Couperus' brieven lees je met een zakdoek

Een zakdoek is nodig, stelt Arjan Peters vast, om de brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud aan te kunnen.

Beeld Rein Janssen

Omdat ze van hem hield. Daarom stelde Elisabeth Baud (1867-1960) haar hele leven in dienst van haar neef Louis Couperus (1863-1923), met wie ze trouwde om hem vervolgens bijna 37 jaar te overleven. Ze kende hem al als kind uit Batavia, adoreerde hem, fungeerde als zijn verzorgster en secretaresse, en verdroeg de depressies die haar ook konden bevangen.

Om begrijpelijke redenen, want we mogen onderhand wel stellen dat Couperus een niet-praktiserend homoseksueel was.

De reputatie van schrijversvrouwen die ondanks hun zorgzaamheid dikwijls schrijversweduwen worden, is wereldwijd ongunstig, wat te wijten is aan de paar ruziezoekende feeksen die het voor de rest van hun lotgenotes hebben verpest.

Ook daarom is het nobel dat Couperus-kenner H.T.M. van Vliet het boek Dienstbaar tot het einde (Prominent; euro 19,90) heeft samengesteld, met brieven van en aan Elisabeth. Zij ried de jonge mislukte dichter Couperus aan op proza over te gaan, waar we haar eeuwig dankbaar voor moeten zijn. Zij schreef zijn kladschriften in het net over. Aan haar eigen vertalingen (van Oscar Wilde, Jerome Klapka Jerome en Pio Baroja) wordt nooit meer gerefereerd.

Toewijding

'Werkelijk buitengewoon scheel', was de typering die Frédéric Bastet van Betty Baud gaf. Dat kan aardiger, hoewel het fotokatern in Dienstbaar tot het einde het knap lastig maakt om de Couperus-biograaf tegen te spreken. Toen Louis stierf voelde ze zich volstrekt nutteloos. Ze zag bovendien toe hoe de belangstelling voor haar mans oeuvre afnam.

De laatste dertien jaar van haar leven woonde ze op een van zonlicht verstoken kamer in een pension in de Prins Hendrikstraat in Den Haag.

De letteren bleven haar bezighouden. Van Vliet: 'Zo las ze romans van Anna Blaman, waar ze niets aan vond, en het werk van Marnix Gijsen, dat ze zeer bewonderde.' Dat eerste getuigt wederom van de ware toewijding: rotboeken eerst helemaal uitlezen en dan zeggen dat je er niets aan vindt.

Om dit brievenboek aan te kunnen, is een zakdoek noodzakelijk. In 1925 schrijft ze aan de directeur van de Wereldbibliotheek: 'Ik had een zorgelijken zomer en hoop van de winter een tijdje in Den Haag tot rust te komen, en de kracht te vinden het eenzame leven op te nemen en de schuwheid te overwinnen, die mij noopte mij terug te trekken in mijn verlatenheid.'

Toen moest mevrouw Couperus nog 35 jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden