Couture in crisis

Pijnlijk leeg was het afgelopen week tijdens de haute coutureshows in Parijs. Van Versace tot Ungaro, steeds meer modehuizen haken af....

Want haute couture duikt op andere plekken op.

Zo'n achthonderd modejournalisten en stylisten en tientallen coutureklanten reisden vorige week af naar Parijs, voor de presentaties van de haute couturecollecties voor komende winter.

Op het terrein van de Parijse poloclub zagen ze de uitzinnige koninginnenoutfits die John Galliano voor Dior maakte, door de meterswijde schotelrokken en torenhoge schoenen zo totaal ondraagbaar dat aan het einde van de catwalk drie mannen klaarstonden om de hulpeloze modellen van de catwalk te tillen. Ze begaven zich naar een theater in de buurt van de Eiffeltoren voor de perfecte pakjes en jurken van het bij prinsessen zo geliefde Valentino, versierd met borduursels, strikken, pailletten, Oost-Europese sluitingen en heel veel bont, elke outfit net zo veel klasse als rijkdom uitstralend.

Ze keken naar de tweedpakjes met gelaagde rokken, de zwarte jurkjes en de poepchique, maar praktische avondjurken-met-jasjes van Chanel en naar de verfijnde droomjurken in knalkleuren van Christian Lacroix. Ze werden hebberig van de enorme, met bont afgezette capes van Jean Paul Gaultier en giechelden om zijn bruidsjurk, die de billen van het model bloot liet.

Ze staarden naar Oprah Winfrey, driftig wijzend op de eerste rij bij Valentino, naar Jane Birkin, in spijkerbroek en met leesbril bij Gaultier. Naar Elizabeth Hurley, Val Kilmer en Melania Knauss, het Oost-Europese model dat de volgende mevrouw Donald Trump gaat worden en in Parijs was om een trouwjurk uit te kiezen, of in ieder geval een ontwerper daarvoor.

En ze sloegen tussendoor waarschijnlijk een fijne slag in de Parijse zomeruitverkoop, want nog nooit was het programma zo kort - drie dagen - en zo leeg.

Weliswaar heeft de coutureweek twee recente aanwinsten, Ralph Rucci (een Amerikaan die typisch Amerikaanse couture maakt: degelijk en zakelijk) en Elie Saab (een Libanese ontwerper die zich heeft gespecialiseerd in niet heel vernieuwende, maar wel erg glamoureuze rode loperjurken), maar bijna ieder seizoen haken er weer een paar ontwerpers af. Ditmaal waren er dat meer dan ooit: maar liefst vijf huizen zagen af van een haute coutureshow, waarvan drie aangaven definitief te stoppen.

De couture zit in een serieuze crisis: als het in dit tempo doorgaat, lijkt het snel afgelopen te zijn met de meest prestigieuze modevorm.

Het in financi problemen verkerende Versace, dat in januari de eerste show in anderhalf jaar gaf, meldde zich af met de mededeling zich voortaan uitsluitend op de confectielijnen te concentreren. Emanuel Ungaro verklaarde dat zijn haute couturelijn niet meer voldoet aan de verwachtingen van de hedendaagse vrouw. Balmain deed om onbekende redenen niet mee. Givenchy heeft nog geen opvolger gevonden voor Julien MacDonald, de Engelse ontwerper die in maart wegens gebrek aan succes kon vertrekken en beperkte zich tot een presentatie voor tachtig klanten. En Hanae Mori, de enige Japanse ontwerper die lid is van de Franse couture-organisatie La Chambre syndicale de la haute couture, gaf vorige week woensdag haar laatste show - zij gaat op 78-jarige leeftijd met pensioen.

Tot in de jaren zestig was haute couture de allesbepalende vorm van mode. De couturiers in Parijs maakten uit 'wat het dit seizoen gaat worden' en de rest van de wereld deed hen na. Christian Dior, oprichter van het huis Dior, liet ieder seizoen zo'n driehonderd nieuwe ontwerpen zien. Verreweg het grootste gedeelte van zijn client bestond uit confectionairs, die met de aanschaf van een kledingstuk of een papieren patroon, dat toen al duizend gulden kostte, het recht verwierven daar kopievan te maken, hoewel ook toen al volop illegaal gekopieerd werd.

Maar sinds couturiers als Yves Saint Laurent zich met succes zijn gaan storten op de prrter, heeft de couture die toonaangevende positie verloren. Prorter, oftewel dure confectie, raakte zijn imago van tweederangs mode kwijt. Het gros van de ontwerpers die invloed hebben gehad op de mode van de afgelopen dertig jaar, hebben zelfs nog nooit een echte haute couturecollectie gemaakt.

Prorter heeft echte designermode niet alleen bereikbaar gemaakt voor een veel groter publiek, het heeft er ook voor gezorgd dat dat publiek er meteen over kon beschikken: in plaats van minstens een half jaar te moeten wachten op een kopie, hangen de kleren van de ontwerpers zelf nu gewoon in winkels over de hele wereld.

Wat rest is mode in haar meest exclusieve, kunstzinnige en persoonlijke gedaante. Haute couture wordt niet alleen op maat gemaakt, de kleren worden ook gedeeltelijk of helemaal met de hand - zonder naaimachine - in elkaar gezet. Het simpelste jurkje kost tienduizenden euro's, en bovendien een hoop tijd: een klant moet verschillende keren langs komen om te passen.

Voor de ontwerpers is het al bijna even onbetaalbaar. Een show kost een huis al snel drie miljoen euro, een bedrag dat zelden wordt terugverdiend met de verkoop van kleren. Er zijn naar schatting nog maar tweeduizend coutureklanten op de hele wereld, meestal vrouwen van rijke Amerikanen, Arabieren en tegenwoordig ook Russen (de actrices die op de eerste rij zitten, kopen de kleren niet, maar lenen ze). En anders dan vroeger bestellen ze niet meer ieder seizoen een complete garderobe, maar hoogstens drie outfits.

Een van de weinige huizen van wie de couturetak nog enigszins rendabel is, is Chanel. Vorig jaar steeg de omzet zelfs met 50 procent, waarschijnlijk vooral dankzij de klanten die het overnam van Yves Saint Laurent. Het heeft honderd mensen in dienst in de ateliers.

Chanel is dan ook een bijzonder klantvriendelijk couturehuis. Waar Lagerfelds prortercollecties nog wel eens gedurfd uit de hoek kunnen komen, is zijn couture verfijnd, subtiel, bijna altijd klassiek, en zeer herkenbaar als Chanel. Kleren om zo aan te trekken - als je ze zou kunnen veroorloven.

Maar voor de meeste huizen die hun couture in stand houden, is het in eerste instantie een beproefd pr-middel: haute couture krijgt nog altijd een hoop aandacht, en dat bevordert weer de verkoop van meer betaalbare dingen als confectie, tassen, schoenen en cosmetica.

Dior is het meest uitgesproken voorbeeld van een huis met een op de publiciteit gerichte couturecollectie. De ontwerpen zijn zo wild, extreem en ondraagbaar, dat ze vaker in een museum dan op de lichamen van klanten terecht lijken te komen, maar, zo zei topman Sidney Toledano in modevakblad WWD, 'ook al verkopen we geen haute couture in China, het is een manier om ze daar laten zien wat we in huis hebben. De impact is enorm. Ik ben ervan overtuigd dat het is wat ons onderscheidt van andere merken. Haute couture geeft Dior zijn spanning en magie.'

Niet alleen het doel van de couturecollecties is de afgelopen tijd veranderd. Wat tegenwoordig haute couture is, zou twintig jaar geleden vaak niet zo mogen heten. De Parijse haute couture was gebonden aan strenge regels, opgelegd door La Chambre syndicale. Een huis moest een eigen atelier hebben waarin minstens twintig mensen werkten, alles moest geheel met de hand gemaakt worden en twee keer per jaar moesten minstens vijftig nieuwe ontwerpen worden getoond. Nog in 1986 werd Androurrs geroyeerd als lid van de Chambre omdat hij dat aantal niet haalde.

Officieel zijn de regels in 2001 versoepeld, maar officieus worden ze al sinds eind jaren tachtig steeds minder strak gehanteerd. Noodgedwongen, want de leegloop bij de Chambre syndicale is al sinds de jaren zestig aan de gang. In 1946 waren er 106 couturehuizen aangesloten bij de Chambre, begin jaren negentig waren het er nog maar 21 (op het moment zijn het er 9).Die versoepeling van het toelatingsbeleid, gecombineerd met de benoemingen van opzienbarende namen bij oude modehuizen veroorzaakte in de jaren negentig een creatieve opleving van de oeroude en indertijd enigszins ingeslapen modevorm. Gianni Versace, geen lid van de Chambre maar wel in het bezit van een offici plek op de couturekalender, nam agressieve seks en rock 'n' rollglamour mee. Christian Lacroix romantiek, verfijning en een kleurgebruik dat toeschouwers tot tranen toe kon roeren. Gaultier liet zien dat hij als geen ander in staat was couture weer een typisch Frans gezicht te geven, John Galliano werd dankzij zijn coutureshows een superster.

En de Nederlandse Viktor & Rolf gaven met hun shows de haute couture een heel nieuwe invulling. De show waarin model Maggie Rizer kledingstuk over kledingstuk kreeg aangetrokken, de met ontelbare belletjes bestikte collectie die je eerder hoorde dan zag: het waren conceptuele sensaties, die niets met de traditionele haute coutureshows - een vaste opeenvolging van dagpakjes, cocktailjurken, avondjurken en tenslotte de bruidsjurk - te maken hadden en hun naam voor eens en altijd op de kaart zette. Na een paar seizoenen op eigen initiatief shows te hebben gegeven, werden ze in 1999 uitgenodigd om deel uit te maken van het offici programma. 'Er werd verder geen enkele eis gesteld', zegt Viktor Horsting. 'Ik denk dat ze gewoon zagen dat we serieus bezig waren. En ze konden natuurlijk niet om de aandacht van de pers heen.'

Viktor & Rolf hebben niet lang van hun plaats op de kalender geprofiteerd: in 2000, een paar maanden na de introductie van hun prrterlijn, gaven ze hun laatste show tijdens de coutureweek.

Toch maken ze nog wel degelijk haute couture. Een aanzienlijk deel van de collecties die ze tonen tijdens de prorterweek, zoals de 'Oscarjurken' die ze voor deze winter lieten zien, heeft helemaal niets met confectie te maken. Het zijn bewerkelijke, kostbare stukken, deels handgemaakt, die bedoeld zijn om een collectie te duiden. Ze worden gefotografeerd voor modebladen, uitgeleend aan actrices, maar ze worden niet in productie genomen. Wie ze wil hebben, moet ze speciaal bestellen bij de ontwerpers. Het enige echte verschil met de couture volgens de Chambre Syndicale is dat ze niet geshowd worden tijdens de halfjaarlijkse haute coutureweken.

Viktor & Rolf zijn niet de enigen die op deze manier couture brengen. Merken als Dolce & Gabbana, Gucci en Alexander McQueen doen officieel niet aan haute couture, maar hun duurste en extreemste kleren zijn alleen als op maat gemaakte special order te verkrijgen. Prada is in de Parijse winkel onlangs zelfs met een madeto-measure service begonnen: vaste klanten kunnen er klassiekers uit oude collecties op maat laten namaken.

Ook de prortermodellen die wel gewoon in de winkel verkrijgbaar zijn, schurken steeds dichter tegen haute couture aan; ieder seizoen zie je meer luxe materialen als bont, en ieder seizoen lijken de kleren weer een beetje bewerkter en duurder te worden.

Voor een deel wordt dat veroorzaakt door het grootschalige en snelle kopin door ultragoedkope winkelketens als H & M en Zara. Hoe bewerkelijker een ontwerp en hoe duurder een stof, hoe magerder een goedkope imitatie immers afsteekt bij het orgineel.

Daarbij beginnen steeds meer merken met zogenaamde precollecties, die het meest basic deel van een zomer-of wintercollectie beslaan. De onmisbare, maar verder niet opzienbarende zwarte broeken en jasjes die de show niet halen, zeg maar. In plaats van dat die na afloop van een show in een showroom besteld moesten worden, worden die nu al maanden van tevoren ingekocht. Als een groot gedeelte van een collectie al is ingekocht ver voordat de kleren voor de show af moeten zijn, geeft dat natuurlijk een enorme vrijheid om op de catwalk eens goed uit te pakken.

Blijft de vraag: Hoe lang zal de offici haute couture nog blijven bestaan? De directies van Dior en Chanel zijn een paar weken geleden al gekomen met het plan van haute couturedagen een 'luxury fashion week' te maken. Om te zorgen dat er voor de pers voldoende reden blijft om naar Parijs te komen, zouden de modeshows van Chanel, Dior, Lacroix en Valentino-- huizen die vastbesloten zijn om verder te gaan met haute couture - worden aangevuld met presentaties van andere luxeproducten als tassen en schoenen, sieraden, horloges. Zelfs chocoladefabrikanten zullen niet worden geweerd, mits ze zich maar in het allerhoogste marktsegment begeven.

Jean Paul Gaultier, wiens couturetak nog altijd verliesgevend is, ziet een geheel andere oplossing. In een poging haute couture te moderniseren, zal hij begin 2005 naast zijn haute couturelijn starten met demi-couture: exclusieve jurken die verkocht zullen gaan worden in zijn twaalf eigen winkels en die in fitting aan het lichaam van de koopster worden aangepast. 'Het is eigenlijk niet nodig iets helemaal met de hand te maken', zei hij in WWD. 'Het feit dat iets helemaal met de hand is gemaakt betekent niet dat het ook mooi is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.