CPB: vertraagde verhoging AOW-leeftijd kost 1,5 miljard euro

Het langzamer verhogen van de AOW-leeftijd, waarbij die pas in 2025 op 67 jaar komt te liggen in plaats van 2021, kost de schatkist eenmalig ‘ruwweg’ 1,5 miljard euro. Dat laat het Centraal Planbureau desgevraagd aan de Volkskrant weten.

Ouderen op de 50+-beurs. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De kosten kan de overheid financieren door te bezuinigen op andere uitgaven of door lastenverzwaringen (bijvoorbeeld verhoging van de AOW-premie of de inkomstenbelasting). Het kabinet kan er ook op gokken dat het economisch tij blijft meezitten en dat er genoeg financiële meevallers zijn om de kosten op te vangen. 

Werkgeversorganisaties en vakbonden willen de snelle verhoging van de pensioenleeftijd afremmen. Dat staat in een ‘concept-akkoord pensioenen’ dat woensdag uitlekte via de Telegraaf. De sociale partners onderhandelen al drie jaar in de Sociaal Economische Raad (SER) over de inrichting van een nieuw pensioenstelsel. Het kabinet wil daar pas een knoop over doorhakken als de SER een advies heeft uitgebracht.

‘Alles of niets’

De sociale partners gaan in principe niet over volksverzekeringen als de AOW, maar schrijven in het concept-akkoord dat ze het kabinet een ‘alles of niets’-pensioenpakket willen presenteren: als minister Koolmees van Sociale Zaken niet instemt met het AOW-voorstel, willen ze geen deelakkoord sluiten over het aanvullend pensioen.

De laatste jaren stijgt de AOW-leeftijd met minstens enkele maanden per jaar. Het is nu 66 jaar, over drie jaar krijgen Nederlanders pas vanaf hun 67ste AOW en in 2022 en 2023 is dat al 67 jaar en drie maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd mee met de levensverwachting, waardoor hij volgens de recentste prognoses in 2060 uiteindelijk op 71,5 jaar uitkomt.

De vakbonden en werkgevers vinden dat die stijging veel te snel gaat. En zij niet alleen: De PVV, SP en 50Plus willen de pensioenleeftijd weer verlagen naar 65 jaar, Forum voor Democratie wil hem bevriezen op 66 jaar en Denk en de PvdA zijn voor een veel langzamere verhoging dan nu gebeurt. PvdA-leider Lodewijk Asscher vindt dat de AOW-leeftijd pas in 2030 67 jaar mag zijn. GroenLinks is wel voor verhoging van de pensioenleeftijd, maar vindt dat die gepaard moet gaan met ontziemaatregelen voor mensen met een zwaar beroep. En die is er nu niet.

Weerstand groeit

De maatschappelijke weerstand tegen de verhoging van de AOW-leeftijd lijkt de laatste tijd te groeien. Het gaat voor veel mensen wel erg snel, vooral voor degenen met zwaar werk en mensen die vlak voor hun pensioen zitten en de ingangsdatum van de oudedagsvoorziening steeds net een tikje zien opschuiven vlak voordat zij hem bereiken.

Dat werkgevers en vakbonden de stijging van de AOW-leeftijd willen vertragen, ligt voor de hand. Langzamere verhoging van de AOW-leeftijd is in beider belang. Werkgevers zien hun dure, oudere werknemers liefst zo snel mogelijk vertrekken. De werkloosheid onder 50-plussers blijft relatief hoog; een indicatie van hun impopulariteit bij werkgevers. De achterban van de vakbonden bestaat voornamelijk uit ouderen (ruim 70 procent van de vakbondsleden is 45 jaar of ouder). Dat is de groep die op korte termijn de dupe wordt van het snelle optrekken van de AOW-leeftijd.

In een eerdere versie van dit stuk stond dat het CPB tot een schatting van 10 miljard euro was gekomen. Dat is niet juist. Het moet 1,5 miljard zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.