ReportageDuitse slachterijen

Corona ontmaskert misstanden bij Duitse slachterijen

Op een Nederlandse slachterij in het Duitse Bad Bramstedt zijn tientallen vooral Roemeense werknemers positief getest op het coronavirus. Ineens is er aandacht voor hun beroerde arbeids- en leefomstandigheden. ‘Dit is een goede dag. Met dank aan onze gruwelijke vriendin corona.’

De oude kazerne in Bad Bramstedt, waar veelal Roemeense contractarbeiders wonen die voor de Nederlandse slachterij Vion werken. 82 van de 108 arbeiders bleken besmet met het coronavirus. Beeld Marlena Waldthausen

Drie Roemeense mannen, beren van mannen in krappe T-shirts, zitten op tuinstoelen in het kniehoge gras. Met handen en voeten vertellen ze over hun ervaring met het coronavirus. Eerst waren ze positief, zeggen ze, maar niet ziek. Nu zijn ze negatief. Een van de drie steekt een duim op. Morgen is hun quarantaine voorbij, maakt de jongste van de drie duidelijk. Hij lijkt niet ouder dan twintig. Ze hopen dat ze weer snel mogen beginnen met werken, maar weten niet wanneer de fabriek weer opengaat.

De fabriek, dat is de slachterij van het Nederlandse bedrijf Vion in Bad Bramstedt. In de witte fabriekshal tussen de weilanden van Sleeswijk-Holstein worden per jaar 15 miljoen varkens en 800 duizend koeien geslacht, verwerkt en verpakt, door voornamelijk Oost-Europese contractarbeiders die doorgaans werken voor het Duitse minimumloon van 9,35 euro per uur.

Op 30 april gingen twee werknemers met koorts naar het ziekenhuis. Ze testten positief op corona. Al snel bleken 82 van de 108 voornamelijk Roemeense contractarbeiders het virus te hebben, de meesten zonder ziekteverschijnselen. Onder druk van de lokale autoriteiten sloot Vion het slachthuis voor onbepaalde tijd.

De Roemenen moesten verplicht in quarantaine op het verlaten kazernecomplex waar ze wonen, goed tien kilometer van de fabriek. Tot vandaag stond er op last van de lokale autoriteiten twee man security, om te voorkomen dat de zieke slachters mensen in het dorp zouden besmetten.

Een vierde man komt aangelopen, kleiner en smaller dan de rest. Hij spreekt Engels, bijna vloeiend zelfs, maar wil niet met journalisten praten. ‘Ik zeg iets, de pers maakt er iets anders van. Dat kan schadelijk zijn voor ons.’ Dan zegt hij iets in het Roemeens en verdwijnt weer in het gebouw van rode baksteen waar deze mannen wonen. ‘Sorry’, zeggen de andere drie nu ook, met spijtige glimlachjes. ‘Geen interviews met de pers.’ Een XL-verpakking van een goedkoop sigarettenmerk gaat rond.

Mini-demonstratie voor de fabriek van Tönnies in Kellinghusen. De flyers zijn bedoeld voor de veelal Roemeense contractarbeiders die in mini-busjes uit de fabriek komen. Maar hun busjes blijken later niet te stoppen.Beeld Marlena Waldthausen

Het coronavirus, zo blijkt de afgelopen maanden, is een feilloze contrastvloeistof voor het zichtbaar maken van maatschappelijke wantoestanden. Waar het virus elders ter wereld rammelende zorgsystemen en populistische regeringsleiders ontmaskert, staan in Duitsland de vleesindustrie en de tuinbouwsector op het schavot. De lonen zijn er lager dan in de omliggende EU-landen, de mazen in de wetgeving die de rechten van werknemers beschermt zijn gemakkelijk te vinden, wat leidt tot een schimmenrijk van tijdelijke arbeidskrachten, voornamelijk uit Oost-Europa. Vakbonden en linkse partijen spreken van uitbuiting. De regering hult zich al jaren in een ongemakkelijk zwijgen, terwijl de omzetten van de slachters blijven groeien – tot het coronavirus deze week tot actie dwong.

Genadeloos

In geen andere segment van de Duitse economie sloeg het virus zo genadeloos toe. Overal in het land zijn slachthuizen gesloten en worden medewerkers massaal getest, duizenden mensen zitten thuis in quarantaine. Ook in de Nederlandse Vion-slachterij in Groenlo werden woensdag 42 besmettingen geconstateerd.

‘Niemand is natuurlijk verbaasd dat het virus zich juist onder deze mensen verspreidt.’ Aan de telefoon windt Susanne Uhl van vakbondskoepel DGB zich met elke zin heviger op. ‘Ze doen uitputtend werk, maken onbetaalde overuren, wonen te dicht op elkaar in onhygiënische huizen, ze worden heen en weer gereden in kleine busjes.’

Een vrouw met flyers bij de fabriek van Tönnies in Kellinghusen. Op de flyers staat informatie voor contractarbeiders, veelal Roemenen. Het idee is dat ze na hun dienst een flyer kunnen pakken, maar de busjes waarin ze worden weggereden stoppen daar niet voor.Beeld Marlena Waldthausen

In de kazerne in Bad Bramstedt, waar Uhl een half jaar geleden nog is geweest, slapen de arbeiders met z’n tweeën op een kamer en delen ze per verdieping van veertien tot achttien personen sanitair en keuken. ‘Lang niet de slechtste behuizing die ik heb gezien’, zegt Uhl, en memoreert kleinere panden in de omgeving die twee jaar geleden gesloten werden vanwege een onbeheersbare kakkerlakkenplaag. ‘Maar de coronaregels kun je er niet naleven.’

De topman van Vion-Duitsland ontkent dat het bedrijf verantwoordelijk is voor de uitbraak. In de slachterij houden ze zich aan de hygiënestandaarden en de afstandsregels, zegt hij tegen de Duitse publieke omroep NDR. Maar voor de woongelegenheid is de zogenaamde subondernemer verantwoordelijk, die de Roemenen inhuurt. Contractarbeiders zijn zelden direct in dienst bij de slachtbedrijven. Ze worden ingehuurd door gespecialiseerde uitzendbureaus, die behalve het arbeidscontract ook de huisvesting organiseren.

‘Toen ze ziek werden, was Vion niet verantwoordelijk, maar nu ze beter worden opeens wel’, schampert Torsten Wendt. Als burgemeester van de regio is Wendt verantwoordelijk voor naleving van de quarantaine – twee weken, schrijft de wet voor. Maar Vion dreigde Wendt vorige week voor de rechter te slepen. Het bedrijf wilde weer open met de werknemers die gezond waren verklaard. Wendt verbood het. Nu heeft Vion de dreiging ingetrokken, omdat de twee weken er sowieso opzitten en er geen nieuwe besmettingen bijkomen.

Maar Wendt is er verbitterd over, zoals hij al jaren verbitterd is over het mislukken van de pogingen de werk- en woonomstandigheden van de Roemenen te verbeteren. Hij zou het liefst zien dat ze integreren in de lokale gemeenschap, dat ze Duits zouden leren. ‘Het aanbod ligt er, maar de groep is extreem moeilijk te bereiken.

Klare taal, maar alleen anoniem

Hoe dat komt, vertelt een kleine vrouw van middelbare leeftijd, geboren in Roemenië en door de liefde toevallig in Bad Bramstedt beland, waar ze als een van de weinigen het vertrouwen van haar landgenoten in de vleesindustrie heeft weten te winnen. Haar naam is bekend bij de redactie van deze krant, maar omdat ze regelmatig wordt bedreigd door de uitzendbureaus die haar als vijand zien, wil ze alleen anoniem klare taal spreken: ‘Het grootste probleem zijn de voorwerkers en de kontlikkers van de voorwerkers.’

De vrouw schetst een repressief, hiërarchisch systeem van sociale controle. Ze laat op haar telefoon foto’s zien van verschillende mannen met wonden en blauwe plekken. In elkaar geslagen, omdat ze te veel drinken om hun werk goed te kunnen doen, zegt ze, of omdat ze met de pers zouden hebben gepraat – of het klopt wat ze vertelt, is niet na te gaan, maar ook de vakbonden hebben anekdotisch bewijs voor intimidatie en lichamelijk geweld in de sector.

‘In zulke systemen blijven mensen niet thuis als ze ziek worden’, zegt de vrouw. ‘De voorarbeiders dwingen mensen door te werken, zo kan het virus zich uitbreiden.’ Om dat te voorkomen, gaat de Roemeense vanmiddag samen mensen van de vakbond en een paar vrijwilligers naar de andere slachterij in het gebied, die van vleesproducent Tönnies in Kellinghusen.

Ze hebben flyers over corona in het Roemeens, Bulgaars, Russisch en Pools. Om de afstandsregels te kunnen garanderen, hebben ze de papieren aan een lijn geregen die ze met twee bezemstelen omhoog houden.

De shifts beginnen tussen zeven en half acht ’s morgens en zouden acht uur later ten einde moeten zijn. Maar om half vijf draaien er nog steeds vrachtwagens vol nieuwsgierig kijkende varkensogen het terrein op. Om een uur of zes komen de Duitse kantoormedewerkers naar buiten. Op de vraag wanneer de Roemenen komen, antwoordt een van hen dat ‘de Roemenen naar huis gaan als het werk gedaan is’.

Minister schaamt zich

Tijdens het wachten lezen de aanwezigen op hun telefoon het nieuws dat de Duitse regering in allerijl heeft besloten dat contractarbeid zoals op grote schaal plaatsvindt in de slachtindustrie vanaf volgend jaar verboden is. Arbeidsminister Hubertus Heil (SPD) zei zich te schamen voor de toestanden in de vleesindustrie. ‘Dit is een goede dag’, zegt de Roemeense ontroerd. ‘Met dank aan onze gruwelijke vriendin corona.’

Wat flyeren betreft is de dag minder goed. Als auto’s en busjes vol Roemeense werknemers tussen kwart over zeven en acht – dus na een shit van elf tot twaalf uur – de fabriek verlaten, razen de bestuurders met gesloten ramen aan bungelende flyers voorbij.

De busjes rijden naar een groot, haveloos pand van zandkleurige baksteen aan de rand van Bad Bramsted. Achter het laatste busje rijdt een zilveren Audi, die ook op het parkeerterrein naast de slachterij stond. Een slanke jongeman stapt uit, gekleed in een grijs trainingspak dat in bepaalde kringen voor chic zou kunnen doorgaan. Een paar meter achter de mannen uit het busje slentert hij richting voordeur. Op de vraag of iemand Duits spreekt, of Engels, glipt iedereen zwijgend naar binnen, maar de man in trainingspak blijft staan. ‘Uns geht es sehr gut’, zegt hij langzaam en nadrukkelijk. Dan trekt hij de deur stevig achter zich dicht.

Van Groenlo tot in de VS besmettingen

Internationaal worden bij slachterijen veel besmettingen geconstateerd. Behalve in Duitsland dook het virus ook op bij vleesverwerkingsbedrijven in onder andere Australië, Brazilië, Frankrijk, Nederland, Spanje en de Verenigde Staten. In de Amerikaanse stad Sioux Falls (South Dakota) werden ruim 500 werknemers van vleesfabriek Smithfields positief getest op het virus. Daarmee is de fabriek volgens The New York Times de grootste coronahotspot van het land.

In Frankrijk zijn in slachthuizen over het hele land coronabesmettingen vastgesteld. De zwaarste uitbraak is geconstateerd in een slachterij van vleesverwerker Kermené in de plaats Quemper-Guézennec in Bretagne. 109 van de 808 medewerkers testten positief. Het abattoir moest woensdag onmiddellijk de deuren sluiten.

Ook in Nederland werd woensdag voor het eerst een slachthuis gesloten. Bij vleesverwerker Vion in het Gelderse Groenlo testten 45 van de 350 onderzochte werknemers positief op het coronavirus. De 600 werknemers van het bedrijf moeten verplicht twee weken in thuisquarantaine.

Lees ook:

Slachthuizen in buitenland blijken coronahotspots – hoe zit het in Nederland?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden