Reportage

Corsicaans nationalisme op drift

In de schaduw van het Front National maakt het nationalisme op Corsica een bloeitijd door. Gaat het Franse eiland Catalonië achterna?

Beeld Marcel van den Bergh

Het stille dorpsplein van Santa Lucia di Mercurio kijkt uit over woeste, besneeuwde bergtoppen, meer dan tweeduizend meter hoog. Ruim 80 procent van de inwoners van dit dorp stemde op de Corsicaanse nationalisten, bij de regionale verkiezingen van december.

Maar waar zijn ze? De mairie is gesloten, de klok aan de gevel staat stil. De school is al zestig jaar dicht, in de kerk wordt nog maar drie of vier keer een mis gecelebreerd. Veel huizen zijn verweerd, de scheuren haastig dichtgesmeerd, wachtend op betere tijden. Het enige leven komt van drie hondjes die over het plein dartelen.

Beeld Marcel van den Bergh

Pas als de boulanger met zijn busje verschijnt, komen de mensen uit hun huizen. 'Natuurlijk heb ik op de nationalisten gestemd', zegt Emile (78), gepensioneerd boer. 'We willen baas zijn in eigen huis. Als je de keuken wit wilt schilderen, wil je toch niet dat Frankrijk zegt dat hij blauw moet worden?'

Ook Pierre Zuccarelli (30) stemde op de nationalisten. 's Zomers werkt hij in een jachthaven, 's winters knapt hij zijn huis op. 'Ik voel me Corsicaan, ik identificeer me niet met Frankrijk. We zijn een eiland met een eigen manier van leven', zegt hij.

Bij de verkiezingen van december ging alle aandacht uit naar het Front National. Maar in de schaduw van Marine Le Pen wonnen de nationalisten de regio Corsica. Dat was opvallend. Tot voor kort werden ze geassocieerd met de gewapende strijders van het Front National de Libération de la Corse (FNLC). Duistere figuren met bivakmutsen, die 10 duizend bomaanslagen pleegden, vooral op gebouwen, en naar schatting 40 mensen vermoordden, niet zelden in onderlinge afrekening. In 1998 schokten ze heel Frankrijk door de moord op prefect Claude Erignac, de hoogste vertegenwoordiger van de Franse staat op het eiland. Hij werd doodgeschoten toen hij de opera van Ajaccio verliet. Maar in de zomer van 2014 legde het FNLC de wapens neer. 'Dat heeft de nationalisten veel geloofwaardiger gemaakt', zegt Pierre Zuccarelli.

De nationalisten hebben het geweld afgezworen, maar hebben wortels in de gewapende strijd. Hun belangrijkste voorman, de populaire en behendige Gilles Simeoni, is de zoon van Edmond Simeoni, die in 1975 in Aléria een gijzelingsactie uitvoerde, waarbij twee politiemensen om het leven kwamen. Hij was advocaat van Yvan Colonna, veroordeeld wegens de moord op prefect Erignac. 'Toch is niemand is bang geworden van de overwinning van de nationalisten. Het nationalisme is normaal geworden', zegt politicoloog André Fazi van de universiteit van Corte. Gaan de Corsicanen de Catalanen en de Schotten achterna? Voorlopig zal het zo'n vaart niet lopen. Frankrijk wil niets van een grotere autonomie voor Corsica weten, laat staan van onafhankelijkheid. En Corsica bevindt zich niet in een positie om iets af te dwingen.

'Corsica zonder Frankrijk? Dan houd je aardappels en keien over', zegt Mikael Preziosi (21), student rechten, die 's ochtends een kopje koffie drinkt in een bar in Corte. Catalonië is sterker dan Madrid, maar Corsica heeft het geld uit Parijs hard nodig.

Wie zijn de Corsicaanse nationalisten?

De regioverkiezingen van december 2015 werden gewonnen door een coalitie van nationalisten. Ze haalden 35 procent van de stemmen, tegenover 28 procent voor links, 27 procent voor rechts en 9 procent voor het Front National.

De grootste partij in die coalitie, Femu A Corsica van Gilles Simeoni, streeft voorlopig naar autonomie, met onafhankelijkheid als mogelijk gevolg. De kleinere partij Corsica Libera van Jean-Guy Talamoni heeft expliciet onafhankelijkheid als doelstelling. In sociaal opzicht worden de nationalisten als 'progressief' beschouwd.

De nationalisten hebben net geen absolute meerderheid in de Corsicaanse Assemblée.

De belangrijkste eisen zijn:

Erkenning van het Corsicaans als officiële taal, naast het Frans. Een statuut voor het eiland, waardoor mensen minimaal vijf jaar op Corsica moeten wonen voordat zij onroerend goed kunnen kopen. Amnestie voor 'politieke gevangenen', inclusief Yvan Colonna, veroordeeld wegens de moord op prefect Erignac in 1998. De mogelijkheid om zelf belasting te heffen.

De andere partijen op Corsica steunen deze eisen.

Afhankelijk van Parijs

'Met een hoge werkloosheid, een enorm handelstekort en een noodlijdende landbouw zijn we inderdaad hyperafhankelijk van Parijs', zegt Gilles Simeoni, president van de regio Corsica, in zijn kantoor in Ajaccio. De eerste prioriteit van de nationalisten ligt daarom bij de economie. Simeoni ziet goede kansen: de verdere ontwikkeling van het kwaliteitstoerisme, de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen als water, wind en zon, de digitale revolutie die afstanden verkleint, waardoor telewerkers zich op het schitterende Corsica kunnen vestigen.

Mede door de versterking van de economie zal een niet te stoppen dynamiek op gang komen, denkt Jean-Guy Talamoni, voorzitter van de Corsicaanse Assemblée. 'Een volk dat zich wil emanciperen kan niet worden tegen gehouden', zegt hij.

Beeld Marcel van den Bergh

Op het eiland is de nationalistische energie inderdaad voelbaar. Overal zie je de Corsicaanse vlag, de moor met een piratendoek om zijn hoofd. De studentenvakbond Ghjuventu Indipendentista ('jeugd voor onafhankelijkheid') marcheert door de straten van Ajaccio, uit solidariteit met twee 'politieke gevangenen', onder wie de wegens moord veroordeelde Cédric Courbey, die in de Franse gevangenis schandalig zouden worden behandeld. Frisse jongens en meisjes, maar als ze een schoolterrein bestormen, zie je opeens het minder vriendelijke gezicht van het Corsicaanse nationalisme: routineus halen ze zwarte maskers uit hun zak.

Iedereen praat over de Corsicaanse identiteit, niemand kan precies uitleggen wat die identiteit behelst. 'Een taal, een cultuur, een geschiedenis', zegt Marie-Alice Orlandetti (16) van de Ghjuventu Indipendentista. Toch hoor je die taal, een Italiaans dialect, vrijwel nergens. Op straat, in cafés en restaurants, overal hoor je Frans praten. 'Het Corsicaans is de taal van mijn opa. Ik ben opgegroeid met Frans: op school, op tv, op internet', zegt rechtenstudent Mikael Preziosi. 'Hoe harder politiek gestreden wordt om de erkenning van het Corsicaans, hoe minder het gesproken wordt', zegt politicoloog André Fazi. 'De helft van de Corsicanen begrijpt de taal, maar slechts 10 tot 15 procent kan een betekenisvol gesprek voeren.'

De geschiedenis van Corsica

Wat in elk geval een belangrijke rol speelt: Corsica heeft een heel andere geschiedenis dan het Franse vasteland. Tot diep in de 18de eeuw hoorde het bij Genua. Toen de Italiaanse stad in verval raakte, riepen de Corsicanen in 1755 hun eigen republiek uit, onder leiding van vader des vaderlands Pascal Paoli, wiens standbeeld je in elk stadje tegenkomt. 'We waren de eerste republiek met een geschreven grondwet, de eerste die onderwijs centraal stelde, de eerste die de Joden stemrecht gaf', zegt Jean-Guy Talamoni. De Corsicanen werden bewonderd door Voltaire en Rousseau; een klein eiland dat de principes van de Verlichting in de praktijk bracht, toen Amerika nog een kolonie was en Frankrijk een monarchie.

Maar in 1769 werd Paoli verslagen door Frankrijk, dat het strategisch bolwerk in de Middellandse Zee annexeerde. In dat zelfde jaar werd de beroemdste Corsicaan geboren, Napoléon Bonaparte, die toen nog Napoleone Buonaparte heette. Pas op zijn tiende leerde hij Frans spreken. In zijn jeugd was hij een aanhanger van Paoli, maar hij kwam al snel tot de conclusie dat wereldmacht Frankrijk hem betere kansen bood dan de Corsicaanse rebellie.

Het eiland bleef arm en afhankelijk van Frankrijk. 'Dat komt ook door de manier waarop Corsica door Frankrijk werd bestuurd. De export van Corsicaanse goederen werd zwaar belast, terwijl de import van Franse waar juist goedkoop werd gemaakt', zegt Simeoni.

Zoals in veel Zuid-Europese landen werd de Corsicaanse politiek gekenmerkt door cliëntelisme, waarbij bestuurders kwistig met overheidssubsidies strooiden in ruil voor stemmen. De winst van de nationalisten wordt ook gezien als een protest tegen deze traditie. De nationalisten zijn nieuw, niet besmet door oude praktijken.

Maar voorlopig zijn de politieke en economische obstakels enorm. Vorige week togen de nationalistische leiders Simeoni en Talamoni naar Parijs om premier Valls hun eisen voor te leggen, zoals een erkenning van de Corsicaanse taal en meer autonomie. Ze stuitten op een keihard 'nee'. In een federale staat als Spanje kunnen regionale eisen relatief gemakkelijk worden gehonoreerd, maar de Franse Republiek is 'één en ondeelbaar'. In het hele land gelden dezelfde regels, voor Corsica kan geen uitzondering worden gemaakt.

'We zijn tegen een muur gelopen. Nu moeten we er omheen zien te komen', zegt Gilles Simeoni. Hij gelooft heilig in het elan van de Corsicaanse natie. 'We zijn een volk, zelfs Parijs kan dat niet betwisten', zegt Simeoni. 'Maar Parijs zegt: wij kunnen u niet erkennen, dus kunt u niet bestaan.'

Jean-Guy Talamoni, radicaler dan zijn kompaan, baarde opzien door te zeggen dat Frankrijk 'een bevriende natie van Corsica is'. 'Ach, in Parijs zijn ze beledigd als je zegt dat je geen Fransman bent', zegt hij. 'Ze zijn ervan overtuigd dat de rest van de wereld slechts een droom koestert: Frans worden.'

Jean-Guy TalamoniBeeld Marcel van den Bergh

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden