Cope's expeditie

In een vuistdik boek voert Julian Cope ons mee langs zijn liefde voor 'furieuze rock 'n' roll uit de onderbuik'. Rest maar een vraag: waarom heb ik dit nooit eerder gehoord?

Toen Julian Cope (1957) eind jaren zeventig voor het eerst in de popmuziek opdook, was dat als voorman van Teardrop Explodes. Dat was naast Echo & The Bunnymen een van de belangrijkste postpunkbands uit Liverpool. Teardrop Explodes had een paar hitsingles (Treason, Reward), maar na twee platen viel de band in 1981 uiteen.


Cope ging solo en had eind jaren tachtig een hitje met World Shut Your Mouth. Hij bleef interessante en meestal goede platen maken, maar zakte toch weg in het ondergrondse. Een bewuste keuze waarschijnlijk, want zijn recente werk, onder eigen naam of met bands als Brain Donor en Black Sheep, is vaak moeilijk te behappen. Snoeiharde metal afgewisseld met krautrock, noise en schreeuwerige garagepunk: boeiend maar ongeschikt voor de radio.


Toch is het precies dit soort allesverzengende, compromisloze heavy metal die volgens Cope de essentie van rock 'n' roll belichaamt. Hipsters die jaren braaf de nieuwste Sonic Youth kochten of zij die denken dat Swans duistere Teutoonse rock maakt die niet zwarter kan worden: lees Copendium, het onlangs verschenen vuistdikke boek van Julian Cope en er gaat een wereld voor u open.


Een kleine achthonderd pagina's breekt Cope in dit prachtig uitgegeven werk met een chique tweekolomsbladspiegel een lans voor furieuze rock 'n' roll uit de onderbuik, experimentele krautrock en doom metal. Hij behandelt in elk hoofdstuk een voor hem cruciaal album van bands en artiesten waarvan de namen haast fictief aandoen, ook voor enigszins ingewijden. Zelfs zij die elke maand trouw The Wire lezen, het Britse muziekblad voor experimentele muziek, zullen opkijken bij namen als Tight Bro's From Way Back When of Armand Schaubrock of Vibracathedral Orchestra.


Voor Cope zijn ze essentieel. Hun platen zijn opgenomen in zijn pantheon van de rock 'n' roll. Het aardige is dat hij ook nog eens duidelijk weet te maken waarom en dat je na lezing over bijvoorbeeld Monoshock achterblijft met een gevoel van: waarom heb ik dit nooit eerder gehoord?


Al bladerend krijg je een dwingende behoefte de platen die Cope chronologisch behandelt, te beluisteren. Spotify helpt waar het de jaren zestig en zeventig betreft, maar gaandeweg worden de artiesten (en mogelijk ook Cope's voorkeuren) obscuurder. Daarom is het raadzaam de gelijknamige driedubbel-cd erbij te nemen. De Expedition into The Rock 'n' Roll Underworld zoals de subtitel van boek en album heet, is daarmee compleet. Ruim drie uur lang val je van de ene verbazing in de andere. Het niet zo obscure Blue Cheer (1968) wordt gevolgd door het mysterieuze A.R & The Machines (1972) dat afwisselend betovert en de poezen de gordijnen injaagt.


En wat een ontdekking blijkt Helicopter van Sand, een stuk van bijna een kwartier in 1974 geproduceerd door Klaus Schulze. Hier heeft David Bowie een jaar later onmiskenbaar het klapwiekende intro en opbouw van zijn Station To Station vandaan gehaald.


Bowie komt net als Sonic Youth, Radiohead en andere muzikale vernieuwers niet in Copendium voor. Bowie's maatje van weleer Iggy Pop wel, maar Cope heeft eigenlijk geen goed woord over voor alles wat deze aartsvader van de punk na zijn werk met de Stooges, tot pakweg 1973 heeft uitgebracht. Een 'corporate whore with the nuclear industry's level of arrogance' noemt hij zijn oude held in een zeer enthousiasmerend stuk over noiserockers Comets On Fire.


Die passages waarin grote namen uit de popgeschiedenis ervan langs krijgen, doen overigens vaak kinderachtig aan. Woordgrapjes als Bonio (Bono) of Crapton (Clapton) heeft Cope niet nodig om zijn punt te maken. Gelukkig blijven zijn ingevingen beperkt.


Cope houdt zich niet zozeer bezig met benoemen wat er allemaal niet deugt aan veel (mainstream) rock. Hij besteedt liever ruimte aan wat hij bewondert. Dat zijn, anders dan de tracklist van de cd-box doet vermoeden, niet alleen obscuur gebleven bands en artiesten.


Schitterend is zijn apologie voor het vroege werk van de Amerikaanse rockband Blue Oyster Cult. Zeer vermakelijk is het hoofdstuk over Van Halen, waarin hij vroege bootlegs van de band beschrijft.


Leerzaam is ook zijn uitgebreide hoofdstuk over de minst geliefde periode uit de loopbaan van Miles Davis. De jaren 1974-1975, waarin Davis de trompet verruilde voor orgel en aanvankelijk alleen in Japan platen als Pangaea en Dark Magus wilde uitbrengen. Cope neemt het op voor deze boeiende materie en doet dat nadrukkelijk als rockliefhebber. Aan jazz heeft hij, zoals hij regelmatig verzucht, een pesthekel.


En zo praat Cope zijn lezers en luisteraars bij en geeft hun het gevoel dat er nog veel te ontdekken valt. Tien jaar lang (tussen 2000 en 2010) schreef Cope op zijn website Head Heritage maandelijks een rubriek waarin hij een 'album van de maand behandelde'. In dit boek zijn deze stukken chronologisch gebundeld.


Net als in Cope's eerdere popboeken -Head-On (1994), Krautrocksampler (1995) en Japrocksampler (2007) - is het zijn oprechte enthousiasme dat zo aanstekelijk werkt dat je steeds dieper in het door de auteur zo bejubelde ondergrondse wilt wegzakken. Je hoeft niet alles mooi te vinden wat door Cope is geselecteerd, maar ongemerkt aan je voorbij laten gaan, is uitgesloten.


Julian Cope: Copendium - An Expedition Into The Rock 'n' Roll Underworld. Faber And Faber. 39,95 euro.


Diverse Artiesten: Copendium - An Expedition Into The Rock 'n' Roll Underworld. 3 cd-box. Faber And Faber/Ace Records. 59,95 euro.


Ongeschikt voor de radio

Julian Cope speelde in de jaren zeventig in postpunkband Teardrop Explodes. Ook na het uiteenvallen van de band in 1981 bleef hij interessante en meestal goede platen maken, maar hij zakte toch weg in het ondergrondse. Een bewuste keuze waarschijnlijk, want zijn recente werk, onder eigen naam of met bands als Brain Donor en Black Sheep, is vaak moeilijk te behappen. Snoeiharde metal afgewisseld met krautrock, noise en schreeuwerige garagepunk: boeiend maar ongeschikt voor de radio.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden