nederlanders en de Fransen het document hebben verworpen, is Blair van dat probleem verlost.

Vóór de referenda in Frankrijk en Nederland werd in Brussel al druk gespeculeerd over de vraag wat er met het onwillige eiland zou moeten gebeuren als de Britten als enigen de Grondwet zouden verwerpen. Sommigen vonden dat Groot-Brittannië, sinds jaar en dag het enfant terrible van de EU, zich dan maar tevreden zou moeten stellen met een tweederangs lidmaatschap. Maar die geluiden zijn verstomd na het Franse en Nederlandse ‘nee’. In plaats van Londen zit nu de EU met een probleem.

De ironie wil dat Groot-Brittannië door de crisis waarin de EU verzeild is geraakt na het debacle van de referenda, juist in het centrum van de politieke ontwikkelingen in de EU is beland. Londen neemt vandaag voor een half jaar het voorzitterschap van de EU over, maar veel belangrijker is dat de crisis een kloof in de EU heeft blootgelegd waarvan Groot-Brittannië wel eens zou kunnen profiteren om zijn stempel op de EU te drukken.

Op het eerste gezicht ziet het er niet best uit voor de Britten als nieuwe voorzitter van de EU. Uiteindelijk worden zij gezien als de hoofdschuldige voor het mislukken van de top over de meerjarenbegroting van de EU. Blair weigerde toen de Britse korting op de bijdrage aan de EU op te geven, hoewel alle andere EU-landen die achterhaald vinden.

Als Blair de rebate zomaar uit handen zou hebben gegeven, zou hij ongetwijfeld gevierendeeld zijn door de Britse pers en publieke opinie. Maar met zijn tegenzet – het ter discussie stellen van de Europese landbouwuitgaven, waarvan vooral de Fransen profiteren – heeft hij twee vliegen in één klap geslagen. Allereerst heeft hij thuis de politieke ruimte geschapen om de rebate - tot voor kort een heilige koe – op te geven voor concessies van de Fransen.

Bovendien speelt hij in op de onvrede die bij verscheidene landen bestaat over de starre inrichting van de EU. Waarom moet er zoveel geld – 40 procent van de EU-begroting – gaan naar de landbouwsector? Zou het niet veel beter zijn als Europa vooral zou investeren in de sector van de toekomst: onderzoek en ontwikkeling?

Zelfs de kersverse Franse minister van Buitenlandse Zaken Douste-Blazy leek hem deze week te steunen. ‘Tony Blair heeft gelijk: er moet meer geld worden uitgegeven voor de toekomst.’

Maar dat wil nog niet zeggen dat Frankrijk bereid is het mes te zetten in de landbouwuitgaven, die volgens een akkoord uit 2002 tot het jaar 2013 vastliggen. ‘De Europese consumenten willen zeker zijn dat ze niet geconfronteerd worden met tekorten en dat de prijzen betaalbaar blijven. Alleen het gemeenschappelijk landbouwbeleid garandeert dat’, schreef de Franse premier De Villepin eerder deze week in een opiniestuk in de Financial Times.

Ook de Duitse bondskanselier Schröder moet weinig van de Britse initiatieven hebben. Hij beschuldigde de Britten van ‘egoïsme’ en het ‘ondermijnen’ van het Europese sociale model.

Het staat wel vast dat deze laatste kwestie de belangrijkste twistappel zal worden in de EU. Frankrijk en Duitsland zijn fel tegen de neoliberale koers die Blair volgens hen wil varen en verzetten zich dan ook tegen de hervormingen die hij voorstaat: niet alleen het snoeien in de landbouwsubsidies, ook de liberalisering van de dienstensector volgens de in Frankrijk gehate ‘Bolkestein-richtlijn’.

De vraag is dus of Blair veel kans maakt met zijn plannen voor de economische hervorming in de EU, die hij als prioriteit heeft gesteld voor het Britse voorzitterschap. Om tegenwicht te bieden aan de Frans-Duitse as, die altijd de kern van de EU heeft gevormd, rekent Groot-Brittannië op de steun van landen als Nederland, Zweden en de nieuwe lidstaten.

Maar die laatste landen zijn teleurgesteld over het mislukken van de onderhandelingen over de meerjarenbegroting. Ieder uitstel kost hun geld. Volgens de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, valt de diplomatieke schade echter wel mee. ‘Ik geloof niet dat één onenigheid voor die landen een reden is om afstand te nemen van hun nauwe samenwerking met Groot-Brittannië’, zei hij gisteren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden