Cora's patiënten zijn allemaal ondervoed

In het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam werken 7.000 mensen en 2.400 studenten volgen er hun opleiding. Het ziekenhuis heeft 50 kilometer gang, 25 duizend opnamen per jaar, 29 duizend dagbehandelingen en 350 duizend polikliniek-bezoeken....

Dinsdagochtend, half elf. In de kamer waar de diëtisten zich verzameld hebben, ontspint zich een gesprek over een kapotte thermostaat. De vrouwen, onder wie een meisje met lange blonde haren en een dromerige blik en een paar dertigers in trui en spijkerbroek, zitten met Cora Jonkers om tafel en praten over de plotselinge kou die je overvalt wanneer het in huis nog 13,5 graden is als je wakker wordt, en of het dan nog wel zin heeft iets te ondernemen, want je moet toch zo naar je werk.

Een tafel met zes diëtisten is anders dan een tafel met zes artsen, die kwinkslagen uitwisselen, geen belevenissen. Alles wijst op een gemoedelijke ochtend, wanneer als bij toverslag de vrouwen overschakelen op een andere dimensie, die van de roeping, die van hun heilige plicht, die van een automatisch weten wat ertoe doet en wat niet, die van de wereld van het infuus en de kunstmatig toegediende, zogeheten parenterale, voeding.

Cora zit de vergadering voor. Een paar nieuwelingen kijken onwennig voor zich uit, alle anderen hebben hun handen slagvaardig gevouwen op tafel. Het gaat over heparine. Het gaat over glutamine die preoperatief gegeven kan worden. Het gaat over verstoorde dorstsensatie, over watertekort en zoutteveel, over ijzerverzadiging, over het serum ijzer dat gedeeld moet worden door de totale capaciteit. Het gaat over een patiënt met een verminderde ijzerbindingscapaciteit en een Hb van 4,7. Geen woord over calorieën, geen woord over de sla uit de tuin van Michelle Obama, geen woord ook over zwaarlijvigheid. Ook de thermostaat, nog geen paar minuten geleden hartstochtelijk gespreksonderwerp, lijkt ineens heel ver weg.

De patiënten van Cora zijn allemaal ondervoed. Patiënten met falende magen, falende darmen, patiënten met maar één meter darm door kanker. Maar ook patiënten die op de IC hebben gelegen zijn bijna allemaal ondervoed. Ze ergert zich aan artsen die te weinig aandacht hebben voor voeding. Terwijl het zo duidelijk is: wie goed eet, verlaat sneller het ziekenhuis. Medici zijn er als de kippen bij om de bloeddruk te meten, maar een minderheid erkent het belang van een gewichtscurve. Een onderzoek toonde aan dat patiënten die in het ziekenhuis ontbijten aanzienlijk meer kans hebben het er levend vanaf te brengen dan hun niet ontbijtende medepatiënt. Niet eten werkt verzwakking in de hand bij patiënten die juist moeten aansterken. Dus artsen zouden sneller alarm moeten slaan als een patiënt afvalt.

Cora laat de anderen een tabel zien met de bloedwaarden van een patiënt met chronische darmklachten en kijkt de kring rond. Ze is een vrouw die je het best met ‘hartelijk’ zou kunnen omschrijven. Hartelijk tegen haar diëtisten (‘Nee, dat is niet moeilijk, echt niet’), hartelijk tegen haar patiënten (‘Meneer, u klinkt een stuk krachtiger, ik ben hartstikke trots’) en hartelijk tegen haar 15-jarige zoon die haar een kwartier geleden sms’te dat zijn gastgezin in Engeland best meevalt (‘Wat fijn voor je’). In haar vrije tijd speelt ze graag een partijtje golf. Met het korte haar in de wind, en een gedecideerde slag.

‘Wat vinden jullie van het calcium, en wat van de albumine van deze patiënt? Is het bicarbonaat niet wat aan de lage kant?’, vraagt ze.

‘Het lab is top’, zegt de lange blonde alerter dan ze leek.

‘Gaan we haar voor de OK opladen met ijzer?’, vraagt de donkere met de kapotte thermostaat.

‘Vijf ampullen’, antwoordt Cora. ‘Dat is goed voor één punt omhoog in de de Hb.’

Diëtisten in een ziekenhuis zijn chemici die goochelen met formules die ze toepassen op echte mensen, zoals de echtgenote van bakker Bart die straks naar de zuurstoftank gaat. De vrouw bleek in het voorjaar baarmoederhalskanker te hebben, waarna ze zo vaak is bestraald dat haar darmen beschadigd raakten. De zuurstof in de tank moet haar darmen opnieuw activeren. Nog maar een klein deel van haar eten gaat door de mond. ’s Nachts ligt ze thuis aan het infuus, de parenterale voeding, het specialisme van Cora. De voeding gaat via de borst meteen naar de bloedbaan en is zo geen belasting voor de darmen. Parenterale voeding is het laatste redmiddel. Als gewoon eten niet gaat, kun je met drinkvoeding bijgevoerd worden, daarna is er de sonde die via de neus de voeding naar de darmen brengt, en pas in laatste instantie wordt er een beroep gedaan op Cora en de parenterale voeding. Wat weer niet wil zeggen dat deze patiënten helemaal niks eten, want een werkeloze darm verschrompelt binnen een paar weken. De bakkersvrouw heeft bijna vier maanden in het ziekenhuis gelegen. Cora heeft haar best gedaan om de vrouw naar huis te laten gaan; het infuus dat ze als een rugzakje naast zich heeft liggen, tankt haar elke nacht bij.

De tafel waaraan de vrouwen zitten is lang en smal. Er staan geen kannen koffie, veel tijd mag de vergadering niet kosten. Straks waaieren de diëtisten uit naar hun patiënten. Straks zal Cora nog wat bijzondere gevallen bespreken met Mireille, de internist die energiek en geconcentreerd (‘Leuk, maar wat wil je daar nu precies mee?’) als enige aan tafel de artsenij vertegenwoordigt. Straks zal Cora zich een half uur terugtrekken op haar kamer, de mail beantwoorden, haar meegebrachte boterhammen eten, een paar chronische patiënten bellen, en dan telefoneert ze ook nog even naar het ziekenhuis in Enschede, waar een van haar patiënten ineens met zeer lage bloeddruk is opgenomen. Ze is druk, maar het is leuk werk, ze zou zelfs willen beweren dat haar werk haar hobby is. Ze kent iedereen, ze werkt hier al bijna dertig jaar. Aan de muur van haar kamer hangt een gedicht van Annie M.G. Schmidt: Ik hou van aardappels met sju en veel gehakt/ ik hou van koffie met veel suiker en gebak.

Inderdaad, Cora is niet dik en niet dun. Ze eet weleens een paar handen pepernoten, ze staat niet stil bij alles wat ze in haar mond stopt. Die belachelijke fixatie op gezond eten tegenwoordig! Alle voedsel is gezond! Een lekkere bitterbal mag best, vier bitterballen, ook geen punt, het wordt pas schadelijk als je elke dag bitterballen eet en dan doorpakt met een portie frites en drie kroketten. Patiënten moeten eiwitten eten, dat weet iedereen, van eiwitten word je sterk. Maar eiwitten is een loos begrip. Cora vertaalt het begrip eiwitten en koolhydraten in boterhammen en dan niet in het aantal boterhammen, maar gewoon door iedereen aan te sporen drie keer per dag te eten en dan nog wat tussendoortjes, en dan komen die eiwitten vanzelf wel. Zelfs in een Snicker zit wel een grammetje eiwit. Als artsen en verpleegkundigen maar beseften dat bijna alle patiënten die langer dan vier dagen in een ziekenhuisbed liggen, ondervoed kunnen raken. Leg een bodybuilder op een bed en hij is binnen twee weken vermagerd, want spierweefsel bestaat voor het grootste deel uit vocht. Patiënten die klagen dat ze na een opname zo lang moe blijven: ja, logisch. Wat er in razend tempo afgaat, komt er maar langzaam weer aan.

Wanneer ze na de lunch de polikliniek met de bakkersvrouw binnenloopt, gaat ze zitten op de bank. Ze luistert naar het verhaal van de bleke vrouw en merkt op dat het jammer is dat de vrouw haar eigen brood niet kan eten en diarree krijgt van chocolade, want zelf houdt Cora ook van chocola, maar wat heerlijk dat ze gewoon weer 56,7 kilo weegt. Prima.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden