Coup de théâtre

Toen hij 7 was, zag hij bij toeval een opera op tv. Maar hij woonde in Lubumbashi, de tweede stad van de Democratische Republiek Congo: niemand die ooit van opera had gehoord. Nu verovert Serge Kakudji ( 25 ) Wenen als countertenor.

Hij heeft de avond ervoor huisgehouden in het Weense klassieke leven en dat is hem aan te zien. Ietwat kleine oogjes. Maar vooral de brede grijns maakt indruk. En zijn tred, zoals hij tegen tienen, woensdagochtend, de trap af komt lopen, of nee, zweven, in een verder volmaakt karakterloos hotel op schootsafstand van het voorname Weense Burgtheater.


Daar, op die door culturele geschiedenis zwaar beladen plek, oogstte Serge Kakudji, een Congolese countertenor van 25 jaar, dinsdag een staande ovatie bij de wereldpremière van Coup Fatal: een dans- en muziektheaterstuk van het Belgische Les Ballets C de la B in regie van Alain Platel. Een spektakelwerk waarin aria's van Händel en Vivaldi worden vastgeklonken aan Congolese pop en rumba, de 'soukous' van de parelende snaren, de tokkelende duimpiano's en uit kalebassen opgetrokken balafons. En waarin Serge Kakudji bijvoorbeeld Händels Lascia Ch'io Pianga zingt in prachtige hoge falsetstem, naast een scheurende elektrische gitaar en omringd door dertien dansende muzikanten uit Kinshasa.


'Sorry, feestje gehad', zegt Kakudji. Nog meer grijns. Dubbele boks. Een blik van verstandhouding: 'Je was erbij, toch?' Dan een lekker kleffe omhelzing. Serge Kakudji is zo'n extraverte Afrikaan die iedere mogelijke intermenselijke afstand het liefst al bij de eerste kennismaking slecht, middels een zweterige knuffel (het loopt in Wenen tegen de veertig graden) en een paar rake klappen op de schouderbladen. Niet een typisch 'aangenaam' met een gemiddelde countertenor uit de gangbare klassieke muziekpraktijk.


Maar, zoals gezegd: Kakudji is blij. Opgewonden. Ontroerd ook, door de ontvangst van dat toch vrij bizarre muziekwerk waarin de Congolees toevallig zijn ziel heeft begraven.


Ja, er liepen mensen weg uit het statige theater waar Mozart premières beleefde en waarin je lijkt te zitten als een stripdanser verstopt in een feesttaart. De barok, eeuwige klassieke muziekkunst, werd dinsdagavond volgens enkele hardliners (stuk of tien) rigoureus ontheiligd, nog wel op de belangwekkende Wiener Festwochen. Maar de volhouders met open blik werden gaandeweg de bijna twee uur durende voorstelling diep getroffen en lieten het applaus daarna van de loges knallen.


Serge Kakudji leek met stomheid geslagen, ontving de ovatie met beide armen gespreid en liet dan toch ook maar wat tranen stromen. Alsof er zojuist twee losse einden in zijn merkwaardige muzikale carrière aan elkaar waren geknoopt en er ergens in zijn binnenwerk een stralend licht was gaan branden.


'Ja, ik werd overvallen door een intens geluksgevoel. Hier stonden we dan, dacht ik. Met die hele equipe uit Kinshasa in dit theater in Wenen. Met dít spektakel. In deze tijd, waarin er van alles lijkt te gebeuren in Europa en het wantrouwen jegens de buitenlanders, de Afrikanen, met de dag lijkt toe te nemen. En dan komen wij binnen. Zo'n verzameling uitgelaten Congolezen. En dan gaan we in de belangrijkste schouwburg ook nog aan de haal met de barokmuziek. Ik kan wel zeggen dat er enige spanning stond op deze première.'


Er gebeurde natuurlijk meer, in het hoofd van Kakudji. In dit Coup Fatal, dat vrij kan worden vertaald als 'doodsteek', kwam zijn liefde voor de westerse barokmuziek samen met de Congolese cultuur, waarvan hij inmiddels toch wat vervreemd was geraakt. Wat ogenschijnlijk nooit zou kunnen samenvloeien, werd voor even toch een coherent geheel en zo werd Serge Kakudji dan bijna weer een gewone jongen uit Lubumbashi die simpelweg met mooie muziek bezig is.


Het levensverhaal van Serge Kakudji is nogal sprookjesachtig, al denkt hij daar zelf anders over. Hij viel gewoon voor de opera, klaar. Dat deed de rest van Congo niet, het zij zo.


