achtergrondkerkbezoek

Corona versnelt leegloop uit kerk met bijna tien jaar. De vraag die nu gonst is: ‘Zijn we nu niet alles kwijt?’

Zondagdienst in de Sint Franciscusbasiliek in Bolsward met pastoor Arjen Bultsma. De 1,5-metermaatregel is duidelijk zichtbaar.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Veel gelovigen die niet naar de kerk móchten tijdens de eerste coronagolf, zijn niet teruggekeerd zodra de omstandigheden dat weer toelieten. ‘De ontkerkelijking bevindt zich nu op het niveau dat pas voor 2030 was voorzien.’

Er zijn mensen die aan corona een positief effect toedichten op het geestelijk leven: we zijn ons meer dan voorheen bewust van onze kwetsbaarheid, we moeten een tijdje afzien van de onmiddellijke bevrediging van behoeften, we zijn moreel tot onderlinge bijstand verplicht, en ga zo maar door. Ed Smeets, pastoor-deken van Venray en vicaris voor liturgie van het bisdom Roermond, behoort  niet tot die mensen. ‘Ik kan zo gauw geen positieve effecten van corona noemen’, zegt hij berustend. 

Hij doelt niet alleen op het feit dat lang niet alle praktiserende katholieken in het bisdom na de abrupte kerksluiting in maart in de kerk zijn teruggekeerd. Het gaat hem vooral aan het hart dat de aanraking van mensen, die een zo wezenlijk bestanddeel vormt van de liturgie, niet verenigbaar is met de afstandsregels die tot nader order van kracht zijn. ‘Het hele gemeenschapsleven is erdoor ontzield. De eerste communie, het vormsel, het sacrament van de doop en de ziekenzalving, het gewone intermenselijke contact: de aanraking vormt er het wezen van. Eigenlijk zijn de vieringen van dit moment beneden de menselijke maat.’

De liturgie – het geheel van voorgeschreven onderdelen van de eredienst – moet dus worden heruitgevonden, schreef Sam Goyvaerts, docent liturgiewetenschappen aan de Tilburg School of Catholic Theology, in het boek Kerk in tijden van corona. En dat zal nog een hele opgave worden, want ‘het christendom is fundamenteel een godsdienst van ‘het vlees’ met de schepping als uitgangspunt, de incarnatie als bron en de verrijzenis uit de dood als hoogtepunt van het christelijk heilsmysterie.’ Die lichamelijkheid heeft haar weerslag gekregen in het ‘kerkelijk liturgische repertoire’.

Digitale sferen

Zeker: in digitale sferen kunnen wel wat noodverbanden worden aangelegd. Vrijwel elke geloofsgemeenschap – protestantse gemeente of rooms-katholieke parochie – zendt de vieringen inmiddels via streaming of andere kanalen uit. Met, aanvankelijk, hoopgevende resultaten: op deze manier kwamen meer mensen – ook buiten de eigen geloofsgemeenschap – met de heilsboodschap in aanraking. Maar inmiddels daalt het aantal gebruikers van het digitale alternatief alweer. En dat digitale alternatief zal de eredienst met mensen van vlees en bloed ook nooit kunnen vervangen, schreef priester/theoloog Tomáš Halík in Trouw. ‘De echte aanwezigheid van Christus in de eucharistie vraagt om de echte aanwezigheid van gelovigen rond het altaar én om de echte aanwezigheid van christenen in de samenleving.’

Aan zowel het een als het ander ontbreekt het momenteel, kan uit Kerk in tijden van corona worden opgemaakt. Schrijver en actief parochiaan Kolet Janssen deed de ‘pijnlijke constatering’ dat ‘de overal opduikende vormen van hulp en solidariteit tijdens de lockdown bijna nooit uitgingen van kerkgemeenschappen’. En vrijwel elke kerkganger kan vaststellen dat de kerken – soms bij lange na – niet de capaciteit halen die sinds de recente versoepelingen van de coronamaatregelen zijn toegestaan. ‘De betrokkenheid van kerkgangers piept en kraakt in deze crisis’, schreef oud-programmamaker Leo Fijen, samensteller van het voornoemde boek. ‘We stonden er zo goed voor, we waren zo vitaal’ – een waarneming die vooral betrekking had op zijn eigen parochie. ‘En ik besef dat dit allemaal voorbij is.’

Eerst de desinfectiezeep, daarna een hostie met pincet vanachter een perspex scherm, aangereikt door pastoor Arjen Bultsma van de de Sint Franciscusbasiliek in Bolsward. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Wat doen we met Kerstmis?

Zover wil pastoor Smeets niet gaan, al was het maar omdat het bisdom Roermond met betrekking tot de kerkgang een gemengd beeld oplevert. Sommige parochies zitten weer bijna op het pre-coronaniveau, andere groeien weer mondjesmaat aan, maar er zijn ook pastoors die zich, aldus Smeets, vertwijfeld afvragen: ‘Zijn we nu niet alles kwijt?’ Smeets houdt het er maar op dat het in de toekomst ‘zeker niet drukker’ zal worden in de kerk. ‘En nu wordt stilaan de vraag gesteld: wat kunnen en mogen we met Kerstmis?’

Smeets’ collega-geestelijke Arjen Bultsma, pastoor van de Zalige Titus Brandsmaparochie (bestaande uit de katholieke geloofsgemeenschappen van Bolsward, Makkum, Witmarsum en Workum), is evenmin ‘heel positief’ over het herstel van de kerkgang. In het noorden van het land is iets meer dan 60 procent van de door corona verdreven kerkgangers inmiddels weer teruggekeerd, maar Bultsma vreest dat dit percentage niet sterk zal oplopen – ook niet als we niets meer van corona hebben te duchten. ‘De gewoonte van de kerkgang is bij veel mensen doorbroken. Ze hebben een andere invulling gegeven aan hun zondag, en zijn daar kennelijk tevreden mee. Ik wil dat niet veroordelen, maar betreuren doe ik het wel.’ Hij ziet het niet als zijn taak om de thuisblijvers ter verantwoording te roepen. Dat zou niet stroken met het karakter van ‘de uitnodigende en verwelkomende kerk’ die hij wil dienen. Maar intussen bevindt de ontkerkelijking zich wel op het niveau dat pas voor 2030 was voorzien. Met alle gevolgen van dien voor de collecte-inkomsten – de belangrijkste bron van inkomsten.

Vorige week heeft Bultsma in de basiliek van Bolsward een 20-jarige man gedoopt: een zoekende die vijf jaar geleden zijn weg naar de kerk vond. Die bron, ‘de nieuwe aanwas’, zal vaker moeten worden aangeboord nu de overdracht van het geloofsleven van generatie op generatie al geruime tijd hapert. ‘Voortaan zal de kerk het van de zijinstromers moeten hebben’, zegt Bultsma. ‘Ontvankelijke mensen zonder ballast, maar vaak ook zonder kennis van de Bijbel.’ Als hij dan toch iets positiefs over de mogelijke gevolgen van corona voor de moederkerk zou willen zeggen, is het dat potentiële zijinstromers via de online-vieringen nu makkelijker kunnen worden bereikt en geënthousiasmeerd. ‘Voor hen zou de digitale kerk het voorportaal van de fysieke kerk kunnen zijn.’

Leegloop koorschool

Dat is ook de hoop van kapelaan Johannes van Voorst tot Voorst, verbonden aan de parochies van Haarlem en Kennemerland. Tijdens de vieringen in de kathedrale basiliek Sint Bavo, de Haarlemse koepelkerk, moet hij weliswaar vaststellen dat een deel van de oude bekenden (vooralsnog) niet is teruggekeerd na de ‘desoriënterende klap’ van corona, maar dat er ook nieuwkomers zijn: mensen van verre die eerder via de livestream getuige waren geweest van de viering in Haarlem.

Deze mogelijke aanwas weegt echter niet op tegen een tastbaar verlies: dat van koorleden die afscheid nemen. Voor het Haarlemse geloofsleven zijn die koren van oudsher belangrijk, getuige alleen al het feit dat aan de basiliek een koorschool is verbonden. Van de ongeveer honderd leden die de kathedrale koren vóór corona telden, zijn intussen 35 vertrokken. Een aderlating die nog geruime tijd gevolgen zal hebben voor de uitvoering van de liturgie, zegt Van Voorst.

Pastoor Smeets deelt die vrees. ‘De meeste koorleden zijn al enigszins op leeftijd. Velen wachtten misschien op een passend moment om ermee op te houden. Ik vrees dat de kerksluiting in het voorjaar als zo’n passend moment werd aangemerkt. Ik kan het de mensen natuurlijk niet kwalijk nemen, maar voor het gemeenschapsleven is dit een enorme klap. Het virus zelf heeft hier weliswaar geen groot gat geslagen, maar de maatregelen tegen het virus zijn overal voelbaar. Zo beschouwd, zijn de gevolgen van corona voor de kerken veel ingrijpender dan die van alle rampen en veranderingen van de vorige eeuw.’

Na de dienst is er buiten koffie. In het zwart pastoor Arjen Bultsma. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Avondmaal gewoon thuis

Binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is de toon wat minder alarmistisch. Waar in rooms-katholiek Nederland het glas half leeg lijkt te zijn, is dat in protestants Nederland alweer halfvol. ‘Veel wegblijvers komen wel weer terug’, zegt predikant Wim Beekman, classispredikant in Friesland, oftewel: geestelijk leider van de classis (het regionaal kerkbestuur). ‘Wat wij nu meemaken, maken ook de kaatsverenigingen en de postzegelverenigingen mee.’ Daar moet hij wel bij aantekenen dat de regio Friesland naar het zich laat aanzien minder hard door corona is getroffen dan de orthodox-protestantse kerken op de biblebelt. ‘In deze regio gaan de meeste mensen vanuit een diepe, innerlijke overtuiging naar de kerk. Ik heb de indruk dat kerkgang op de biblebelt meer een sociale conventie is, en voor het geloofsleven is dat een wankeler basis.’

Daar komt bij dat, met name, verlichte protestanten minder problemen hebben met ‘sacramenten op afstand’ dan rolvaste katholieken. Zo acht de moderamen (het bestuur) van de PKN het verdedigbaar dat gelovigen het avondmaal thuis met wijn en brood vieren, en dat bij een doop het gewijde water – vanwege de afstandsregels – niet door de predikant maar door de ouders over het hoofdje van de dopeling wordt gegoten. Volgens katholieke theologen wordt daarmee echter het sacrale karakter van deze rituele handelingen miskend.

De protestantse kerken zijn in die zin beter toegerust voor corona dat hun geloofsleven in origine kleinschalig was, zegt Beekman. Die ervaring komt nu goed van pas. ‘In onze kerk komen mensen in kleine groepjes samen. Met huiskamerbijeenkomsten van hooguit zes mensen hebben wij dus geen problemen. Ze zijn eigenlijk oer-protestants.’ En in de kerk die zich al eeuwen aan veranderende omstandigheden aanpast, zal de kleine schaal straks de hoofdstroom zijn, denkt Beekman. Naar goed protestants gebruik, citeert hij een passende bijbeltekst, in dit geval Psalm 84, vers 8 (in de vertaling van 1951): ‘Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort.’

Gestage leegloop

In 2018 rekende 52 procent van de Nederlanders zichzelf niet tot enige religieuze groepering, tegen 41 procent in 2004. 23 procent gaf ‘rooms-katholiek’ op als gezindte – tegen 30 procent in 2004. 15 procent was in 2018 lidmaat van een van de protestantse kerken (PKN of anderszins) tegen 21 procent in 2004.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden