Crazy

Martin Bril..

Martin Bril

Dit zijn tijden die een hit nodig hebben. Zo’n hit die uit iedere bouwput knalt, uit alle auto’s in alle files, uit alle huizen en kroegen, zo’n hit die iedereen meezingt zodra de eerste maten klinken, zo’n hit die door je hoofd spookt zelfs als hij even nergens klinkt, zo’n hit die over volle stranden rolt, zo’n hit die op ieder eindexamenfeest uitentreuren wordt herhaald, zo’n hit die over twintig jaar exact de sfeer van juni 2006 op weet te roepen, zo’n hit die opzwepend is, geil en vrolijk.

En die hit is er ook.

Maar het is niet Rood van Marco Borsato, en niet Wij houden van Oranje van Ali B. Het is ook niet Hips Don’t Lie van Shakira of La Camisa Negra van Juan, het is niet eens Sin Sin Sin van Robbie Williams of Get Together van Madonna, grote namen die grote hits hebben gescoord. Het is Crazy van Gnarls Barkley, een nummer dat in Engeland al op één stond voor het überhaupt op cd verscheen, puur op basis van legale downloads.

Gnarls Barkley bestaat uit twee jongens: de producer Danger Mouse (die twee jaar geleden faam verwierf met The Gray Album, een mix van The Black Album van Jay-Z en het witte Album van de Beatles) en de soulzanger Cee-Lo, een man die zingt alsof hij een kruising is van Smokey Robinson, Bobby Womack en Levi Stubbs, de fabuleuze voorman van The Four Tops.

Crazy is een wonderlijk nummer. Het heeft die onomstotelijke kwaliteit van een grote hit, een klassieker zelfs: zodra je het hoort, weet je zeker dat je het eerder hebt gehoord, alleen weet je niet meer waar, en wanneer. Toch is het niet alleen nieuw, het is ook nog eens vernieuwend; ouderwetse soulzang, maar helemaal kaal, met daaronder een paar eenvoudige baslijnen, een beetje plokkende percussie, wat computergeluid en een paar kleine, elegante wendingen en versnellingen. Tot slot is er een refrein dat zich door volle stadions moeiteloos laat meebrullen: ‘Maybe I’m crazy, maybe you’re crazy, maybe we’re crazy. Probably.’

Extra mooi is dat er iets subversiefs aan het nummer kleeft; niet aan de muziek, en zeker niet aan de schitterende zang, die zo oud als de gospels van Sam Cooke en diens voorganger, de grote R.H. Harris, ook niet echt aan de combinatie, die je hooguit verrassend kunt noemen, maar aan de manier waarop de jongens het presenteren, en zichzelf over het voetlicht brengen. Ze willen geen luie, verwende popsterren zijn, ze haten platenmaatschappijen en de macht van de commercie over de hitparade, ze zien hun muziek als kunst in een rijke traditie en ze houden van humor en verwarring. Hun werk is bovendien niet verweven met hun persoonlijkheden en autobiografie: het is alleen muziek.

Drie glorieuze minuten.

Kom er eens om. Drie minuten die het allemaal vertellen, die alles zijn en alles bevatten. Drie minuten: de zinderende slotfase van een WK-wedstrijd, een onstuimige vrijpartij, het bakken van omelet, een weemoedig afscheid op een stoffig perron, de laatste kilometers van een Tour-etappe (en dan wint Tom Boonen), de tijd die het kost om een goed gedicht te lezen en op de hand een overhemd te wassen. Het leven duurt beslist langer, maar drie minuten zijn precies de juiste maat om het in samen te vatten. Langer hoeft een hit niet te duren, want daarna draai je hem opnieuw, en nog een keer, en nog een keer, tot hij onvergetelijk is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden