Couturier Hubert de Givenchy was blij met zijn pensioen: 'Er is geen mode meer'

Hubert de Givenchy (1927 - 2018)

Couturier Hubert de Givenchy is op 91-jarige leeftijd in zijn slaap overleden, meldt de Franse krant Le Figaro. In 2016 spraken we hem over zijn pensioen, over de stijl die het wereldberoemde modemerk Givenchy nu heeft (en die hem maar matig beviel) en over zijn muze Audrey Hepburn.

Hubert de Givenchy. Foto Els Zweerink

Hubert James Marcel Taffin de Givenchy ontvangt thuis, in zijn stadspaleis in Rue de Grenelle. De 89-jarige modeontwerper is een en al hoffelijkheid, alsof hij zo uit de jaren vijftig komt. Met zijn twee meter is hij opvallend lang voor een Fransman, maar hij is niet lomp; hij komt uit een aristocratische familie en zo ziet hij er ook uit. Een bediende in het wit zorgt voor koffie terwijl Givenchy gaat zitten. Zijn huis is gigantisch, vergelijkbaar met Hotel d'Avary, de residentie van Nederland in Parijs, die bekend werd als decor van de film Intouchables. Een indrukwekkende entree, een diepe tuin, een woonkamer met bijzondere meubels; hij was een van de eersten die zich richtten op de meubelen van André-Charles Boulle, de beroemde meubelontwerper uit de zeventiende eeuw die naam maakte als hofleverancier van Lodewijk XIV. Givenchy heeft mettertijd een indrukwekkende verzameling aangelegd, waarvan hij inmiddels een deel heeft geveild.

We zitten op met groen fluweel beklede stoelen als de gepensioneerde modeontwerper - hij verkocht zijn bedrijf in 1988 aan LVMH en ging in 1995 met pensioen - van wal steekt. Een duidelijke dictie, keurige volzinnen, Franse woorden waarbij ik soms om uitleg moet vragen. Givenchy wijst naar het fluweel. 'Materialen zijn altijd mijn belangrijkste uitgangspunt geweest. Een goed ontwerp begint met materiaalkennis. Je moet weten wat een stof doet, hoe die valt en beweegt, pas dan kun je ermee uit de voeten als modeontwerper.' Het fluweel kreeg hij in de vingers toen hij op zijn zeventiende - hij groeide op in Beauvais, ten noorden van Parijs - als stagiair begon bij Jacques Fath. Fath kleedde destijds de vermogende hippe voorhoede van Parijs en zijn bestsellers waren elegante fluwelen avondjurken. Na zijn stage bij Fath ging Givenchy aan de slag bij Robert Piguet, Lucien Lelong en vervolgens bij Elsa Schiaparelli. 'Ik heb veel kunnen leren van de couturiers voor wie ik heb gewerkt. Ik wilde per se de mode in, dus ik was erg gedreven. Ik was als een spons toen ik begon en ik ben altijd blijven leren.'

In 1952 opende hij zijn eigen modehuis, in Rue Alfred de Vigny in Parijs. Zeven jaar later verhuisde hij naar de chique winkelstraat Avenue George V, tegenover het atelier van Cristóbal Balenciaga. Hij is groot geworden in een tijd dat mode nog iets voor de elite was. Zijn shows waren een exclusief gebeuren, slechts toegankelijk voor een handjevol genodigden. In 1954 was hij een van de eerste ontwerpers die een eigen prêt-à-portercollectie presenteerden. De kleding van Givenchy Université werd in Parijs gemaakt op machines die hij uit Amerika had laten komen. Zijn stijl is herkenbaar: hij gaat uit van de stof, van hoe die valt. Weinig prints, een uitgesproken silhouet en effen kleuren zoals rood, wit, blauw en zwart. 'Kleren moeten goed gesneden en van binnen net zo mooi als van buiten zijn. Ik hou van kleding die er simpel uitziet. Niemand hoeft te weten hoeveel werk er in een kledingstuk zit. Alleen de drager moet het direct voelen', zegt Givenchy.

Foto Els Zweerink

CV

1927 2 februari, geboren in Beauvais
1944 studie aan École Nationale Supérieure des Beaux-Arts in Parijs, stage bij ontwerper Jacques Fath
1952 opent zijn eigen modehuis
1953 ontwerper Cristóbal Balenciaga ontfermt zich als mentor over hem
1953 ontmoet Audrey Hepburn. Zij draagt zijn kleding in de film Sabrina.
1954 presenteert eerste prêt-à-portercollectie
1957 lanceert zijn eigen parfumdivisie
1973 brengt eerste mannencollectie uit
1988 verkoopt zijn bedrijf aan luxeconglomeraat LVMH
1995 presenteert zijn laatste collectie (en wordt opgevolgd door John Galliano)

1. Audrey Hepburn

'De expositie in het Gemeentemuseum Den Haag is een ode aan Audrey. Ze had een bepaalde elegantie en een soberheid die très très chic was. Voor mij was ze als een zus, onze verhouding is een platonische lovestory. Ik ken niemand zoals zij: ze had de look, maar ze was ook bijzonder vriendelijk, loyaal, lief, moedig. Ik heb haar leren kennen dankzij mijn vriendin Gladys de Segonzac, haar man werkte bij Paramount Pictures. Toen zij vertelde dat 'Miss Hepburn' langs wilde komen, was ik in de veronderstelling dat het om Katharine Hepburn ging. Van Audrey had ik nog nooit gehoord. Maar ik vond haar direct bijzonder. Al zag ze er helemaal niet uit als een filmster toen ze voor mijn deur stond: ze droeg een smalle broek, platte schoenen, een T-shirt en een strooien hoed met een lint.

'Ze zocht kleding voor haar rol in de film Sabrina, maar ik had geen tijd om in samenspraak met haar een filmgarderobe te ontwerpen, ik was druk bezig met mijn aankomende show. Dat probeerde ik haar uit te leggen, maar ze bleef volhouden dat ze per se iets van mij wilde dragen. 's Avonds ben ik met haar gaan eten in een bistro, hier verderop in Rue de Grenelle. Daar hebben we afgesproken dat ze de volgende dag terug zou komen. Ik heb haar toen voorgesteld om een aantal stukken uit de prêt-à-portercollectie te selecteren. Ze koos voor een grijs mantelpakje, een witte, strapless japon met zwarte bloemen en een afneembare sleep en een zwart cocktailjurkje met een hoge boothals, op de schouders bijeengehouden met strikjes. Die zijn met haar mee naar Hollywood gegaan en ze waren allemaal te zien in de film. Maar in plaats van mijn naam, stond op de aftiteling de naam van Edith Head van de kostuumafdeling van Paramount.

'Audrey was furieus en heeft direct een contract laten maken waarin stond dat ik voortaan al haar jurken zou maken. Dat ze zo'n grote ster is geworden, heeft veel invloed gehad op mijn werk. Zonder haar was mijn carrière niet hetzelfde geweest.'

Audrey Hepburn. Voor de film Sabrina koos zij stukken uit de collectie van Hubert de Givenchy. Foto Sunset Boulevard/Getty

2. Honden

'Ik heb altijd twee of drie honden gehad. Nu niet meer, ik word te oud om met grote honden door de stad te lopen. Labradors en windhonden, die had ik altijd. Mooie honden vind ik dat; ze zijn lekker groot en gestroomlijnd. Ik houd van honden omdat ze zo puur zijn. Dat vind ik ook een belangrijke eigenschap in mensen: dat ze dicht bij zichzelf blijven. In mijn tijd kon dat nog wel in de modewereld. Nu wil ik niet oud en verbitterd klinken, maar ik heb het idee dat dat tegenwoordig steeds moeilijker is. De functie van mode is erg veranderd in de afgelopen jaren: het gaat nu allemaal om imago.

'Ik nam mijn honden in het weekend altijd mee naar mijn huis buiten de stad, in de Loire Vallei. Dat is ongeveer 30 kilometer van Parijs, je bent er vrij snel en er is veel ruimte. De honden konden los in mijn tuin lopen. Behalve van honden, hou ik van tuinieren en de natuur. In de natuur kom ik tot rust. Tuinieren vind ik een prettige vorm van ontspanning, al doe ik het vanwege mijn leeftijd allang niet meer zoveel als vroeger.'

Foto Harry Cock
Foto Els Zweerink

3. Tekenen

'Ik teken nog altijd erg veel. Het is een goede therapie: tekenen houdt me jong. Tien jaar geleden ben ik geopereerd aan mijn ogen, sindsdien is lezen en televisie kijken erg vermoeiend geworden. Daarom teken ik liever, daar word ik rustig van. Wat ik teken? Voornamelijk jurken en vrouwen.

'Met mijn tekeningen haal ik herinneringen op aan mijn tijd als couturier. Drie jaar geleden heb ik een boek uitgegeven met tekeningen van Audrey: To Audrey with Love. Maar ik teken ook weleens dingen die niets met mode te maken hebben. De planten in de tuin of gewoon wat losse krabbels van de meubels om me heen of de mensen op straat.'

4. Séparables

'Mode moet voor mij modern en elegant zijn. Daarom heb ik tijdens mijn eerste show een aantal séparables geïntroduceerd: lichte rokjes en blouses met kleine pofmouwen, die je gemakkelijk onderling kunt combineren. Mijn uitgangspunt is altijd hetzelfde gebleven: een vrouw moet er goed uit kunnen zien zonder dat ze daar vreselijk veel moeite voor hoeft te doen.

'Mijn eerste serie séparables was gemaakt van ruw katoen, dat was tamelijk revolutionair want die stof werd tot die tijd alleen gebruikt voor de pasbeurten van modellen. Mij leek het heel geschikt voor dagelijks gebruik, omdat katoen een beetje stug is en mooi valt. De séparables hebben mij veel aandacht van de pers opgeleverd en zijn mijn handelsmerk geworden.

'Casual chic, zo werd mijn stijl door journalisten genoemd, en met die typering kan ik me nog steeds prima identificeren. Ik heb later ook séparables in andere materialen gemaakt, zoals tricot. Een favoriet materiaal heb ik niet; alle stoffen zijn me even lief.'

Bettina Graziani in een séparable van Hubert de Givenchy, 1952.

5. Kranten

'Ik vind het belangrijk om bij te blijven, ook al kost het lezen van de kranten me veel moeite en kom ik steeds vaker bekende namen tegen tussen de overlijdensadvertenties. Maar ik wil weten wat er speelt in Frankrijk en de rest van de wereld, dus ik neem dagelijks de tijd om Le Monde door te nemen. De wereld van nu is compleet anders dan de wereld waarin ik ben opgegroeid. Dat vind ik lastig. Er is zoveel oorlog, zoveel tristesse.

'De vluchtelingenproblematiek vind ik erg aangrijpend. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om maandenlang op de vlucht te zijn en dan weggekeken te worden bij aankomst. Ik vind dat onterecht en ik ben van mening dat de Franse regering veel kansen laat liggen en dat veel mensen ontzettend egoïstisch zijn. Je kunt niet onverschillig staan tegenover de ellende die nu in de wereld speelt. Ik geef ruimhartig aan goede doelen en hoop zo iets bij te dragen. Helaas heb ik geen betere oplossingen paraat.'

6. Mijn moeder

'Toen ik jong was, was het op zijn zachtst gezegd niet gangbaar als jongen de ambitie te hebben om modeontwerper te worden. Een groot deel van mijn familie dacht daarom dat ik een verloren man was. Maar mijn moeder heeft me altijd gestimuleerd om te doen wat ik graag wilde doen. Daar ben ik haar erg dankbaar voor, want mijn werk heeft me enorm verrijkt.

'Ik ben overal geweest, ik heb geweldige mensen ontmoet, zoals madame Grès en monsieur Balenciaga, twee grote couturiers tegen wie ik als kind erg opkeek. Balenciaga heeft zelfs een van zijn beste klanten naar mij door verwezen toen hij stopte: madame Bunny Mellon, een bijzondere en schatrijke dame met een geweldige stijl. Dankzij haar heb ik veel over moderne kunst geleerd, want ik ging vaak met haar mee als ze kunst ging kopen. In het Spaanse Museo Balenciaga is volgend jaar een overzichtsexpositie van haar garderobe te zien, een aanrader.'

7. Marni

'Ik ben blij dat ik met pensioen ben. Er is geen mode meer momenteel. De modewereld is zo veranderd. Ik weet dat ik als een oude man klink als ik zeg dat het niet meer is zoals het was, maar dat is waar. De Paris Fashion Week lijkt soms wel een circus. Waarom al die gekkigheid? Waarom niet gewoon een mooie jurk en één mooi sieraad? De kwaliteit van de kleren is ook niet meer hetzelfde. En de modellen. Waarom kijken ze zo chagrijnig en ziet hun haar eruit alsof ze net uit bed komen? Het is niet geraffineerd, niet elegant, niet discreet. Maar ik wil niet bitter klinken. De wereld is veranderd, en de mode is daar gewoon in meegegaan. Zoals het hoort.

'Ik heb geluk gehad. Mijn carrière heeft zich op een bijzonder moment afgespeeld. Ik heb grote namen mogen meemaken. Ik heb filmsterren kunnen kleden. En ik heb vrouwen echt mooier kunnen maken. Het grootste compliment voor mij was dat dames zeiden dat ze zich beter voelden in mijn kleding; mooier en vrouwelijker. Ik ben gestopt met het volgen van de mode. De defilés van Givenchy? Die kijk ik allang niet meer. Ik heb niets met de huidige stijl van het merk. Maar ik vind niet alles wat momenteel wordt gemaakt lelijk hoor. Marni, dat vind ik een geslaagd modemerk. De ontwerpster Consuelo Castiglioni heeft goed begrepen dat mode vrouwen mooier moet maken, praktisch en elegant moet zijn en dat een jurk niet moet overheersen.'

'Ik vind niet alles wat momenteel gemaakt wordt lelijk hoor. Marni, dat vind ik een geslaagd modewerk.' Foto Peter Stigter

8. Huntsman & Sons

'Ik vind de mannenmode tegenwoordig niet veel beter dan de vrouwenmode. Ook al zoveel gekkigheid, kwalitatief ben ik er evenmin van onder de indruk. Als ik een favoriete ontwerper moet noemen, kies ik voor Ralph Lauren. Hij is tenminste trouw gebleven aan zijn eigen stijl en maakt kleding waarin mannen er goed uitzien. Het zal je niet verbazen, maar ik hou er een klassieke kledingstijl op na. Ik ben, zeker voor Franse begrippen, erg lang. Dus het is moeilijk voor mij om kleding te kopen in Parijs. Ik koop mijn kleding meestal in Londen, bij Huntsman & Sons op Savile Row. Die kleding is ontzettend mooi gemaakt, en niet te stijf. Maar eerlijk is eerlijk: ik ben er lang niet geweest omdat ik niet meer zoveel reis. Dat is niet erg, want ik heb door de jaren heen vrij veel laten maken. Ik kan nog lang vooruit met mijn garderobe. Een man als ik heeft bovendien niet zoveel nodig: een donkerblauw, een grijs en een zwart kostuum, een paar kasjmier V-halstruien, een paar mooie flanel overhemden en een paar klassieke witte overhemden en genoeg goed passende pantalons.'

Een winkel van Huntsman & Sons.

9. Morges

'Ik ben nog niet zo lang geleden op en neer geweest naar Tolochenaz, een plaatsje in de buurt van Morges, Zwitserland. Audrey woonde daar met haar man Robert Wolders en hun twee kinderen. Ik heb veel met haar gesproken over de verhuizing naar Zwitserland. En ik snap dat ze daar is gaan wonen. Ze was op zoek naar rust en die heeft ze daar gevonden. Ze hield van een simpel leven, een beetje tuinieren en koken en zorgen voor de kinderen. Tolochenaz was de perfecte plek daarvoor: er is echt helemaal niets te doen. Ik kwam er ook graag. Sinds haar overlijden in 1993 staat er een kleine buste op een plein in het dorp. Maar verder is het nog steeds een heel stil dorp. Ik vind het moeilijk om er nu naartoe te gaan, ik word er verdrietig van, omdat de herinnering aan Audrey voor mij nog zo levendig is.'

De tentoonstelling Hubert de Givenchy: To Audrey with Love gaat vandaag open en is tot en met 26 maart te zien in het Gemeentemuseum Den Haag.