Richard de Mos (links) en Rachid Guernaoui klinken op de vorming van het Haagse college in mei 2018. Beide wethouders worden nu verdacht van ambtelijke corruptie.

Analyse Corruptie

Corruptie, een toverwoord dat vooral wordt ingezet als politiek wapen

Richard de Mos (links) en Rachid Guernaoui klinken op de vorming van het Haagse college in mei 2018. Beide wethouders worden nu verdacht van ambtelijke corruptie. Beeld Frank Jansen

De conclusie dat de Haagse wethouder Richard de Mos zich aan corruptie heeft bezondigd, was snel getrokken. Maar dit was een politiek en geen juridisch oordeel. ‘Tussen integer handelen en niet integer handelen ligt een groot, grijs gebied.’

Ien Dales, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, zei het al in 1993: ‘Je kunt niet een beetje integer zijn.’ Je bent, met andere woorden, integer of je bent het niet. Velen hebben het Dales sindsdien nagezegd.

Vorige week ondervonden de Haagse wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui dat corruptie, of de schijn daarvan, als een politiek doodzonde wordt beschouwd. ‘Toch miskende Dales met haar vaak geciteerde woorden de complexiteit van corruptie’, zegt historicus Ronald Kroeze, die in 2013 promoveerde op een proefschrift over corruptie in de Nederlandse politiek van 1848 tot 1940. ‘De grens tussen integer handelen en corruptie is minder scherp dan de minister suggereerde. Tussen beide ligt een groot, grijs gebied. Bij elke discussie over een integriteitskwestie wordt dat gebied verder in kaart gebracht.’

Bij de kwestie-De Mos is een onderhand geijkt patroon zichtbaar, zegt Kroeze. ‘Op abstract niveau lijkt het allemaal heel duidelijk: De Mos en Guernaoui zouden ontheffingen hebben verleend aan bevriende ondernemers. Dan zit je al dicht aan tegen de definitie van corruptie: misbruik van een publieke functie voor privaat of partijpolitiek gewin. Maar je zult toch zien dat het allemaal wat ingewikkelder blijkt te liggen en dat de wethouders in dat grote grijze gebied hebben geopereerd waarvoor Dales geen oog had.’

Moreel concept

Intussen is het politiek vonnis over De Mos en Guernaoui al geveld. En ook dat is kenmerkend voor het verloop van corruptiezaken in Nederland. ‘Het begrip corruptie ontbreekt in het Wetboek van Strafrecht. Als corruptiezaken voor de rechter komen, gaat het in de tenlastelegging dan ook over omkoping en belangenverstrengeling. Maar het veel gangbaarder begrip ‘corruptie’ is een normatief, moreel concept dat vooral als politiek wapen wordt gebruikt.’ Arjen Dubbelaar, de fractievoorzitter van Groep de Mos/Hart voor Den Haag in de Haagse gemeenteraad, had dus een punt toen hij betoogde dat de twee wethouders feitelijk al waren veroordeeld toen het OM nog met zijn strafrechtelijk onderzoek naar hen moest beginnen.

Hoewel het begrip ‘corruptie’ dus niet zo eenduidig is, wordt het – vooral in de politiek – naar believen ingezet. Voor de onwillige coalitiegenoten van Richard de Mos was het de noemer van bestuurspraktijken waar zij zich al langere tijd onbehaaglijk bij hebben gevoeld – al moet uit het strafrechtelijk onderzoek nog blijken of de handelwijze van De Mos inderdaad als corrupt kan worden aangemerkt. Voor Donald Trump is ‘corrupt’ ongeveer het kernwoord in het beperkte arsenaal van verbale middelen waarmee hij zich, na een bijna driejarig presidentschap, tegen de ‘gevestigde orde’ in Washington verweert.

Nieuwe partijen

In Nederland legitimeren nieuwe politieke partijen zichzelf, op landelijk en lokaal niveau, doorgaans met een verwijzing naar de vriendjespolitiek en het gesjoemel waaraan de gevestigde machten zich zouden bezondigen. Als die nieuwkomers na een paar electorale successen tot die gevestigde machten behoren, moeten zij zichzelf tegen het verwijt van corruptie verweren. Dat was de werdegang van Jos van Rey, die als VVD’er een bres wilde slaan in de almacht van de lokale partij Katholiek Roermond, om vervolgens zelf een vergelijkbare positie op te bouwen. En zo ging het ook met Jo Palmen, de van belangenverstrengeling beschuldigde wethouder van Brunssum die met zijn eigen partij (BBB/Lijst Palmen) de strijd aanbond met het lokale CDA – en daar electoraal succes mee boekte.

Het is verleidelijk om aan te nemen dat politici van lokale partijen gevoeliger zijn voor corrupte verlokkingen dan politici die werkzaam zijn op landelijk niveau. Zij staan fysiek dichter bij mensen die iets vinden van hun beleid. Hun partijen worden niet door de overheid gesubsidieerd. En ze hebben vaker een achtergrond als ondernemer, wat – in de woorden van Kroeze – met zich kan meebrengen ‘dat ze met een andere insteek dan beroepspolitici het publiek domein betreden’. Dit gegeven weerspiegelt zich in de loopbaan van het gewezen VVD-Kamerlid Wybren van Haga: als (actief) gemeenteraadslid in Haarlem kon hij ook ondernemer zijn. In de Tweede Kamer bleken beide hoedanigheden onverenigbaar.

Meer verleidingen

Met de komst van de drugsmaffia en de globalisering van de handel worden politici en bestuurders, op lokaal en nationaal niveau, aan meer verleidingen blootgesteld dan vroeger, denkt Kroeze. Maar dit leidt niet aantoonbaar tot toename van corruptie. In de Corruption Perception Index staat Nederland, solide, in de top tien van minst corrupte landen. En de tolerantie van Nederlanders tegenover corruptie in het openbaar bestuur neemt alleen maar af, bleek uit de laatste Burgerperspectieven, de stemmingsbarometer van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Hoe dan ook is corruptie geen nieuw verschijnsel. In 1980 werd de toenmalige burgemeester van Gulpen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden veroordeeld omdat hij geld had aangenomen van een aannemer. Zijn ambt hoefde hij echter niet op te geven. Nu, bijna veertig jaar later, is de verdenking van corruptie al dodelijk voor een politicus, zoals De Mos en Guernaoui hebben ondervonden.

In zijn proefschrift beschreef Ronald Kroeze enkele geruchtmakende corruptiezaken in een verder verleden, zoals de affaire-De Jong: de verdenking dat de voorzitter van de Rijkscommissie van Toezicht op de Peulvruchtenvereniging, een instelling die vanwege de voedselschaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog in het leven was geroepen, zichzelf en enkele bevriende ondernemers had bevoordeeld. ‘Net als de kwestie-De Mos had deze zaak te maken met de verstrekking van vergunningen aan ondernemers door publieke ambtsdragers. Net als De Mos, was deze meneer De Jong, een Kamerlid voor de Liberale Unie, zich van geen kwaad bewust. En beide gevallen speelden zich af in de sfeer waar publieke en privaten belangen met elkaar in conflict kunnen raken. In die brede grijze zone dus, tussen integer en niet-integer handelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden