Cricket is geen knusse familiesport meer

Het is met genoegen dat cricketprof Roland Lefebvre terugkijkt op de strijd tegen de 'blauwe blazers' van de KNCB; per slot van rekening werd in het begin van de jaren tachtig de basis gelegd voor wat het hoogtepunt van het cricket in Nederland moet worden, de (eerste) deelname aan de...

PAUL ONKENHOUT

ROLAND LEFEBVRE (33) heeft de tijd nog meegemaakt dat internationals de buitenlandse trips voor een deel zelf moesten financieren. Een reisje naar Engeland, dat was al heel wat. Moesten de spelers wel eerst even een paar vrije dagen opnemen. Onkostenvergoedingen? Nooit van gehoord.

Want het was toch zeker een eer om voor de nationale ploeg te spelen? En was het niet altijd zeer gezellig? Tien, vijftien jaar geleden was cricket nog een knusse familiesport en was het al heel wat als van een gelegenheidsploeg als de Free Foresters werd gewonnen. Nog een pilsje?

Maar kijk de heren nu eens: ze kunnen rekenen op steun van NOCNSF, trainen vijf maanden lang drie keer per week, spelen oefenwedstrijden overal ter wereld en mogen het deze maand, met ingang van zaterdag, in Pakistan en India in eendaagse World Cup-duels zowaar opnemen tegen de beste landenploegen ter wereld. Niets minder dan een klein wonder is het.

Cricket is in Nederland nog steeds een familiesport - en dat zal het altijd blijven - en pils wordt nog steeds gedronken, maar het is niet meer de lol die centraal staat. Winnen schenkt de spelers meer voldoening dan een gezellige middag in het clubhuis.

Twaalf jaar geleden liet een tiental spelers weten niet meer in aanmerking te willen komen voor een plaats in de nationale selectie. Lefebvre was een van hen: hij was jong, veelbelovend en ambitieus en sloot zich vanzelfsprekend aan bij de groep hervormers. De toenmalige manager Klaas Vervelde was de leider.

'We willen dit, en we willen dat, en dan gaan we later eens rustig kijken wat dat allemaal gaat kosten, zei Vervelde. Velen werden daardoor tegen het zere been getrapt. Want de bond had altijd gezegd: hoeveel geld hebben we en wat kunnen we daarmee doen.

'De progressieven zorgden voor woelige tijden. Op elk niveau van het cricket hadden botsingen plaats. De traditionelen vochten terug, maar zonder succes. Het was krankzinnig dat sommigen dachten dat de internationals alles maar voor nop moesten blijven doen.

'Wat een onzin. Dat kan toch niet? Topspelers moeten alles voor hun sport opzij zetten en dan zouden de blauwe blazers even voor ze beslissen dat ze niet op de een of andere manier mogen worden geholpen.

'Dat is vies hè, in Nederland, sporters die geld krijgen. Van voetballers wordt het nog net geaccepteerd, maar van anderen niet. Dat maakt spelen in Engeland ook zo plezierig: niks liefdadigheid, we zijn profs. Niemand zeurt over geld, want geld is niet belangrijk. Cricket wel.'

Lefebvre was nog maar korte tijd international toen de paleisrevolutie binnen de KNCB zich voltrok. Hij speelde in Rotterdam bij VOC, zoals ook zijn vader dat had gedaan, en zijn broer. De Rotterdamse familie Lefebvre is zo'n typische cricketfamilie; niemand keek er vreemd van op dat Roland méér wilde dan de Nederlandse competitie. Wel rondde hij eerst zijn studie fysiotherapie af.

Lefebvre was al 27 jaar toen hij in 1990 met de countyploeg van Somerset een verbintenis overeen kwam. Twee jaar later stapte hij over naar Glamorgan waar hij nog steeds speelt en in 1993, onder aanvoering van de legendarische Vivian Richards, zijn grootste triomf vierde. Glamorgan won de prestigieuze Sunday League.

De overgang van Nederland naar Engeland vond niet rechtstreeks plaats. Op de Caribische eilanden en in Nieuw-Zeeland en Australië leerde hij 's winters bij. 'Het was een onbezorgde tijd. Studeren en cricket is goed te combineren. Cricket werd een leefwijze en ik kreeg steeds sterker de behoefte er meer mee te gaan doen.

'Steeds meer Nederlandse spelers volgden dezelfde route. De contacten werden altijd verzorgd door de buitenlandse coaches in Nederland. Aan hen hebben we veel te danken: ze hebben de grenzen opengegooid. Steven Lubbers en Paul Jan Bakker waren de eersten en in feite de wegbereiders: zij wilden méér uit hun cricket halen. Voor spelers met grote ambities wordt Nederland al snel te klein.'

Niet dat hij talenten dringend zal adviseren zo snel mogelijk uit te wijken naar een ècht cricketland; dat hangt van zoveel factoren af. 'De een doet het, de ander niet.

Van jongeren wordt verlangd dat ze zich eerst maar eens in maatschappelijk opzicht bewijzen. Neem Bas Zuiderent, een groot talent. Hier heeft hij de top al bereikt. Nu staat hij voor de keuze om meer van het cricket te maken, of niet. In Nederland zal bijna iedereen hem adviseren om een studie af te maken.'

Lefebvre is een goede, zeer economische bowler die hard noch zacht gooit, een redelijke batsman en een uitstekende fielder. In het seizoen speelt hij zes dagen per week cricket en met Glamorgan neemt hij deel aan vier verschillende competities. Het is een zwaar en monotoon bestaan, niet in de laatste plaats door de vele, lange reizen.

'Ik moet presteren, presteren, presteren. You're only as good as your last innings, zeggen de Engelsen. Spelers hebben niet veel krediet. Twee wedstrijden falen mag, drie ook, maar wie ook in de vierde, vijfde wedstrijd zijn werk nog niet goed doet, vliegt eruit.'

Hij vindt het ook nu nog, na vijf jaren in Engeland, een 'wonderlijk bestaan'. Voor hem geen leven lang cricket: 'nee zeg' Er zijn wat plannetjes. Een moeilijk te genezen liesblessure hindert hem al lang en waarschuwt hem sinds vorig jaar dat het morgen afgelopen kan zijn met zijn loopbaan als countyspeler. Het staat vast dat hij terugkeert naar Nederland: 'Thuis is thuis.'

Ontegenzeglijk is hij op de strenge Engelse school een betere cricketer geworden. 'Prestaties in de Nederlandse hoofdklasse zijn geen goede graadmeter. In het buitenland worden hogere eisen gesteld. Jonge spelers die het willen proberen, adviseer ik om eerst eens te gaan kijken. Voel het, proef het, en merk dat het niet eenvoudig is.

'Afgezien van een wereldkampioenschap schaken duurt niet één sportwedstrijd zo lang als een meerdaagse cricketwedstrijd. Wie zich drie, vier dagen staande kan houden, week in, week uit, is op de goede weg.

'Ik heb mijn eigen capaciteiten leren kennen. Als ik bowl, maak ik me niet druk en dat is goed. Ook vooraf is er geen spanning. Het interesseert me niet wie er tegenover me staat. Het kan me niet schelen. Als ik me goed voorbereid, is de kans dat het goed gaat 95 procent. Zover ben ik al. Als ik bowl, weet ik precies wat ik doe en wat er gaat gebeuren. Ik heb alles onder controle. Dat is een geruststellende gedachte.'

In Pakistan en India staat Lefebvre tegenover de beste batsmen ter wereld. Tien overs per wedstrijd mag hij bowlen, zestig ballen per dag. 'Ik moet me zestig keer focussen op die ene man. In feite wordt er op zo'n moment een spel tussen twee heren opgevoerd. Hij wil domineren, ik wil domineren, hij probeert wat uit, ik probeer wat uit. Voor wie het wil en kan zien is het een mooi en fascinerend spel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden