Cowboys op een missie

Met een vijfkoppige prio-staf gaat wethouder Lodewijk Asscher de problemen op de Amsterdamse basisscholen te lijf. Maar het strijdplan is complex....

Dat het onderwijs op te veel basisscholen in Amsterdam slecht is, dat wist onderwijswethouder Lodewijk Asscher natuurlijk wel. Daarover zat hij juist te vergaderen met een tiental medewerkers, op die maandagochtend begin oktober.

Maar als Hans van Dael zijn bevindingen vertelt, is hij zichtbaar geschokt. Van Dael is oud-inspecteur van het onderwijs en één van de drie experts die door Asscher zijn ingehuurd om te helpen de problemen op te lossen. Meteen na de zomer is dit drietal aan de slag gegaan, en nu rapporteren ze wat ze aantroffen.

Van Dael beschrijft een willekeurige school: ‘Daar heeft 65 procent van de leerlingen een achterstand van één à twee jaar met rekenen. Ik heb achterin een klas gezeten, en dan zie je dat een aantal kinderen helemaal niets doet. Die zijn opgegeven.

‘De leerkracht zie je worstelen. Hij geeft een som op, en de leerlingen gaan door elkaar heen roepen wat voor oplossingsstrategieën er allemaal mogelijk zijn. Sommige leerlingen komen met zulke bizarre oplossingen, die leerkracht begrijpt niet eens wat er allemaal gezegd wordt. Slechts op een paar leerlingen kan hij ingaan.’

Van Dael vat samen: ‘Ik heb een rekenles gezien met rendement nul, maar die leerkracht heeft zich het schompes gewerkt.’

Asscher mompelt: ‘Ik word hier verschrikkelijk somber van’, maar Van Dael is nog maar net begonnen. ‘Ik heb de directeur van die school gevraagd: weet jij wat zich in die klas afspeelt? Zegt die directeur: dat hoef ik niet te weten want ik vind dat de leerkrachten autonoom zijn.’ In de zaal wordt met afgrijzen gereageerd.

Maar de Onderwijsinspectie, die houdt de kwaliteit toch in het oog, vraagt iemand. ‘De Onderwijsinspectie constateert alleen dat dingen niet goed gaan. Die zegt nooit waardoor het komt. En die school is niet in staat zelf het probleem te analyseren.

En de schoolbegeleidingsdienst dan, vraagt een ander. Die stelt de school echt geen kritische vragen, zegt Van Dael, want die moet aan zijn marktpositie denken en dus zijn opdrachtgever met zachtheid behandelen.

Het zijn schokkende verhalen van Van Dael, maar het is precies wat zijn publiek wil horen. Want dit is geen gewone vergadering van een wethouder met wat ambtenaren, dit is een vergadering van de prioriteitenstaf van Lodewijk Asscher, een nieuw verschijnsel in het bestuur van de stad.

Helemaal zelf bedacht heeft hij het niet. Een boek over Tony Blairs ‘Delivery Unit’ inspireerde hem (net als premier Balkenende, die het uitdeelde aan al zijn ministers). Dat was een kleine groep ambtenaren die dwars door bureaucratische muren heen mocht om de prioriteiten van de Britse premier te bereiken.

Toen Asscher in het voorjaar van 2008 naast zijn wethoudersportefeuilles voor Economische Zaken en Financiën ook die van Jeugdzaken en Onderwijs erbij kreeg, wilde hij dat ook: geen nota’s schrijven maar de handen uit de mouwen en de problemen oplossen.

Zijn prioriteiten zijn het voortijdig schoolverlaten, leesonderwijs, multiprobleemgezinnen en de kwaliteit van het voortgezet onderwijs. Maar de grootste prioriteit krijgt het bestrijden van slechte basisscholen. In 2010 zouden alle scholen af moeten van hun predicaat ‘zeer zwak’.

Asschers ‘prio-staf’ bestaat uit vier man plus hemzelf, en die vijf nodigen al die ambtenaren en betrokkenen uit die zij nodig vinden. Asscher zelf is er bijna altijd, want: ‘Als je wilt laten zien dat je iets belangrijk vindt, moet je er zelf veel energie in steken.’

De centrale figuur in de prio-staf is Kees Loef, volgens Asscher ‘een rare vrije vogel’, maar wel ‘een creatieve’. Loef, politicoloog, verdiende zijn sporen ondermeer bij het op de agenda zetten van de Marokkaanse jeugdcriminaliteit, al vér voor Fortuyn: 1988. In de westelijke tuinsteden en in de Diamantbuurt blonk hij uit door ambtelijke conventies aan zijn laars te lappen. Hij houdt van korte zinnen: ‘Geen gezever over bevoegdheden. Handen uit de mouwen.’

Gas geven
Wie bij de prio-staf wordt uitgenodigd, moet meedoen, niet tegenwerken. Een wetenschapper zegt tijdens een vergadering iets te vaak ‘ja maar...’. Loef: ‘Die komt er niet meer in. Die trapt op de rem, en we moeten gas geven.’

De informele sfeer is heel belangrijk. Normaal moeten de ambtenaren stukken schrijven ter voorbereiding van een vergadering met de wethouder, maar niet in de prio-staf. Ambtelijke stukken leggen het denken vast, en Asscher wil juist discussiëren, bewegen. ‘Zij moeten risico kunnen nemen, ze moeten hun boekje te buiten kunnen gaan. Als ze niet kunnen vertrouwen op de steun van de wethouder, kun je dat niet van ze vragen.’

Asschers strijdplan tegen slechte scholen is complex. Alle 33 slechte scholen kregen hulp van de gemeente aangeboden. Die zaten echter niet te wachten op bemoeienis van de gemeente, maar daar had Asscher op gerekend. Hij had een lokkertje voor ze klaar. Scholen die meedoen, kunnen een subsidie krijgen die, afhankelijk van de draagkracht van het schoolbestuur, kan oplopen tot 1,6 ton in twee jaar.

Met dat geld kunnen ze adviseurs inhuren, boekjes kopen of leerkrachten bijscholen. In het najaar overwoog Asscher zelfs een stap verder te gaan en ook de kosten van outplacement voor hopeloze leerkrachten en schoolleiders te betalen, maar voor die stap deinsde hij terug.

Begin september 2008. Asscher legt uit wat hij gaat doen. Hij klinkt bijna missionair. ‘Je kunt toch niet aanvaarden dat zo veel kinderen slecht onderwijs krijgen. Scholen hoeven aan niemand verantwoording af te leggen. Ook niet aan ouders. Veel ouders vinden de weg wel, maar Marokkaanse ouders bijvoorbeeld niet. Moet je dan wachten tot er Marokkaanse ouders zijn die het schoolbestuur vertellen wat ze ervan vinden dat de school niet functioneert? Wie moet het anders opnemen voor die kinderen?’ Zijn antwoord is duidelijk: hij, want: ‘Het allerallerallerbelangrijkste wat er is, zijn kinderen.’

Hij wil, niet gestoord door media of gemeenteraad, zijn plan ontwikkelen. ‘Als ik meteen een heel plan bij de gemeenteraad indien, moet ik me daaraan houden. Als ik dat niet doe, kan ik tijdens het proces leren, veranderen’, zegt hij. Daarom moest er maandenlang ‘onder de radar’ worden gewerkt. Pas deze week lichtte hij de gemeenteraad in over zijn aanpak.

De prio-staf bereidt zich voor op zware tegenstand van de scholen. De sfeer is als bij de start van een spannende wedstrijd. Kees Loef vindt het prachtig. Hij houdt van die uitdrukking ‘onder de radar’, hij gebruikt hem vaak.

Buitenspel
Loef wil ‘bureaucratische hangjassen’ buitenspel zetten. Scholen voor het blok zetten. Een ‘coalition of the willing’ smeden. Allemaal termen die ruiken naar strijd. ‘De kans van slagen is minimaal’, zegt hij, maar hij straalt erbij, want hij wil niets liever dan strijd. Hij kan haast niet wachten.

Asschers politiek assistent Julia Wouters deelt in het gevoel. ‘Wij zijn cowboys.’ Cowboys op een missie.

Hans van Dael heeft wel een idee waarom Amsterdam met meer problemen zit dan andere gemeenten. De alom geprezen vrijheidszin van de Amsterdammers is er één van, denkt hij. ‘Scholen zijn hier zeer autonoom. Het bestuur of de bovenschoolse manager bemoeit zich nauwelijks met een school. En binnen de school is de leerkracht autonoom. Er bestaat nauwelijks een cultuur van verantwoording afleggen.’

Asscher vreest die autonomie, rekent op verzet. ‘Als er een paar scholen meedoen, gaat er misschien een vliegwiel werken en doen de anderen ook mee’, zegt hij. De prio-staf zoekt onconventionele tactieken. Loef suggereert de scholen die moeilijk doen domweg links te laten liggen. ‘Dan steunen we toch alleen de openbare scholen? Die willen wel meedoen, dan zoeken die andere het maar uit.’

Zelf masseerde hij schoolbestuurders. ‘Ik was bij een bijeenkomst met schoolbesturen waar ze toch weer de problemen gingen relativeren. Ik vroeg: wie van jullie zou zijn kind naar deze school sturen? IJzige stilte.’

Maar in januari is er van verzet van besturen of scholen vrijwel niets meer te vinden. Het expertteam zegt het, de prio-staf zegt het, Asscher zegt het. Die denkt dat het verzet is ‘gesmolten’ dankzij de deskundigheid van de drie experts.

‘In veel scholen waren de schoolleiders en leerkrachten het eens met de experts. Die teams gingen tegen hun bestuur zeggen: deze aanpak moet wel wel doorgaan.’

Maar René Peeters, voorzitter van de Federatie Openbaar Onderwijs Amsterdam, denkt dat een andere factor cruciaal is geweest. ‘Het gaat nu beter omdat het openbaar onderwijs eindelijk is verzelfstandigd. Dat is een veel belangrijkere ontwikkeling dan de kwaliteitsaanpak van de gemeente.’

De verzelfstandiging van het openbaar onderwijs was in veel gemeenten al in de vorige eeuw geregeld, maar in Amsterdam pas op 1 januari 2008. Tot die tijd was het versnipperd over de deelgemeenten. Nu pas begint het zich te ontwikkelen tot een gelijkwaardige gesprekspartner.

Vijf stichtingen, waaronder de AWBR van Peeters, hebben zich verenigd in de federatie waarvan Peeters voorzitter is. ‘Wij zijn ongeveer de helft van het Amsterdamse basisonderwijs’, zegt Peeters zelfbewust.

Binnen zijn eigen AWBR zijn sinds de verzelfstandiging zes van de zeventien schoolleiders vervangen. Hij wil maar zeggen: voor ingrijpen had hij die drie experts van de gemeente niet nodig. Hij heeft ze zelfs een keer tot de orde moeten roepen. ‘Een van mijn scholen wilde zich ontwikkelen richting Dalton-onderwijs. Het expertteam zag dat niet zitten. Toen heb ik duidelijk een grens gesteld: de gemeente heeft met die signatuur niets te maken. Dat hebben ze geaccepteerd.’

Hoe dan ook: de vaart lijkt er in te zitten. 19 van de 24 deelnemende basisscholen hebben nu goedgekeurde verbeterplannen. Zij kunnen aan de slag. Zeven andere scholen hebben zich gemeld, vrucht van een wervingscampagne waarbij de drie experts de gemeentelijke aanpak toelichten.

Zelfs als alles loopt zoals het moet, heeft Asscher aan deze ambtsperiode niet genoeg om het lek boven te krijgen. Maar hij is niet van plan de zaak meteen maar aan een opvolger over te geven. Want als hij voor een volgende termijn wordt gevraagd, wil hij graag weer onderwijs. Vanwege die kinderen. ‘Zij zijn de reden dat ik in de politiek zit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden