CPC deugt, maar Lopuyet deugt te veel

Ook Simon Lopuyet heeft die fijnzinnige Kenyaanse mengeling van ingetogenheid en trots. In zijn schuchtere oogopslag staat gevoel voor ironie gegraveerd....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

DEN HAAG

Maar Lopuyet was één van die talloze Kenyanen met een ingeboren of van oudsher ontwikkelde aanleg tot rennen en jagen. Het is soms je reinste toeval hoe een Kenyaan met aanleg als hij in Europa terecht komt. Lopuyet had geluk. Hij woonde niet in Nairobi, hij wist niet hoe hij de aandacht van de Kenyaanse atletiekbond op zich kon vestigen maar hij was in Nakaru, op 250 kilometer van Nairobi, wel collega van Tecla Loroupe, die op hetzelfde postkantoor werkte.

Eind jaren zestig was het nog ondenkbaar dat Kenyaanse vrouwen het sloven en zwoegen op het land verruilden voor een bestaan als atlete. Maar toen bij de Olympische Spelen van Mexico in 1968 de eerste Kenyanen verbluffend presteerden en hun verrichtingen daarna alleen maar frappanter werden, mocht, aanvankelijk sporadisch, ook een enkele vrouw zich naar elders begeven. De eerste was Chebchumba die als veertienjarige barrevoets de meest bizarre overwinningen behaalde maar twee jaar later onder sociale dwang een balling in eigen land werd. Ze werd bijzit in een traditionele gezin en diende haar utopie te vergeten.

Loroupe was al iets bevoorrechter en werd dat vooral door haar successen. Het was een kentering in de eigen cultuur dat ze de jonge Lopuyet zelf in Europa kon introduceren. Twee, drie maanden per jaar verblijven ze nu in andere continenten maar eigenlijk niet langer dan nodig is. Als ze voldoende premies en startgelden incasseren gaan ze maar al te graag terug. De familie, clan of stam in Kenya kan met hun geld vee en land aanschaffen. Lopers als Lopuyet vinden dat een eer, die een overwinning, vlak naast het Binnenhof, verre te boven gaat.

In Nederlandse gelederen wordt er niet zelden anders over gedacht. John Vermeule voelde zich al twee jaar geleden bedreigd door de internationalisering van het hardlopen, als gevolg waarvan steeds meer uitzwervende, asielzoekende dan wel vrijbuitende Afrikanen de prijzen wegkaapten. Ook gisteren weer sputterde hij daarover. Met René Godlieb, die uiteindelijk als eerste Nederlander eindigde, werkte hij tot ver in de CPC-loop samen omdat hij liever Godlieb dan een buitenlander op het podium zag staan.

Het gros van de Nederlandse toplopers heeft zijn bezwaren inmiddels laten varen en legt zich desnoods blijmoedig neer bij een ondergeschikte rol. Godlieb is in dat opzicht het prototype. Hij zal nooit zeuren over oneerlijke concurrentie; hij kwam gisteren in vijfde positie twee keer uitgelatener over de finish dan Lopuyet.

Maar enige frustratie bij de Nederlandse wegbereiders is niet onverklaarbaar. Twee jaar geleden ontstond eindelijk een wegcircuit, een reeks van 'klassiekers', die opgezet kon worden met een sponsor (Pickwick) die vorig jaar evenwel al weer afhaakte waardoor het sindsdien met de naam 'KNAU Run Classices' behelpen is.

Lopuyet kreeg gisteren als bonus voor zijn zege 1250 gulden. Vanwege de harde wind en het dronkemans-parcours was een parcoursrecord (1.00.24 van de Kenyaan Masya in 1993) uitgesloten. En dus ging de bonus van 2500 gulden hem ook voorbij. Het was kruimelwerk voor deze ranke, dynamische loper die voorlopig dan ook in het baan-circuit terecht hoopt te komen. Met één verpletterende tien kilometer tijdens een GP-wedstrijd zou hij een Richard Chelimo kunnen worden, of een Kipsubai Koskei.

De Kenyanen moeten in het gevlij komen bij de juiste bemiddelaars, dat is hun toekomst. Voor een deel hebben ze zich toevertrouwd aan de Duitser Volker Wagner, een leraar die in Detmold vakantiebungalows bezit. Hij heeft inmiddels ook een Nederlandse assistent, Frans Denissen, die de Afrikaanse lopers al even 'sociaal' vindt en zich daarom ondergeschikt maakt.

Het is voor Denissen, Wagner, Jos Hermens en al die andere managers die van onbesproken gedrag hopen te zijn, een eerste opdracht kwaliteit te leveren. Maar tè veel kwaliteit is ook weer ontluisterend. Zij het dan vooral met betrekking tot de Nederlandse verrichtingen. Ook de managers willen bij voorkeur strijd en scherpe concurrentie. En niet een superieure solo als van Lopyet.

'Hij is gewoon gewoon een klasse beter', zei Denissen gisteren over zijn passagier. Lopuyets voorsprong was voor geen misverstand vatbaar. Maar de bedoeling van zo'n City-Pier-City-is het niet. De organisatie die telkenjare weer twintigduizend lopers hoopt te verwelkomen maar die grens nog steeds niet heeft gehaald, wenst strijd tot het laatst. Benson Masya, een ander Kenyaan, onttrok zich daaraan in twee opeenvolgende jaren maar Lpoyet deed het opnieuw.

De CPC moet deugen, maar de pas 22-jarige Simon Lopuyet deugde te veel. Hij had een voorsprong van ruim een halve minuut op de volslagen onbekende Tanzaniaan Neema Tuuluway. In diens voetspoor trad de Kenyaan Sammy Maritim die vooral wilde presteren om een uitnodiging uit Rotterdam los te krijgen. Door het uitblijvan daarvan is de marathon van Wenen misschien nog een toevlucht.

Tijdens een vrijblijvend evenement als de CPC hebben noch Afrikanen noch Nederlanders vrij spel. In zekere zin is het voor beide groepen nog steeds een zaak van overleven. De wrevel van Vermeule is natuurlijk bekrompen. De Afrikanen hebben zijn status doen kelderen en hij moet zich nu telkens weer tevreden stellen met uiterst bescheiden klasseringen.

Bovendien heeft de KNAU hem gedumpt. Hij had nog vrede kunnen hebben met een degradatie, als voor een totaal nieuw beleid was gekozen, maar de weinige nieuwe talenten moeten het ook weer zelf uitzoeken. Desondanks werkte hij eendrachtig samen met Godlieb. In de achtervolging op Lopuyet moest op z'n minst één Nederlander op het podium komen. Het maakte hem eigenlijk niet veel uit of hij dat zelf zou zijn. Vermeule kan zeer onbaatzuchtig zijn en knorriger lijken dan hij is.

Tussen de Afrikanen was gisteren meer animositeit te zien en vooral in de omineuze nabijheid van het Scheveningse Kurhaus en casino. Simon Lopuyet durfde in die omgeving kennelijk blufpoker te spelen ten aanzien van Getaneh Tessema, die thans een van de bekendere asielzoekers in Nederland is en door de KNAU als een aanwinst wordt bestempeld voor de Nederlandse atletiek.

Niet dat hij Tessema zijn 'vlucht' uit Ethiopië misgunde of zou willen dwarsbomen. Maar hij wenste de loopzaken wel even duidelijk te maken. En zo ontstond het zeldzame tafereel dat Lopuyet al tamelijk vroeg in de wedstrijd vreemde slingerbewegingen ging maken teneinde Tessema te verwarren. De Ethiopiër zei naderhand dat hij op zijn hakken was getrapt en door Lopuyets omtrekkende bewegingen misleid was, maar het leek een nogal loos verwijt. Ingegeven door een aloude vete tussen Kenya en Ethiopië. Tenslotte betwisten die landen ook al jaren de heerschappij in de veldloop.

In de kern gaat een halve marathon als de CPC nergens om. Het is van oorsprong vooral een blijk van massale looplust. Maar zelfs bij dit soort gebeurtenissen gaan inmiddels de belangentegenstellingen de hoofdrol spelen. De Afrikanen hebben hun uiteenlopende contacten met belangenbehartigers, de Nederlanders zijn niet minder in kampen verdeeld.

Wim Verhoorn regelt met een beperkt budget het 'atletenveld' in Den Haag, en waarachtig was er ditmaal schijnbaar geen conflict met Michel Lukkien, de manager van Bert van Vlaanderen.

Maar Van Vlaanderen speelde met zijn stroeve lopen bepaald geen hoofdrol en werd slechts dertiende. Godlieb, ook uit de hofhouding van Lukkien, werd de beste Nederlander en verklaarde uitbundig zich gerevancheerd te hebben voor de Twintig van Alphen, toen hij als een amateur zijn 'singlet' was vergeten en zichzelf een wedstrijd lang vervloekte.

Het blijft samenstel van controverses, behoudzucht, winstbejag en wantrouwen waardoor de in getal zo bloeiende wegatletiek in saamhorigheid zo achterblijft. Een van de zelden of nooit geopperde oplossingen is om de vrouwen een steviger beleidsstem te geven. Carla Beurskens, de achtvoudig winnares van de marathon van Honolulu, werd gisteren opnieuw eerste Nederlandse. Ze werd letterijk overdonderd door het startschot maar wilde zich evenmin als Vermeule of de sterke Ten Kate afgeschreven. Ten Kate en zij wonnen de CPC beiden vier maal. Al zouden ze op hun laatste, zij het nog steeds krachtige benen lopen, dan nog zou de KNAU hun kennis beter kunnen benutten. Als het tenminste de bedoeling is om het Afrikaans geweld nog enigszins te weerstaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden