Controversiële keizerkunst en een flagrante misser

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: de nieuwe foto's van de keizer zijn ook doorzichtig en een volkomen mislukt droste-effect.

Meiro Koizumi in De Hallen.

Haarlem, 16 november

Een werk van Meiro Koizumi deed me glimlachen. Het hing halverwege de expositie: een half beschilderde zwart-wit-foto van het Japanse keizerlijk echtpaar; ter hoogte van de buik verbeeldde de kunstenaar de ingewanden van het stel in acryl. Een vriendin van me heeft de gewoonte om tijdens vergaderingen met grote ego's van het mannelijk geslacht die grote ego's voor te stellen terwijl ze binnensmonds vloekend stuntelen met een condoom. Maar een onverholen (fictieve) blik op de inwendige mens is natuurlijk ook een uitstekend middel ter relativering van de macht. Het lijkt me knap lastig om de keizer als godheid te zien wanneer je diens spijsverteringskanaal zojuist aan een inspectie hebt onderworpen.

De keizer duikt vaker op in De Hallen. Sterker: diens aanwezigheid is bepalend in zo'n beetje elk werk. Diens afwezigheid ook, soms. In de reeks Air uit 2016 bijvoorbeeld. Die bestaat uit krantenfoto's en staatsieportretten waaruit Hirohito en Akihito en hoe die lui verder ook mogen heten zorgvuldig zijn weg-geschilderd. En er dus niets anders overblijft dan functionarissen en burgers die eerbiedig buigen of juist uitzinnig zwaaien voor lege ruimten.

Ik, geen keizer erkennend dan de keizer van het roomijs, raak van zulke beelden minder van mijn stuk, dan, stel ik me voor, een oudere, onder het heersende regime opgegroeide Japanner. De reeks werd in elk geval te controversieel geacht voor vertoning in Koizumi's thuisland.

Na het zien van zijn recentste, speciaal voor deze tentoonstelling geproduceerde video-drieluik, Today My Empire Sings kun je je daar iets bij voorstellen. Zij toont hoe een door Koizumi ingehuurde acteur (met microfoon) meeloopt tijdens een antikeizerdemonstratie tijdens de herdenking van de Japanse overgave in 1945. Dat is geen plezierwandeling, blijkt al snel. Binnen de kortste keren wordt de acteur uitgescholden ('verrader', 'Rot op uit Japan', etcetera), bedreigd en door de oproerpolitie beschermd tegen agressieve nationalisten - aan het eind van de tocht is de acteur in tranen en heeft bij ons de associatie met Christus en zijn vernederende kruisgang opgedrongen. Wie bouwt op het volk, zegt Don Corleone in The Godfather, bouwt op modder. Wie het tegen de haren in strijkt, zo toont deze film, wordt ermee bekogeld.

Meiro Koizumi, Today My Empire Sings, t/m 8/1, De Hallen Haarlem.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Andrea Frasers video in Haarlem.

Nog steeds Haarlem, 16 november

Een van de grappigste satires op de kunsthandel is Andrea Frasers film May I Help You? uit 1991. Daarin probeert een galerie-houder met parelketting (in tegenstelling tot Frasers andere werk niet gespeeld door de kunstenares zelf) tientallen volstrekt identieke stukjes beschilderd pleister ('I would say that this work is the apotheosis of abstraction') aan de man te brengen. Wat begint met een poging tot verleiding eindigt in een zelfrevelerende tirade rond klasseverschil.

In De Hallen plaatste de Russische gastconservator Sergey Fofanov deze film in één ruimte met litho's en ander werk in oplage van moderne meesters als Matisse, Lautrec, Picasso en enkele expressionisten van wie ik de naam even niet paraat heb. Deze werken werden geselecteerd op grond van de statuur van de makers, en, vermoed ik, ook op hun kleur. Allen zijn zwart en derhalve dringt het idee zich op dat ze binnen deze context de rol vervullen van de eenvormige, monochrome pleisterwerkjes in Andrea Frasers video, een vermoeden dat de wandtekst ('musea proberen te scoren met blockbusters') bevestigt. Institutionele kritiek binnen de institutionele kritiek.

Om het droste-effect nog even door te zetten (institutionele kritiek binnen de institutionele kritiek binnen de institutionele kritiek): deze kleine expositie, met zijn erbarmelijke akoestiek en zijn door het luidruchtige klimaatapparaat overstemde televisieset, zijn lijsten waarin het beeldscherm van die tv irritant weerspiegelt, is een flagrante misser. De analogie tussen Frasers inwisselbare pleisterwerken en de kundige voorstellingen van de vroege modernen snijdt geen hout; de poging zulke bescheiden en makkelijk te veronachtzamen werkjes neer te zetten als belichaming van een enkel op geldelijk gewin gerichte grotenamencultuur is ridicuul. De retorische vraag op de muur ('wat maakt deze werken waardevol?') ten slotte vind ik deprimerend. Als zelfs de conservatoren niet weten wat hun kunst waardevol maakt, wie dan wel?

Paper Matters - An Attempt at a Critique of Institutional Critique, t/m 8/1, De Hallen, Haarlem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden