Controverse over beleggen op krediet

De Stichting Toezicht Effectenverkeer waarschuwde vorige week voor beleggen met geleend geld. De aantijging van de beurswaakhond dat een rendement van 8 procent onvoldoende is om de kosten goed te maken, blijft niet overeind....

Zijn het nu gevaarlijke geldverslinders of juist gunstige rendementsmachines? De meningen over beleggen met geleend geld lopen flink uiteen. De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) toeterde vorige week rond dat de zogeheten aandelenleaseproducten voor beleggers veel linker zijn dan de aanbieders willen doen voorkomen. Als de beurs gemiddeld met 8 procent stijgt, zullen beleggers geen stuiver winst maken, luidde de bewering van de financiële toezichthouder.

De aanbieders van de Vermogensversnellers, KoersKrakers en Sprintplannen beweren dat de STE er volledig naast zit. De stelling van de STE dat 8 procent koersrendement de belegger nog niet uit de kosten haalt, is volgens Labouchere en Aegon faliekant onjuist. Zij hebben gezamenlijk driekwart van de markt voor aandelenleaseproducten in handen.

Eén ding is zeker. Beleggen met geleend geld kan een fikse verliespost opleveren. Ook de aanbieders erkennen dat. 'Met beleggen neem je nu eenmaal risico's. Daar zijn onze klanten zich goed van bewust', zegt bestuurslid B. van der Vlis van Labouchere. ' Wie bij een AEX-index van 670 punten is ingestapt, is ook veel geld kwijt.'

Het meningsverschil tussen STE en aanbieders spitst zich toe op twee zaken: het minimaal vereiste rendement en de agressieve wijze waarop aanbieders hun producten aan de man trachten te brengen.

Wat er ook op de beurs gebeurt, de klant zal maandelijks zijn termijnen moeten betalen. Als aan het einde van de looptijd de aandelen onvoldoende hebben gepresteerd, lijdt de consument verlies. Het minimaal vereiste rendement - het break-even point in jargon - is het percentage dat de aandelen gemiddeld jaarlijks in waarde moeten stijgen om de klant uit de kosten te laten komen. Volgens de STE ligt dit minimale rendement op 8 procent. Als aandelen minder presteren, maakt een belegger 90 procent kans op verlies, stelt de STE. Een nadere toelichting op die stelling ontbreekt.

Aegon en Labouchere beweren dat de vereiste percentages veelal lager liggen (zie tabel). Een rendement van 4 tot 7 procent is vaak voldoende om uit de kosten te komen. 'Bij 99 procent van onze producten levert een gemiddeld rendement van 8 procent al winst op', zo stelt Van der Vlis.

Het VermogensVliegwiel van Aegon vereist een jaarlijks rendement van 2,73 procent om quitte te kunnen draaien, beweert de verzekeraar. Bij de Winstvertiendubbelaar van Labouchere-dochter Legio Lease is, bij een looptijd van zeven jaar, een jaarlijks rendement nodig van 5,62 procent.

Alleen bij producten met een korte looptijd ligt het vereiste rendement hoger. 'De kosten van kortlopende producten zijn hoger vanwege de relatief dure optieconstructies', aldus Van der Vlis.

De STE weet niet duidelijk te maken waarom de getallen van de aanbieders zo sterk afwijken van de cijfers van de toezichthouder zelf. De behandeling van dividenden op aandelen kan het verschil ten dele verklaren. De STE lijkt ervan uit te gaan dat de aanbieders al het dividend opstrijken. Dat is niet het geval. Bij Labouchere wordt volgens Van der Vlis dividend in 70 procent van de gevallen niet uitgekeerd, maar gebruikt om de kosten te dekken.

Beleggen op krediet is sinds de invoering van het nieuwe belastingstelsel per 1 januari 2001 minder aantrekkelijk geworden. De betaalde rente is daardoor niet langer aftrekbaar van het belastbaar inkomen. Dus moet er een hoger rendement worden gehaald om quitte te spelen. Ohra, die ook leaseproducten verkocht, is om die reden uit de markt gestapt.

De STE uitte vorige week ook kritiek op de agressieve reclames van de aanbieders. 'De reclame-uitingen van aandelenleaseproducten maken vaak onvoldoende duidelijk dat consumenten met deze producten beleggen met geleend geld.' De aanbieders schermen in hun advertenties geregeld met koerswinsten van 12 tot 20 procent, terwijl de beurs de afgelopen twee jaar gemiddeld 15 procent in het rood stond.

De aanbieders vinden dat zij hun advertenties al voldoende hebben gekuist. 'Wij laten zien wat er gebeurt als het rendement min 6 procent is. Hoe ver moet je gaan?', zegt J. Troost van Labouchere.

Volop controverse dus. Maar een ding staat wel als een paal boven water. Ondanks de onduidelijkheden van de STE is het de eerste keer dat de beurswaakhond het beleggende publiek waarschuwt voor een complete categorie beleggingsproducten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.