Criminelen in therapie

Tot voor kort belandde de psychisch gestoorde crimineel in een reguliere cel. Nu gaat hij naar het PPC, een speciale afdeling waar met behulp van therapie, muziekles of medicatie wordt geprobeerd hem op het rechte pad te krijgen. 'Wilt u mijn dwergpapegaai zien?'

'Ik heb gehoord dat u boos bent, meneer Faline.' De frêle psycholoog Julia Leong staat voor een dichte celdeur. De dertiger van Aziatische komaf kijkt door het raampje. Daar ziet ze een Afrikaanse man van een meter of twee. Hij staat in zijn lege, lichtgroene isolatiecel. Aan de muur hangt een ijzeren wc-pot, en op de grond ligt een skailederen matras. De geur van urine, die hij om de zoveel uur door zijn cel sprenkelt, komt haar tegemoet.


Even daarvoor heeft de psychotische roofovervaller haar collega's bijna aangevallen. En nu moet de psycholoog met hem in gesprek. In de hoop dat hij toch zijn medicijnen wil nemen. De deur openen is geen optie. De kans is te groot dat hij dan weer gewelddadig wordt. Een van haar collega's van de gevangenis in Maastricht draagt hiervan de littekens nog. Meneer Faline stak hem in het gezicht.


'Ik moet naar huis', antwoordt meneer Faline.


'Dat kan niet, de rechter heeft besloten dat u hier moet blijven', antwoordt Leong.


Faline begint te brabbelen in een andere taal. Praat hij tegen de gezichten die hij eerder voor het uitzichtloze raam zag? Of is het de stem die hem vanochtend beloofde dat er thuis 3 miljoen euro op hem ligt te wachten?


'Ik sta hier bij het luikje', valt Leong hem in de rede. 'Wilt u naar mij toekomen en tegen mij praten? Ik heb uw medicijnen, daar wordt u rustig van.'


'Ik moet dat niet. Ik wil vrij.'


'Dat kan niet. En als u dit tabletje niet neemt, openen we de deur überhaupt niet. Ook niet als u wilt roken.'


De man - die alleen een lang wit hemd draagt van stug katoen - komt naar de opening en steekt zijn grote handen door het luik. Hij weegt het zojuist ontvangen witte pilletje in de ene hand, in de ander houdt hij een sigaret die een van de zorgbewaarders hem aanreikt. Hij twijfelt, maar stopt de pil toch in zijn mond.


Meneer Faline is een van de bewoners van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) in Vught. Of zoals Erik Masthoff, directeur Zorg en Behandeling, het omschrijft 'de plek waar de sloebers van de samenleving' leven. Afgesloten van de buitenwereld, midden in de bossen die grenzen aan een villawijk, wonen zo'n tweehonderd ernstig gestoorde criminelen. Ze kijken uit op kale bomen, waarin deze dag tientallen kraaien huizen.


Zwaardere straffen

In een tijd dat de roep om zwaardere straffen luid klinkt, is het PPC een opvallende nieuwkomer in het gevangenisassortiment. Met behulp van therapieën, medicatie en zo nu en dan een muziekles of een 'crea-moment' wordt geprobeerd ernstig gestoorde criminelen op het rechte pad te brengen.


Voorheen belandden alle gestoorde misdadigers - naar schatting 10 procent van het totaal - in een reguliere cel. Alleen de zware jongens die door de rechter (deels) ontoerekeningsvatbaar werden verklaard, werden behandeld in een tbs-kliniek. De meesten eindigden na hun celstraf gewoon weer op straat. Vervolgens ging zo'n 70 procent weer de fout in. En dat terwijl 80 procent van degenen die een tbs-traject doorliepen wel op het rechte pad bleven.


Om de recidive terug te dringen zijn er sinds 2009 in vijf gevangenissen grootschalige afdelingen waar ook de overige gestoorde misdadigers hulp krijgen. De gedetineerden gaan er door het leven als 'patiënt' of 'bewoner'. Niet de rechter, maar de gevangenistop bekijkt wie in aanmerking komt. Uiteindelijk beslist het Bureau Selectiefunctionarissen namens de minister.


De PPC-patiënten zijn niet de enigen op het uitgestrekte gevangenisterrein in Vught. Hun pand staat te midden van andere cellencomplexen. Voor elk type gevangene een. Zo is er een pand voor tbs'ers, eentje voor verslaafde veelplegers, en de EBI voor vluchtgevaarlijke maffiosi of politiek gevoelige terroristen. Even verderop huizen de psychisch gestoorde 'zedenmannen' op een eigen PPC-afdeling. 'Onder hen coryfeeën, bekend van radio en tv', aldus Masthoff. Mede voor hun eigen veiligheid zijn ze afgezonderd van de rest.


'Ben jij een manipulatieve psychopaat? Of een verwarde man die iets stoms heeft gedaan?', vraagt Masthoff. De directeur, die tevens psychiater is op de zedenafdeling, zit in een kale spreekkamer. Tegenover hem zit Anton. Met veel woorden en gebaren probeert deze onzekere dertiger aan de psychiater zijn probleem duidelijk te maken. Onder invloed van alcohol en drugs verkrachtte hij vorig jaar een vrouw. Binnenkort moet hij zich verantwoorden tegenover de rechtbank.


'Ik heb het heel zwaar. Ik heb een ander zoiets vreselijks aangedaan, met zoveel gevolgen', zegt de man, die moeilijk slaapt omdat hij de dag vreest dat hij zijn slachtoffer tegenkomt in de rechtszaal. 'In rapporten van sommige psychologen staat dat ik mijn delict bagatelliseer. Dat is niet zo, het is te groot om te bevatten.'


'Ik heb de indruk dat jij het heel moeilijk gaat krijgen', waarschuwt Masthoff. 'Maar dat pleit voor jou. Mensen die fluitend de rechtbank uit lopen, hebben meer kans opnieuw in de fout te gaan.'


'Ik ben dankbaar voor de hulp die ik hier krijg', zegt Anton afsluitend. 'Ik heb het echt nodig.' Hij loopt de kale spreekkamer uit. Naar de huiskamer waar de andere 'zedenmannen' op dit uur van de dag mogen zitten. Ze hebben een biljart-, een pingpong- en een voetbaltafel. Voor de ruime bank staat een tv en een playstation. Als je de cellen, de sloten en de zorgbewaarders wegdenkt, zou je het bijna gemoedelijk noemen. Maar, zegt Masthoff, 'we maken het niet gezellig om de kerels een plezier te doen. Maar om te voorkomen dat ze opnieuw stoute dingen doen.'


Depressieve patiënten

Elke groep van 8 tot 12 patiënten heeft een eigen regime: zo is er een afdeling voor depressieve patiënten, eentje voor psychoten en eentje voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Er zitten types à la Robert M. (de man van de zedenzaak in het Hofnarretje), maar ook patiënten die denken dat de CIA achter hen aan zit. Een van hen vreesde dat ze zijn dna zouden afpakken. Om dat te voorkomen, verstopte hij zijn ontlasting onder het bed of op de boekenplank. En vannacht nog sloeg een ander zijn ruit aan diggelen; hij wil een heftruckopleiding volgen en werd boos toen hij nul op rekest kreeg. Weer een ander is boos op de rechter, omdat zijn verhaal over God niet serieus wordt genomen. Zijn God heeft een tijgerhoofd en ogen als smaragden.


'Behalve een zorgtaak hebben we ook de taak om mensen in leven te houden', zegt Masthoff. 'Sommigen hebben uitzicht op 20 jaar en tbs, en zien het leven niet meer zitten. Als zij zelfmoord plegen, levert dat maatschappelijke onrust op. Bovendien zijn vooral de zedenmannen erg impopulair bij de andere gevangenen. We moeten voorkomen dat ze risico lopen.'


'Hoor je nu weer je stem?', zegt Julia Leong tegen Ismaël. Ja, knikt de man. Ze zitten in de spreekkamer van de psychotenafdeling. Even daarvoor leek het gesprek redelijk te vlotten, maar opeens begonnen Ismaëls knieën te trillen, en draaide hij zijn ogen naar beneden.


'Wat zegt de stem?', vervolgt Leong.


'Dat ik dood moet', antwoordt Ismaël. 'Dat de wereld mij niet moet.'


'Zegt de stem ook wel eens iets goeds over je?'


'Nee.'


'Dat is niet aardig', vervolgt de psycholoog. 'Heb je plannen om zelfmoord te plegen?'


'Ja', geeft Ismaël toe. 'Maar ik heb nog geen datum.'


'Zeg je het ons als je wel een datum hebt?'


'Ja'


'Waarom?'


'Ik wil leven voor mijn dochter.'


Eind vorig jaar kwam het PCC in opspraak. In een artikel in De Telegraaf klaagden anonieme medewerkers van het PPC in Zwolle over het luxeleventje dat de gevangenen hier leiden. Het zou 'normale' misdadigers stimuleren zich te misdragen, zodat ze ook naar deze huiselijker afdeling kunnen verhuizen. Natuurlijk, erkent Masthoff, komt het weleens voor dat criminelen dit proberen. 'Maar die filteren we er ook snel weer uit. Je kunt niet heel lang een stoornis voorwenden.'


Hoewel het nog te vroeg is om uitspraken te doen over het effect van deze aanpak - recidivecijfers zijn nog niet voorhanden - vinden hij en zijn collega's dat ze op de goede weg zijn. Het enige waar het nog vaak stroef loopt, is in de laatste fase, zegt Leong. De behandelaars proberen aansluitende hulp te regelen voor de gevangenen die vrij komen. In de hoop dat ze minder snel terugvallen in hun oude fouten. Maar soms is er nog geen plek vrij voor een behandeling of wordt er gesteggeld wie de plek in de GGZ-instelling moet betalen. 'Of de patiënt wil zelf niet. Als hij zijn straf heeft uitgezeten, hebben wij in principe geen dwangmiddelen meer.'


Zo komt Dennis over twee maanden vrij. Hij wil graag weten welke hulp hij buiten de gevangenispoort krijgt bij zijn banenjacht. 'Maar telkens krijg ik te horen dat de reclassering mij nog niet heeft ingedeeld.' Dat is volgens de 24-jarige Brabander, die al drie jaar in Vught zit, het enige minpuntje aan het PPC. Aanvankelijk belandde hij in een normale gevangenis. In zijn geval betekende dit dat je 23 uur in je cel zat, en een uur per dag eruit mocht om te luchten. Na een paar maanden werd hij overgeplaatst naar Vught. 'Het is nog steeds geen feest. Het ergste is de onmacht, je mag niets zelf bepalen. Maar we hebben het wel beter dan mensen die in een verzorgingstehuis zitten.'


Hij is zojuist teruggekomen van dramatherapie. Praten over hun stoornissen is voor velen te lastig. De patiënten van het PPC zijn immers slecht in het verwoorden van hun gevoelens en problemen. En dus probeert men met behulp van drama-, muziek- of beeldende therapie de criminelen een spiegel voor te houden. In de hoop dat ze zich bewuster worden van hun gedrag, en waarom dit gedrag tot hun misdrijf heeft geleid. Zo heeft Dennis, die aan asperger lijdt, geleerd dat hij misverstanden kan voorkomen als hij beter naar andermans mimiek kijkt, en uitleg vraagt als hij iets niet begrijpt.


Jaren geleden verloor hij zijn baan. Uit verveling bedachten hij en wat vrienden om met een luchtbuks op een jerrycan met benzine te schieten. Op een filmpje op YouTube hadden ze gezien hoe de jerrycan veranderde in een vuurbal. Maar toen zij het probeerden, gebeurde er niets. De jongens besloten iets anders in de fik te steken. Van het een kwam het ander. Uiteindelijk moest Dennis, die destijds erg opvliegend was, drie jaar de cel in. Onder meer omdat hij 34 caravans heeft laten afbranden.


Hij heeft spijt - de 34 caravaneigenaren stuurde hij al een excuusbrief. 'Als ik in een gewone gevangenis had gezeten, zou ik er waarschijnlijk erger uit zijn gekomen. Maar in het PPC heb ik geleerd hoe ik kan voorkomen dezelfde fouten te maken.' Over een paar maanden komt hij vrij, tot die tijd vult hij zijn dagen met tv-kijken en het spelen op zijn playstation. 'En met Henkie, mijn dwergpapegaai. Wil je hem zien?'


Medegevangenen stromen toe als Dennis vertelt over zijn vogel. Zij hebben ook een beestje. 'Dit is Sjekkie', zegt medegevangene Felix over zo'n blauwwitte parkiet. Even verderop klinkt het uit de gang: 'Wil je de grootste vogel van het PPC zien?' In de deuropening staat een man die oogt als een gangster. In het hoekje van zijn cel zit een zachtgele papegaai. Een van de gevangenen staat er stil naar te kijken. 'Vorige week is zijn parkiet gestorven. We hebben hem samen begraven', verklaart Felix.


Folsom Prison Blues

Anderhalve week later. Het is tijd voor muziekles. Volgens de muziekleraar hét enige moment waarop de criminelen 'even niet vastzitten, en zichzelf kunnen zijn'. 'When I was just a baby', klinkt het in een van de ruimtes. Begeleid door één gespecialiseerde bewaarder en één muziekleraar proberen drie gevangenen de Folsom Prison Blues van Johnny Cash onder de knie te krijgen. Het lokaal hangt vol muziekinstrumenten en rapnummers die de gedetineerden schreven voor hun liefjes. Even verderop is een vergelijkbaar lokaal dat volhangt met schilderijen - het is de ruimte waar de patiënten zo nu en dan een 'crea-moment' hebben.


My Mama told me, 'Son,


Always be a good boy,


Don't ever play with guns',


But I shot a man in Reno,


Just to watch him die.


'Nee.' Zanger Jan - een gezette gevangene met een voetbalshirt aan - stopt en schudt zijn hoofd. 'Ik heb de melodie nog niet helemaal goed door.'


'Kom op, Jan, dan proberen we het nog een keer', klinkt het vanuit de groep. De gitaren beginnen opnieuw. En ook François probeert wat harder mee te zingen. De man met blonde krullen en enkele gouden tanden in de mond, wiegt lachend zijn hoofd terwijl hij zo nu en dan een zin zingt. 'Just to watch him die...'


Grote poppenkast

De kraaien zijn verdwenen en de kale takken van de bomen worden deze vrijdag bekleed door een laagje sneeuw. Enkele uren daarvoor heeft het KNMI weercode oranje afgegeven. En sindsdien heeft Tommy door de tralies naar buiten gekeken, wachtend op de eerste sneeuwvlokken. In tegenstelling tot de gitaristen en de zangers een verdieping lager, doet Tommy niet mee aan 'deze grote poppenkast'. Al sinds zijn negende zit hij 'in de hulpverlening'. 'Al die deskundigen hebben niet kunnen voorkomen dat ik een monstertje ben geworden', zegt hij. 'Ze hebben een waslijst aan stoornissen bij mij vastgesteld. Adhd, narcisme, grootheidswaanzin, de hele riedel. Maar ik geloof er niet zo in.'


Aanvankelijk werd Tommy gepakt voor 'wederrechterlijke vrijheidsberoving', zoals hij het noemt. 'Ik zat in de groenvoorziening en toen heb ik iemand ontvoerd', zegt hij. 'De hennephandel', licht hij toe als hij het vertwijfelde gezicht van de journalist ziet. 'Het is dus waar wat ze over blondjes zeggen', lacht hij.


Eenmaal in de reguliere gevangenis barstte bij Tommy de bom. Tijdens een bezoekuur stak hij zijn vader neer, omdat die hem als kind had misbruikt. Later sloeg hij in een tbs-kliniek nog een zedendeliquent in elkaar, daarna verhuisde hij naar Vught. Het is nog onduidelijk hoelang hij hier zal blijven. Maar, zegt hij, 'Ik verwacht niet dat ik voor mijn 35ste vrijkom. En dan hoop ik een gezin te stichten.'


Zijn dagen vult hij met 'een beetje hangen; echt geholpen word ik niet'. Het zijn vooral de nachten, vertelt Tommy, dat je jezelf tegen komt. Als alle deuren zijn gesloten en je geen kant op kunt. 'Tussen half 10 's avonds en 7 uur 's morgens zit je echt gevangen. Alle hoeken van de cel heb je al duizend keer gezien. Dan doe ik wat mannen doen. Je weet wel, een beetje opdrukken.'


Hij is niet de enige die ontevreden is. Een paar afdelingen verderop zit nog altijd meneer Faline, en hij wil nog altijd naar huis. Tegenover de grote overvaller staan zes man. Al twee weken zit hij in de isoleercel. En dat is te lang. Faline is al minder verward dan vorige week. Maar zolang hij niet structureel zijn medicatie inneemt, durven zijn behandelaars hem niet te verhuizen naar een normale PPC-cel. De enige optie op een 'menselijker' behandeling, besluiten ze, is in de Amsterdamse Bijlmerbajes. Daar is de speciale PPC-crisisafdeling, met meer personeel voor types zoals Faline.


'Ik ben zoals ik ben', zegt meneer Faline als hem wordt verteld wordt dat hij 'onvoorspelbaar en gevaarlijk' is.


'Ja, maar dat betekent dat u rare dingen doet. U zit voor een geweldsdelict en bent gewelddadig tegen het personeel', leggen de psychologen hem uit.


'Tsja', antwoordt de roofovervaller.


'U heeft een dreigende, onvoorspelbare houding', voegt de psychiater toe. 'Nu ook weer, u lacht onze woorden weg. Alsof het u niets kan schelen.'


'U verhuist, tenzij u de afspraken over medicatie vanaf nu nakomt', concluderen de behandelaars. Het gezelschap vertrekt. De celdeur gaat dicht, en de lichten op de gang gaan uit. Faline is weer alleen in zijn kale lichtgroene cel. Nog altijd gekleed in een wit hemd.


Enkele uren later. Buiten ligt een dik pak sneeuw. Met het invallen van de avond is de rust over het gevangenisterrein teruggekeerd. De cellen zijn gesloten, uit de ramen van de meeste cellen schijnt nog licht en een groot deel van het personeel loopt richting de zwaarbewaakte uitgang. In het kantoor van zorgdirecteur Masthoff is het tijd voor 'ranja en de bijzonderheden van de week'.


'Ik heb een verrassing', zegt Julia Leong als ze binnenkomt, 'meneer Faline blijft. Hij wilde zo graag roken. In ruil voor een sigaret heeft hij zijn pillen genomen.'


--


De namen van de gedetineerden zijn gefingeerd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden