Creoolse nationalist met ‘twintig schone vingers en tenen’

De Surinaamse president Venetiaan was als jongeman aanhanger van de radicale ideeën van Malcolm X. Maar sinds hij op het pluche zit, predikt hij het compromis....

Stieven Ramdharie

Voor even bediende hij zich niet van de ‘Lubberiaanse’ taal die hij al 24 jaar bezigt als president, minister en parlementslid. Geen mistige zinnen waar zijn onderdanen geen touw aan vast konden knopen, maar heldere, ‘on-Venetiaanse’ taal.

‘We moeten groots winnen’, zei Ronald Venetiaan vlak voor de Surinaamse parlementsverkiezingen van mei tegen de aanhangers van zijn Nieuw Front-coalitie in Paramaribo.

‘Ze zullen proberen om Nieuw Front uit de regering te houden’, waarschuwde hij voor de te verwachten machinaties van het kamp van oud-legerleider Bouterse. ‘Geef ons een duidelijke meerderheid. Veel is nog te doen.’

Zeker is er nog veel te doen, roepen zijn critici al jaren, maar dat komt doordat de altijd zo voorzichtige Venetiaan de zaken niet aanpakt.

Runaldo Ronald Venetiaan (69) wordt komende vrijdag voor de derde keer beëdigd als president van Suriname. Maar al vijftien jaar draagt hij het imago met zich mee van behoedzaam politicus. Niet daadkrachtig genoeg. Besluiteloos, aldus zijn critici. Het zal je maar worden gezegd, zelfs nu je voor de derde keer bent gekozen om een land te leiden als staatshoofd.

‘Ik heb ooit tegen hem gezegd: u bent een betere amateur-dichter dan president’, zegt Biemla Gajadien van het Surinaamse radiostation ABC. ‘Gelukkig kon hij erom lachen.’

Wellicht is dit het lot van de alles afwegende politicus die de boel bij elkaar wil houden. Als je altijd op zoek bent naar consensus, zoals Venetiaan al zijn hele politieke leven doet, kost het nemen van een beslissing nou eenmaal tijd.

Zomaar de knoop doorhakken en een brug bouwen over de Suriname-rivier – een kwestie waarover al vijf decennia is gebakkeleid – is niets voor de afwachtende oud-leraar wiskunde. Zijn voorganger Jules Wijdenbosch deed het wel en pronkt sindsdien met zijn ‘krachtig leiderschap’.

Ander voorbeeld: de strijd tegen de militairen van Desi Bouterse. Het is 1991, een jaar nadat Bouterse-gezinde militairen de regering van Venetiaans partijgenoot Henck Arron per telefoon naar huis hebben gestuurd. Venetiaan is bezig aan zijn eerste ambtstermijn als president. Wat te doen met die telefooncoupplegers?

Als het aan Arthy Jessurun (57) had gelegen, destijds minister en onder-voorzitter van Venetiaans NPS, was er korte metten gemaakt met de heren. Ontslaan. Weg.

Maar Jessurun zag tot zijn verbazing dat president Venetiaan hiervoor niets voelde. Venetiaan was net aan het bewind en de macht van de militairen was nog te groot. Hij koos ervoor alle militairen op hun post te laten. Jessurun: ‘Het is een trekje van Venetiaan: gas terugnemen op cruciale momenten. Hij wacht veel liever tot problemen zichzelf oplossen. Ik heb hem vaak politieke lafheid verweten. Venetiaan is geen man die belangrijke beslissingen durft te nemen.’

‘Wijdenbosch en Bouterse hebben zeker snelle beslissingen genomen’, zegt Venetiaans jarenlange vriend en oud-studiegenoot Wim Bueno de Mesquita (70). Hij was topambtenaar op het ministerie van Onderwijs in de jaren dat Venetiaan er minister was. ‘Maar hoe wijs zijn die besluiten later gebleken? Venetiaan is meer de wetenschapper. Hij zegt eerder: ik kan nog geen beslissing nemen want ik heb meer informatie nodig. Hij wil goed nadenken en alles afwegen.’

Voor zijn aanhangers, vooral binnen zijn creoolse NPS, is Venetiaan de amateur-dichter die nu al jaren het gezicht bepaalt van de ‘oude politiek’: een hardwerkende, pragmatische man die wars is van zelfverrijking. Een politicus met ‘twintig schone vingers en tenen’.

Voor zijn tegenstanders blijft hij de starre president die de ontwikkeling van het land tegenhoudt en de verjonging van de traditionele politieke partijen frustreert door aan te blijven.

Het behoudende dat Venetiaan al jaren uitstraalt, staat enigszins in contrast met zijn radicale verleden. Venetiaan trok in 1961 als keurige jongeman naar Leiden om aan de Rijksuniversiteit aldaar wiskunde te studeren.

Na vier jaar keerde hij terug naar Paramaribo als een groot bewonderaar van Malcolm X en de Black Power-beweging.

‘Het zwarte bewustzijn heeft een flinke stempel op hem gedrukt’, zegt Bueno de Mesquita, die Venetiaan in 1966 leerde kennen toen beiden leraar wiskunde waren in Paramaribo. ‘Hij had een houding van: ik ben zwart en de blanken onderdrukken ons nog steeds.’

Venetiaan en Bueno de Mesquita waren eind jaren zestig – Venetiaan is inmiddels directeur van de Algemene Middelbare School (AMS) – mede-oprichter van een nieuwe vakbond voor leraren.

Die bond was in 1973 betrokken bij de grote stakingsacties die de Surinaamse hoofdstad lamlegden. Toen etaleerde Venetiaan, ‘Ro’ voor vrienden’, al zijn ontluikende leiderschapskwaliteiten.

Bueno de Mesquita: ‘Ik kan mij een incident herinneren waarbij een politieman werd bekogeld, waarna deze zijn wapen trok. Iedereen dook weg maar niet Venetiaan. Hij sprak de agent aan vanaf een balkon om te voorkomen dat de situatie uit de hand liep.’

Mede op advies van de vakbeweging wordt ‘Vene’ minister van Onderwijs in het eerste kabinet van de onbetwiste leider van de NPS, Henck Arron. Achttien jaar later, waarvan elf jaar als minister en zeven jaar als leraar, wordt hij door dezelfde Arron naar voren geschoven als diens opvolger.

In die achttien jaar moet hij twee keer, in 1980 en 1990, opstappen als minister na een militaire coup. Het Suriname dat hij in 1991 moet gaan leiden, bevindt zich in een crisis. De macht van de militairen is groot, de drugsmafia is in opkomst en het land is economisch nagenoeg bankroet.

Vijf jaar later straft de kiezer het saneringsbeleid van Venetiaans kabinet af door bij de verkiezingen van 1996 Bouterses NDP tot grootste partij te maken. Een tweede termijn ziet Venetiaan aan zich voorbijgaan door een scheuring in zijn Nieuw Front.

Na vier jaar Jules Wijdenbosch, komt die tweede termijn er toch in 2000 als de vier traditionele politieke partijen die Nieuw Front vormen 33 van de 51 zetels in het parlement winnen.

Venetiaan weet in de tien jaar dat hij president is de macht te breken van de militairen. Tot twee keer toe saneert zijn kabinet de economie. Maar keer op keer komt de kritiek op zijn vermeende gebrek aan daadkracht terug. Bouterse cum suis zijn immers nog steeds niet berecht voor de Decembermoorden van 1982, de afslanking van het ambtenarenapparaat komt niet van de grond, de drugshandel tiert welig en van diversificatie van de economie is niets terechtgekomen.

Jules Wijdenbosch, zo valt nog veel te horen in de straten van Paramaribo, bouwde tenminste nog twee belangrijke bruggen. Venetiaans kabinetssecretaris Hesdy Pigot, die de NPS-leider al dertig kent, begrijpt de kritiek niet.

Pigot: ‘Het is zo onterecht. Het 8-decemberonderzoek is bijvoorbeeld al lang neergelegd bij het OM. Dat moet de beslissing nemen voor vervolging. De politieke realiteit is verder dat je consensus nodig hebt om te regeren in een zo etnisch divers land als Suriname.’

Ook Henk Kamperveen, wiens vader Ampie een van de vijftien slachtoffers was van de Decembermoorden, legt de schuld voor het trage onderzoek niet bij de president. ‘Hij is altijd betrokken geweest. Ook Venetiaan heeft altijd klaarheid in deze zaak willen brengen.’

Maar Harold Polak (58), minister tijdens Venetiaans eerste termijn, denkt daar anders over: ‘Alles wordt op zijn beloop gelaten Van een intelligent man als Venetiaan, de onbetwiste leider van Nieuw Front, zou je een dynamisch leiderschap verwachten.’ Polak ijverde, samen met Jessurun en andere kritische NPS’ers voor verjonging van het lands- en partijbestuur, maar het liep uit op een slaande ruzie met partijvoorzitter Venetiaan.

Anno 2005 wordt Nieuw Front, net als vijftig jaar terug, nog steeds gedomineerd door vier etnische leiders die de behartiging van de belangen van hun bevolkingsgroep voorop stellen.

Polak: ‘Venetiaan gedraagt zich als een stamhoofd dat zijn ruziemakende clan bij elkaar probeert te houden. Je ziet geen beleid dat die etnische groepen overstijgt.’

Jessurun: ‘In kleine kring zegt hij dat hij als taak heeft de creoolse volksmassa te verheffen. Maar dat maakt hij niet waar. De hindoestanen gaan sterk vooruit, maar de verpaupering van de creoolse volksmassa zet zich door. Hij houdt vernieuwing tegen, ook in de NPS.’

Terechte kritiek of niet, vriend en vijand zijn het over een ding eens: de president is een harde werker. Als laat op de avond op de drukke terrasjes rond hotel Torarica de zoveelste Parbo-bier wordt besteld, brandt in het presidentiële kantoor vaak nog licht.

Biemla Gajadien van het radiostation ABC: ‘Hij heeft liever dat hij hard werkt en dat het volk feestviert dan andersom. Mensen hebben het beeld van een starre man maar hij is, privé, heel hartelijk en attent.’

Waarom begint hij nog aan een derde ambtstermijn?

Pigot: ‘Hij doet het niet uit ambitie, want hij hoeft zich niet meer te bewijzen.’

Bueno de Mesquita: ‘Ro kennende doet hij het uit plichtsbesef.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden