Conventie

De politicus arriveerde per trein en liep in het station onmiddellijk op de wachtende verslaggevers af. 'Vraag alles wat in je hoofd op komt, en ik zal antwoord geven....

De journalisten waren even overrompeld door zoveel voortvarendheid, maar al snel vuurden ze de ene vraag na de andere af op de man die tot Republikeins presidentskandidaat hoopte te worden gekozen.

'Waar is uw staf?'

'Die heb ik niet.'

'Waar is uw hoofdkwartier?'

'Onder m'n hoed.'

'Denkt u echt de nominatie in de wacht te slepen?'

'Beslist. En als ik onverhoopt niet word gekozen, is de nominatie ook niet de moeite waard.'

Het is duidelijk dat het hier niet gaat om Bob Dole en dat de scène zich niet afspeelt in San Diego, waar maandag de Republikeinse conventie van start gaat. Bij bovenstaand voorval schrijven we juni 1940. Plaats van handeling is het centraal station van Philadelphia, en de onbevangen kandidaat-in-spe is Wendell Willkie.

De grootste kanshebbers voor de Republikeinse nominatie in 1940 waren twee beproefde partij-coryfeeën, de Newyorkse hoofdofficier van justitie Thomas Dewey en senator Robert Taft uit Ohio. Geen van beiden wekte echter veel enthousiasme, en omdat ze elkaar min of meer in evenwicht hielden kon de onervaren maar energieke en innemende Willkie zich opwerpen als het bevrijdende alternatief.

Met succes. Dewey en Taft verloren geleidelijk terrein en bij de zesde stemming veroverde Willkie de nominatie, die hem tot uitdager van de Democratische president Franklin Roosevelt maakte.

Zo'n gang van zaken is vandaag de dag praktisch ondenkbaar. Door het sterk toegenomen gewicht van de voorverkiezingen is de aanwijzing van de presidentskandidaat op de conventie goeddeels een formaliteit geworden. Ook in San Diego is dat het geval. Van de 1990 gedelegeerden zijn er 1125 gemandateerd om bij de eerste stemming voor Dole te kiezen. Hij is dus verzekerd van de meerderheid.

Zo gaat het al vele jaren, zowel bij de Republikeinen als bij de Democraten. De laatste keer dat een conventie begon zonder dat de nominatie vaststond, was in 1976, toen de Republikeinse president Jerry Ford in een nek-aan-nek race was verwikkeld met Ronald Reagan. Niettemin won Ford al bij de eerste stemming. De laatste keer dat er meer dan één keer moest worden gestemd, was in 1952, toen de Democraten op hun conventie in Chicago pas in de derde ronde Adlai Stevenson uitverkozen.

In vroeger tijden was zoiets eerder regel dan uitzondering. Vooral de Democraten maakten van hun conventie meer dan eens een ware uitputtingsslag. In 1860 waren 57 stemmingen nodig alvorens Stephen Douglas werd genomineerd. Het record dateert van 1924. Op de Democratische conventie van dat jaar werden gedurende negen dagen 103 stemmingen gehouden. Ook over het verkiezingsprogramma werden verwoede debatten gevoerd, die vier dagen duurden en af en toe zelfs ontaardden in een knokpartij.

Wat sfeer betreft, was de conventie vaak een mengeling van de boksring en de music-hall. Toen in 1884 de populaire afgevaardigde James Blaine werd voorgedragen voor de Republikeinse nominatie, kende de geestdrift geen grenzen. 'Hele rijen mensen sprongen van hun stoel', rapporteerde de New York Tribune, 'en uit hun kelen kwam een gejuich dat weldra oversloeg naar het podium en aanzwol tot een gebrul, even diep en oorverdovend als de stem van de Niagara. De lucht zinderde, de gaslantaarns trilden, de muren schudden. De vlaggen werden van de balkons getrokken en er werd wild mee gezwaaid, hoeden, paraplu's en zakdoeken werden in de lucht gegooid en leken te dansen over een woelige zee van hoofden.'

In vergelijking daarmee zijn de hedendaagse conventies gestroomlijnde evenementen. En zo willen de partijbonzen het ook. De conventie moet de eenheid van de partij en de competentie van de kandidaat uitstralen. Verschil van mening wordt al snel uitgelegd als een teken van zwakte. Vandaar dat zoveel mogelijk van tevoren wordt bedisseld en dat de aspirant-kandidaat een legertje adjudanten in de zaal posteert om ongewenste manoeuvres zo snel mogelijk de pas af te snijden.

Maar de regie schiet soms toch te kort. De Democratische partij vergooide in 1984 in San Francisco haar toch al geringe kansen door zich op sleeptouw te laten nemen door de linkervleugel. George Bush berokkende zichzelf vier jaar geleden in Houston behoorlijke schade door toe te laten dat de ultra-conservatief Pat Buchanan op prime time een zeer militante toespraak kon houden.

Een conventie kan nog steeds ineens uit de band springen. En ze blijft de unieke Amerikaanse institutie waarvan humorist Will Rogers ooit opmerkte: 'Het is een van de dwaasheden die wij onszelf hebben gegeven en die geen ander land kan begrijpen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden