CPB-directeur: 'Politiek staart zich blind op koopkrachtplaatjes, laat fixatie los'

Het kabinet en de Tweede Kamer moeten hun fixatie op koopkrachtplaatjes loslaten. Die oproep doet Laura van Geest, directeur van het Centraal Planbureau, dinsdag in de Volkskrant. Koopkrachtplaatjes spelen een grote rol in debatten over inkomens, maar zijn onnauwkeurig.

Beeld ANP

Toch probeert de politiek koopkrachtcijfers met één cijfer achter de komma te sturen. Dat 'wegpoetsen van minnen', stelt Van Geest, kost miljarden euro's, zorgt voor veel bureaucratie en voor een complex belastingstelsel.

Met haar CPB is Van Geest zelf de leverancier van koopkrachtplaatjes. Dinsdag komt de rekenmeester van het kabinet met de nieuwste. Met haar analyse hoopt Van Geest de politiek ervan te doordringen dat de waarde ervan beperkt is. 'In de koopkrachtplaatjes vind je geen baan, maak je nooit promotie, krijg je geen kinderen, ga je niet scheiden, ga je nooit met pensioen', aldus Van Geest. 'Je kunt met de koopkrachtplaatjes in de hand niet bepalen hoe je eigen portemonnee er volgend jaar uit gaat zien.'

Het CPB levert sinds een halve eeuw de cijfers die de effecten van het regeringsbeleid vertalen naar wat mensen werkelijk te besteden hebben. Maar de invloed van politieke besluiten op het inkomen is zeer klein. Veranderingen in individuele levens zoals scheiding en werkloosheid hebben juist de grootste invloed op de koopkracht, maar kunnen onmogelijk in 'het plaatje'. Daarbij is het ook steeds moeilijker geworden de zaken te voorspellen die er wel in zitten, zoals inflatie en algehele loonstijgingen.

Geen huishouden hetzelfde

Vroeger, toen werknemers hun hele leven in vaste dienst bij één werkgever bleven, was het makkelijk koopkrachtplaatjes maken. Het begon in 1968 met eentje van een fictieve werknemer met een doorsnee loon en twee kinderen. Twee jaar later maakte het CPB meer plaatjes, maar allemaal van werknemers - alleen hun inkomen verschilde.

Nu zijn er puntenwolken die de koopkrachtverandering van honderdduizenden echte huishoudens laten zien - ze tonen vooral dat geen huishouden hetzelfde is. Elke subgroep van een subgroep heeft inmiddels zijn eigen koopkrachtcijfer op tienden van procenten nauwkeurig. Dat er nu zoveel koopkrachtplaatjes zijn, is niet vreemd. Er zijn sinds 1968 allerlei typen werknemers bijgekomen, denk aan flexwerkers, zelfstandigen en jobhoppers. Bovendien is de politiek versnipperd geraakt. Veel partijen zijn in het bijzonder bezorgd om hun eigen doelgroep: hoe gaan we de koopkracht verbeteren van de eenverdiener, de gepensioneerde en zzp'er?

Zo is het koopkrachtplaatje op het Binnenhof uitgegroeid tot een populair instrument, een voornaam thema in elk begrotingsdebat. Afschaffing ervan, daar pleit CPB-directeur Van Geest niet voor. Volgens haar zijn de plaatjes zeer geschikt om onderling te vergelijken. De politiek kan ze goed gebruiken om het verschil in koopkracht tussen alle groepen niet te veel te laten oplopen. Sturen op een evenwichtige inkomensontwikkeling, noemt het CPB dat.

Het tegenovergestelde is het met tienden van procenten sturen op het koopkrachtcijfer voor een specifieke groep. Zolang dat cijfer maar niet onder de nul komt, signaleert Van Geest. Maar dat 'wegpoetsen van minnen' kost miljarden en dan nog is de uitkomst door al zijn beperkingen onzeker. Bovendien heeft het bijsturen van de plaatjes een niet in geld uit te drukken prijs, vindt Van Geest: 'Een ingewikkeld stelsel van belastingen, premies en toeslagen.'


Met koopkrachtplaatjes in de hand kun je niet bepalen hoe je eigen portemonnee er volgend jaar uit gaat zien

Koopkrachtcijfers spelen in de politiek een grote rol. Veel aandacht en actie. Maar wat koop je ervoor, vragen Laura van Geest en Patrick Koot zich af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.