Hij neemt ons graag mee naar dat moment van openbaring, toen hij bevroor voor de tv in het ouderlijk huis te Lubumbashi, de afstandsbediening losjes in de hand. 'Ik was 7 jaar. En wat aan het zappen. En ineens zag ik hem, ik weet niet meer wie, of op welk kanaal, doet er ook niet toe. Een operazanger die recht bij me naar binnen zong, met een enorme dramatische expressie. Hij keek me aan met zo'n vertrokken gezicht, zó diep zat hij in die muziek en ik begreep hem volmaakt. Hij communiceerde met mij. In wat voor taal hij zong: geen idee. Maar ik snapte alles, al wist ik totaal niet wat dit was, van opera had ik natuurlijk nooit gehoord. Niemand in Lubumbashi! Dat er ineens een stuk klassieke muziek op tv was, was al heel bijzonder. Dat het oud was, klassieke kunst van honderden jaren geleden, zou ik ook pas veel later begrijpen. Voor mij was het actueel, van hier en nu en iets dat mij diep ontroerde. Ik wist op dat moment: dit ga ik ook doen. Ik ga zo zingen.'


Alsof hij zijn ouders de mededeling deed dat hij voortaan op de maan ging wonen. Natuurlijk Serge, doe je best. Stuur maar een kaartje. Maar de familie Kakudji wilde Serge zijn droombeeld niet per se ontnemen en hun zoon mocht wel wat in de kerk gaan zingen, in het koor. 'Maar daar vond ik niet die expressieve zangkracht die ik op de tv had gezien.'


Kakudji ging zelf aan de slag, met aria's die hij overal vandaan wist te toveren, van cd of internet. Nazingen. Het liefst de sopranen. 'Dat waren voor mij de belangrijkste vertellers in deze vreemde muziek. En die kon ik ook het beste nadoen, met mijn soepele kinderstem. De sopranen spraken mij veel meer aan dan de diepe, donkere mannenstemmen. Toen ik ouder werd, bleef ik dus de sopranen imiteren. Dat ik me zo zou ontwikkelen tot iets als een countertenor - ik had er geen idee van. Daar was ik ook helemaal niet mee bezig. Ook niet met de reacties in mijn vriendenkring of van familie. Ja, natuurlijk vonden die dat ik heel vreemd aan het doen was. Het interesseerde me niets. Dat was ik, dit was van mij en alleen van mij. En ik had ook geen keuze. Ik móést dit doen. Ik vond het eigenlijk vrij normaal.'


Een sprint door het cv van Serge Kakudji, want zo belachelijk snel ging het voor hem ook. Als jongen van 14 nam hij een zelfgeschreven 'vredeshymne' op, voor een compilatie-cd vol Congolees pop- en hiphoptalent. Dat viel natuurlijk op. Hij werd ontdekt in het Westen dankzij Belgische contacten bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) en de 'Congo-coördinator' Paul Kerstens. Door theaterregisseur Peter Sellars en later Alain Platel. En door de Amerikaanse operazangeres Laura Claycomb, die hem min of meer adopteerde en liet studeren aan het Franse conservatorium. In 2008 speelde Kakudji in de voorstelling Pitié van Alain Platel, ook op het Holland Festival. De Britse krant The Guardian beloonde de 'sublieme' countertenor van Kakudji al met vier sterren.


Zo, dankzij die toch vrij ongelooflijke muzikale carrière, raakte Kakudji steeds verder verwijderd van zijn thuisland Congo. 'Als ik terugkeerde voor familiebezoek voelde ik me vreemd. Nagekeken. Kijk nou: daar gaat mijnheer Serge, met zijn opera en zijn studie in Parijs. Terwijl volgens mij nog steeds hetzelfde hoofd op mijn schouders stond.'


Tijd om zich ook beroepsmatig weer eens te laten horen in Congo, vonden zowel Kakudji als zijn artistieke partner Paul Kerstens van het KVS, ergens in 2010. 'We wilden wat aria's laten horen in Kinshasa, door mij gezongen. Maar in Congo is natuurlijk geen klassiek of barokorkest. In heel Afrika niet. Dus stelden we zelf een orkest samen, met traditionele Afrikaanse instrumenten als de balafon en de duimpiano en natuurlijk de elektrische bas en gitaar, de instrumenten van de Congolese rumba.'


Niet heel barokachtig. 'We hadden er eerst nog wel een dwarsfluit bij gehaald. Als toch nog een kleine referentie aan de barok. Maar dat werkte niet, het was een vreemd element in het orkest.' Dwarsfluit exit. 'We zouden het gaan doen met traditioneel Congolees orkest.' Het werd een experiment dat aangevuld met choreografie en uitgekiend toneelbeeld zou uitgroeien tot de muzikale extravagantie van Coup Fatal.


Eerst werden er wat aria's in de groep gegooid. De orkestleden, allen uitmuntende muzikanten uit Kinshasa, doken erop. 'Ze hadden dit nog nooit gehoord. Maar waren heel nieuwsgierig en gingen aan de slag met de instrumentale partijen. De Congolese muziek brak open en liet de barok binnen.' De gitaar ploeterde zich door de vioolpartijen heen, van doorwrochte stukken Vivaldi. De balafon beet zich stuk op het klavecimbel. Kakudji: 'We waren heel gretig. Je voelde dat we allemaal iets nieuws aan het ontdekken waren. Een sensatie van: het leven is kort, we gaan hier iets moois doen. De Congolese muziekcultuur oprekken, een andere richting geven. Dat gold voor alle musici.'


Natuurlijk was er aanvankelijk ook ruimte voor wat gezonde verbijstering. 'Toen ik voor het eerst begon te zingen bijvoorbeeld, terwijl het orkest al aan het spelen was. Iedereen viel stil en zat me met open mond aan te staren. Wat is dit? Maar daarna ging het snel. De musici herkenden in de barok zelfs thema's die ook voorkwamen in de Afrikaanse traditionele muziek. En bepaalde accenten en fraseringen. Ze herkenden ook de thematiek uit de aria's, als ik uitlegde waarover die gingen en waarom wij ze moesten spelen. Ja natuurlijk, riepen ze dan. Dat hebben wij hier toch ook?'


Voorbeeld: de pijnlijk mooie aria Lascia Ch'io Pianga van Händel over lijden en vrijheidsdrang, die in Coup Fatal dienst lijkt te doen als aanklacht tegen de wrede Congolese geschiedenis van oorlog, geweld, kolonialisme en onderdrukking. 'De geschiedenis van Congo is als de rivier de Kongo die door het land stroomt, in steeds andere vertakkingen. Door te leven vorm je als individu de geschiedenis van Congo. In deze aria schreeuw ik niet alleen om de vrijheid van een land, maar om de vrijheid van het individu, van vrouwen en kinderen die nog steeds, waar ook ter wereld worden onderdrukt. Het verbindt Congo aan een universeel menselijke thematiek en dat is ook het idee achter dit stuk, Coup Fatal. Samengesteld uit muziek die ineens de hele wereld lijkt te verbinden en laat zien dat er kennelijk toch samen valt te leven.'


Ja, het publiek heeft bij Coup Fatal een fijne avond, denkt Kakudji. In een soms uitgelaten sfeer, uitgedragen door de orkestleden die ineens in uitbundig gekleurde pakken het podium op stormen als de befaamde Congolese dandy's, de Sapeurs, die met elegante levenskunst de ellende pogen te bestrijden. Maar als het goed is, knaagt er iets na afloop, ook aanstaande maandag bij de eerste voorstelling op het Holland Festival.


Een kantelpunt in het stuk, ergens richting de finale, is de uitvoering van het Amerikaanse soul- en burgerrechtenlied To Be Young, Gifted and Black, in 1970 vertolkt door Nina Simone. Kakudji: 'Ik zal het maar eerlijk zeggen: mijn keuze was het niet dit lied in Coup Fatal op te nemen. Het lied komt uit een andere periode, uit een tijd dat zwarte jongeren in de Verenigde Staten geen gelijke kansen hadden, geen mogelijkheden zich te ontplooien. Die heb ik wel gehad. En de muzikanten uit dit orkest ook. Dat we allemaal jong, getalenteerd en zwart zijn, moge uit de voorstelling blijken. Maar ik heb mijn twijfels toch overwonnen, mede door de recente ontwikkelingenin Europa. De opkomst van het Franse Front National, de opflakkerende xenofobie. Misschien keren de tijden van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging wel terug in Europa en moet dit strijdlied toch weer worden gezongen.'


Holland Festival: Coup Fatal van Les Ballets C de la B en de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, met Serge Kakudji, regie Alain Platel, muzikale leiding Fabrizio Cassol, is vanaf maandag 16/06 t/m 18/06 te zien in de Stadsschouwburg te Amsterdam.


Dubbelslag


Met de voorstelling Coup Fatal, waarin barok wordt gemengd met Congolese pop en rumba, slaat de Congolese countertenor Serge Kakudji (25) een dubbelslag. In Kinshasa, waar de eerste experimentele uitvoeringen werden gegeven in 2010, dacht het Congolese publiek: 'Hé, wat leuk, dus dit is nou die opera.' Voor het klassiekemuziekpubliek bij de Weense wereldpremière, afgelopen dinsdag, gold volgens de countertenor het omgekeerde: 'Goh, is dit nu Congolese muziek.' Ook best aardig, en weer wat geleerd. Kakudji: 'We staan dichter bij elkaar dan we denken.'







Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden