Coup in Sierra Leone betekent terugkeer van de meedogenloze kindsoldaten 'De rebel lag als een kip op de grond, we sloegen zijn kop eraf'

De 18-jarige Foday Phillips vertelt over zijn recente verleden als kindsoldaat in Sierra Leone. 'De meeste rebellen vermoordden we. We hakten hun hoofd af....

Van onze verslaggever

Fred de Vries

AMSTERDAM

Sierra Leone stond in Robert Kaplans geruchtmakende essay The Coming Anarchy model voor de nieuwe wanorde van na de Koude Oorlog. Het land werd als eerste besmet door het virus van buurland Liberia. Er was sprake van een ondoorgrondelijk conflict, waarbij conventionele militaire belangen hadden plaatsgemaakt voor ongekend wrede bandieterij. Normaal bestuur bestond niet meer. Bendes jongens uit de sloppen, het lompenproletariaat, maakten de dienst uit.

De Sierraleoonse onderhandelingen, die verleden jaar uitmondden in een vredesakkoord en de succesvolle verkiezingen leken Kaplans sombere visie te logenstraffen. Maar op 25 mei vond er een militaire coup plaats, die een einde maakte aan veertien maanden burgerbewind. Het was de derde Sierraleoonse coup in vijf jaar.

Nigeriaanse soldaten proberen nu de orde in de hoofdstad Freetown te herstellen. Vooralsnog tevergeefs. De chaos is terug. Nimmer gedemobiliseerde rebellen van het Revolutionair Verenigd Front (RUF) hebben zich aangesloten bij de coupplegers. Elders in het land zwerven restanten Liberiaanse Ulimo-rebellen rond, en zijn grote hoeveelheden wapens verborgen. Op lokaal niveau opereren zelfverdedigingseenheden, de Kamajo, jagers die zwarte magie gebruiken. Zij vochten eerst tegen de rebellen, later ook tegen het regeringsleger. De chaos is nooit weggeweest.

Bij alle Sierraleoonse strijdende partijen spelen kindsoldaten een grote rol. RUF-leider Foday Sankoh ronselde hen begin jaren negentig bij de plekken in Freetown waar drugs werden verhandeld, de zogenaamde potes. De ideologie was een combinatie van vaag radicalisme en Bob Marley's rastafari-geloof.

De linkse studenten die Sankoh ook steunden haakten snel af. 'In de eerste fasen van de rebellie bestond Sankoh's groep leiders niet uit studenten, maar uit school drop-outs en andere schooiers', schrijft Sierra Leone-deskundige Paul Richards, van de Universiteit van Wageningen in een recente publicatie.

Zijn vakgroep heeft onderzoek verricht onder kindsoldaten die zijn gedemobiliseerd, ongeveer vijfhonderd. Tussen september vorig jaar en maart dit jaar werden twaalf jongens van de verschillende strijdende partijen gevolgd en uitgebreid geïnterviewd. Het beeld dat daaruit naar voren komt, is vrij onheilspellend. Het geeft een fraai beeld van de heersende chaos.

'Toen ik er was, kon je de problemen al zien aankomen', vertelt onderzoeker Krijn Peters, die eind maart uit Sierra Leone terugkwam. 'De regering nam het vredesproces niet serieus.'

Net als de rebellen ronselde ook het regeringsleger begin jaren negentig kinderen om te vechten. Sommigen sloten zich aan omdat het leger een mogelijkheid bood op 'eenvoudige wijze te overleven', anderen uit pure frustratie omdat er niks voor hen werd gedaan. Een derde groep werd gedreven door wraakgevoelens. Hun familieleden waren verminkt of vermoord door de rebellen. 'De rebellen vielen 's avonds om half zeven het dorp aan. Ik kwam thuis en zag mijn moeder niet. Mijn vader was vermoord', zegt de 17-jarige Alahassan Jaward, die zich na een tweede aanval op zijn dorp in 1993 bij het regeringsleger aansloot.

Hij werd lijfwacht van een kolonel. Hij leerde schieten, marcheren en doden. Dat laatste kostte hem weinig moeite. 'Het zijn rebellen. Ze hebben vernield en onze families vermoord. Het is niet moeilijk om hen te doden.'

Vrijwel alle geïnterviewden vertellen dat zij drank en drugs kregen om hen wakker te houden en moed te geven. Behalve marihuana kregen de meesten ook cocaïne, en soms zelfs heroïne. 'De luitenant gaf ons vaak cocaïne', zegt Mohammed Seaga (17). 'Ik legde die dan hier, op mijn duimnagel, die heel lang is, en snoof het dan op. Het was gratis, bedoeld om ons beter te laten vechten.' Muhammed Musa (16) vertelt over een bruin poeder dat hij kreeg: 'Je legt het op (zilver)

papier en dan houd je er een brandende lucifer onder en zuig je de rook op. Het is heel sterk.'

De kindsoldaten hoopten na hun demobilisatie op een betere toekomst, net als ieder ander kind. Allen geven te kennen dat zij een opleiding willen volgen en een normaal bestaan willen leiden. 'Velen willen dokter worden', zegt onderzoeker Peters. 'Waarschijnlijk omdat ze het gevoel hebben dat ze toch wel slechte dingen hebben gedaan.'

Maar stuk voor stuk zijn ze teleurgesteld in het burgerbewind dat Sierra Leone na de verkiezingen van vorig jaar is gaan besturen. De oude kliek maakt nog steeds de dienst uit, met dezelfde vriendjespolitiek. Er zijn nog steeds geen banen. De 16-jarige Unisa Kabbah verwoordt de gevoelens van onvrede als volgt: 'Ik weet niet hoe de toekomst er uitziet, maar zeker niet best. Ik heb geen enkele verbetering gezien. Een ding is zeker: kinderen worden niet gerespecteerd. Iedereen denkt alleen aan zijn eigen belangen. Iedereen moet voor zichzelf vechten.'

Opvallend genoeg vervallen de ex-soldaatjes niet in etnische retoriek. Ze hebben vooral geloof en vertrouwen in de militairen. Met name aan de periode toen de 27-jarige kapitein Valentine Strasser aan de macht was, hebben zij goede herinneringen overgehouden. 'Toen had je een kerel die S.A.J. Musa heette (een adviseur van Strasser). Die bekommerde zich om de jeugd. Ze maakten maisons, waar de jeugd kon samenkomen. Ze praatten met ons, ze moedigden ons aan. Maar toen hij eenmaal weg was, kon de jeugd niemand meer iets schelen.'

Peters vreest dat de meesten van zijn geïnterviewden zich inmiddels weer hebben aangesloten bij het leger dat op 25 mei de coup pleegde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden