Interview

CPB-directeur Pieter Hasekamp: elke uitgave heet in Den Haag nu een ‘investering’

Pieter Hasekamp, directeur Centraal Planbureau: ‘Al vóór corona stonden we voor grote maatschappelijke opgaven, zoals de tweedeling op de arbeidsmarkt.’	 Beeld Jiri Büller
Pieter Hasekamp, directeur Centraal Planbureau: ‘Al vóór corona stonden we voor grote maatschappelijke opgaven, zoals de tweedeling op de arbeidsmarkt.’Beeld Jiri Büller

Hij was amper begonnen als directeur van het Centraal Planbureau, of Pieter Hasekamp kreeg de coronacrisis op zijn bord. Nu die brand bijna geblust lijkt, moeten we vooruit kijken, zegt hij. ‘Voor veel dingen geldt dat je niet per se terug wilt naar hoe het was.’

Op 2 maart 2020 trad Pieter Hasekamp (55) aan als nieuwe directeur van het Centraal Planbureau. Twee weken later ging Nederland voor het eerst in lockdown. De voorjaarsraming die hij op zijn tweede werkdag aan de pers had gepresenteerd kon de prullenbak in. Zijn nieuwe collega’s leerde hij in de maanden daarna voornamelijk via beeldschermpjes kennen. ‘Ik kwam binnen en moest direct uitzoeken hoe ik een organisatie vanuit huis kon runnen.’

Tegenwoordig is hij af en toe op kantoor te vinden. De drie planbureaus (naast het CPB ook het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving) zijn gehuisvest in het voormalige ministerie van Landbouw, Handel en Nijverheid aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. Het economisch planbureau, het oudste van de drie, bestond afgelopen najaar 75 jaar. Ook dit lustrum werd noodgedwongen sober, want digitaal gevierd.

Hoe kijkt u terug op uw debuutjaar?

‘Het was een raar, maar ook heel interessant jaar. Onze vaste ramingen zijn met veel meer onzekerheid omgeven dan normaal. Ook moeten we nadenken over wat de pandemie structureel aan onze economie verandert. Door corona moeten we ons over heel nieuwe vraagstukken buigen. Het is leuk om daarover na te denken.

‘Nu de coronabrand bijna geblust lijkt, moeten we weer naar de lange termijn gaan kijken. Kortetermijnmaatregelen, zoals het repareren van onderwijsachterstanden en de schade in het bedrijfsleven, moeten we combineren met langetermijndoelen. Al vóór corona stonden we voor grote maatschappelijke opgaven, zoals de tweedeling op de arbeidsmarkt en het klimaatprobleem. We moeten die thema’s in een nationaal herstelplan betrekken.’

De plannen voor een ‘nationaal herstelplan’ van het demissionaire kabinet lijken vooralsnog niet verder te reiken dan 2,5 jaar.

‘Nationaal herstelplan… een mooie term waarin iedereen kan lezen wat hij wil. Nogmaals: als je op de korte termijn dingen gaat doen, moet je die wel afstemmen op de toekomst. Anders ben je alleen maar bezig met restauratie en geef je visieloos geld uit. Dan breng je alles terug in de oude staat, maar dat is niet per se de optimale uitkomst. Wat betekent de versnelde opkomst van het webwinkelen voor de detailhandel? Wat betekent de toename van het aantal pakketbezorgers voor de mobiliteit in binnensteden? Wat betekent de gewenning aan thuiswerken voor het openbaar vervoer? Voor al die dingen geldt dat je niet per se terug wil naar hoe het was.’

Dat KLM staatssteun krijgt zonder dat de politiek daar milieueisen aan verbindt, valt niet overal in goede aarde.

‘Dat is ook zo’n voorbeeld. Dat er in de beginfase is gezegd: we stellen niet al te veel voorwaarden aan de steun, was denk ik goed te begrijpen. Als je een brand aan het blussen bent, moet je misschien geen discussies voeren over de kwaliteit van het bluswater. Maar zodra je in een andere fase komt, moet je die vraag wél stellen. Hoe moet het verder met KLM? En niet alleen met de luchtvaart, maar ook met het openbaar vervoer, de detailhandel en de kantorenmarkt. Allemaal vraagstukken waar je antwoorden op moet formuleren.’

U vreest dat de rekening van de coronacrisis naar de jongeren zal gaan. Waarom?

‘Bij hen hopen veel sociale, economische en psychologische effecten zich op. De leerachterstanden zijn opgelopen als gevolg van de scholensluitingen. Het gevaar bestaat dat de huidige kinderen en jongeren daar hun hele leven last van houden. De werkloosheid is bijna uitsluitend opgelopen bij mensen met een tijdelijk contract. Dat zijn vooral jongeren. Schoolverlaters worden relatief zwaar getroffen. In het praktijkonderwijs zijn stages uitgevallen. Verder blijkt uit SCP-onderzoek dat het sociaal en psychisch welbevinden van jongeren het meest onder de pandemie heeft geleden. De overheidsschuld is fors opgelopen en ook dat is nadelig voor jongeren. Wij maken ook sommetjes over het profijt voor verschillende generaties. Dan zie je dat de jongeren in de toekomst de prijs van de opgelopen staatsschuld gaan betalen, terwijl de huidige generaties van de extra uitgaven profiteren.’

Heeft u het dan over de kosten van de coronasteun?

‘Dan heb ik het over de uitgangspunten van de verkiezingsprogramma’s, want de meeste partijen verhogen de uitgaven ook in de komende kabinetsperiode. Dat is niet erg, mits die uitgaven ook ten goede komen aan toekomstige generaties. Als je dat geld goed besteedt, kan het echt een investering in de toekomst zijn. Maar inmiddels heet zowat elke uitgave een investering. Terwijl dat niet altijd zo is. Als je bedrijven in de lucht houdt die straks niet levensvatbaar blijken, is dat geen goede investering.’

Ondertussen is er massieve overheidssteun verleend aan bedrijven, maar gaan de winsten straks weer naar bonussen voor topmannen als Ben Smith van Air France-KLM. Of naar aandeelhouders in de vorm van dividend.

‘De overheid heeft in deze crisis als een soort schadeverzekeraar gefungeerd. De hele inkomensdaling van vorig jaar is eigenlijk opgevangen door de overheid. Dus het bedrijfsleven, maar ook wij als burgers, hebben als collectief niets gemerkt van de crisis. Dan heb ik het natuurlijk over een gemiddelde. Er zijn wel degelijk bedrijfstakken en mensen – zzp’ers, ondernemers, maar ook mensen met een tijdelijk contract – die er wél onder geleden hebben. Maar daar staan dus anderen tegenover die hebben geprofiteerd.’

De verliezen, de kosten van de crisis, zijn gesocialiseerd. De winsten zijn straks weer privaat. Dat vergroot de sociale ongelijkheid.

‘Ja, dat klopt. Van bedrijven waarmee het ook tijdens de crisis prima is gegaan, mag je misschien wel iets terugvragen. Bijvoorbeeld via de winstbelasting. Vanuit budgettair oogpunt is er nu geen reden de lasten te verhogen, of te bezuinigen. Maar vanuit sociaal oogpunt moet je wel nadenken – niet misschien volgend jaar, maar wel de komende kabinetsperiode – hoe je omgaat met die ongelijke lastenverdeling. Je zou de lasten op arbeid iets kunnen verlichten, maar wat zet je daar dan tegenover? Misschien belastingen op milieuvervuiling, of een hogere winstbelasting?’

Die toenemende sociale ongelijkheid, waarom is dat eigenlijk een probleem?

‘Om meerdere redenen, maar economisch gezien gaat het ten koste van de ontwikkelingsmogelijkheid van mensen. Sociale ongelijkheid vertaalt zich in kansenongelijkheid. In het onderwijs doen kinderen van ouders met een lagere opleiding en een lager inkomen het gewoon minder goed. Dat betekent dat die kinderen niet volledig tot ontplooiing komen en dat er minder menselijk kapitaal wordt opgebouwd. Dat schaadt uiteindelijk de economie.’

U zegt: onderwijs is belangrijk voor de economie. Waarom kennen de rekenmodellen van uw eigen CPB dan geen waarde toe aan investeringen in onderwijs?

‘Terechte vraag. In onze modellen is er inderdaad geen duidelijke relatie tussen investeringen in onderwijs en economische groei op langere termijn. Maar wij zijn altijd de eersten om te zeggen: dit zijn de cijfers, maar lees ook het verhaal eromheen. Bijna alle partijen hebben in hun verkiezingsprogramma gekozen voor extra investeringen in onderwijs. Dus ze zijn blijkbaar niet afgeremd door het feit dat die uitgave in onze doorrekeningen, Keuzes in Kaart, niet echt wordt ‘beloond’.’

Dat Nederland zo’n complex belastingstelsel heeft, wijt CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt mede aan de rekenmodellen van het CPB. De politiek gaat daardoor aan allerlei knopjes draaien om bepaalde kiezersgroepen te bedienen.

‘Dat herken ik, alleen komt dat vooral door de manier waarop de politiek met onze modellen omgaat. Tegen de politiek zeg ik: verabsoluteer die cijfers niet. Het heeft echt geen zin om op de komma te sturen. Maar het is ook niet zo dat cijfers helemaal níét belangrijk zijn. De koopkrachtplaatjes van het CPB hebben eraan bijgedragen dat de secundaire inkomensverdeling in Nederland, dus na herverdeling, relatief gelijkmatig is. Doordat we elk jaar controleren of er geen groepen buiten de boot vallen.’

Als je verkiezingsprogramma’s niet doorrekent, kunnen politici hun kiezers ongestraft het paradijs beloven.

‘Ja, die doorrekening dwingt partijen concreet te zijn over wat ze nou precies willen en biedt inzicht in de afruilen die daar vervolgens bij horen. Want je kunt de kiezer inderdaad niet álles beloven. Je kunt niet zeggen: iedereen gratis bier, of: hier zijn de gouden bergen. Een doorrekening van verkiezingsprogramma’s helpt om het politieke debat op feiten, in plaats van op wensdenken, te baseren.’

Dit is mogelijk niet de laatste pandemie. Gaan jullie een pandemiemodel ontwikkelen?

‘Daar gaan we zeker over nadenken. Het grappige is: iedereen wist dat er een keer een pandemie zou komen. Hij kwam alleen in een andere gedaante dan verwacht. Iedereen dacht dat de economie een klap zou krijgen doordat iedereen ziek zou worden en niet meer zou kunnen werken. Want zo ging het bij de Spaanse griep en de Hongkonggriep. In Parijs reed geen metro meer, omdat de helft van de metrobestuurders ziek thuis zat. Dit keer gooide de overheid uit voorzorg de hele economie op slot. Dat scenario zag niemand aankomen. Dus elke keer gaat het toch weer anders. Desondanks is het goed om na te denken hoe we ons kunnen voorbereiden op de volgende pandemie.’

CV Pieter Hasekamp

1965 Geboren in Leiden

1983-1989 Algemene economie, Erasmus Universiteit, Rotterdam

1989-1993 Studie aan het European University Institute in Florence, daar gepromoveerd

2004-2008 Directeur zorgverzekeringen van het ­ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

2008-2015 Algemeen directeur bij Zorgverzekeraars Nederland (ZN)

2015-2020 Directeur-generaal Fiscale Zaken bij het ministerie van Financiën

2020-heden Directeur van het Centraal Planbureau

Hasekamp woont in Den Haag, is getrouwd en heeft een zoon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden