'Controleren is uit beeld geraakt'

Marcel Pheijffer hekelt al jaren de gebrekkige controlerende rol van accountants. Ook collega-hoogleraren krijgen ervan langs. 'Het ontbreekt de sector aan zelfreinigend vermogen.'

Het is bijna een dagtaak om het disfunctioneren van de accountants in Nederland bij te houden. Steeds weer komen bedrijven in opspraak wegens fraude of gerommel met cijfers. Vestia, Imtech, SNS, Rabobank, om maar een paar recente gevallen te noemen. En steeds is er de vraag: Staat er iets over in het jaarverslag? Waarom heeft de accountant het gerommel niet gezien?


Ook deze week was het weer raak. In een corruptiezaak bij bouwbedrijf Ballast Nedam blijkt een betrokken accountant van KPMG nu verdachte. Hij zou geholpen hebben honderden miljoenen dollars aan steekpenningen te versluieren. En in dezelfde week kwam de Autoriteit Financiële Markten (AFM) ook nog eens met een onderzoek naar de kwaliteit van de kleine accountantskantoren. Daarmee is het niet best gesteld. Slechts een op de vijf jaarverslagen wordt goed genoeg gecontroleerd.


In zijn veelgelezen column op de website accountant.nl pelt Marcel Pheijffer (45) dergelijke zaken af. Met het geoefende oog van de forensisch accountant die vele misstanden uit dossierdikke cijferbrij reconstrueert - hij werkte onder meer voor de FIOD en de parlementaire enquêtecommissie bouwfraude. En met het oog van de strenge hoogleraar die op Nyenrode al meer dan tien jaar nieuwe lichtingen accountants opleidt.


Neem de rol van KPMG in de steekpenningenzaak bij Ballast Nedam. Het kantoor verschuilt zich in de pers achter het feit dat niet KPMG, maar de individuele accountant verdachte is. Maar ook over het handelen van het kantoor heeft Pheijffer vragen. 'Waarom staat er bijvoorbeeld nog niets over in het transparantieverslag van KPMG?' Fijntjes herinnert hij eraan dat het bestuur van KPMG eerder dit jaar een boete kreeg van de AFM omdat het alarmerende berichten van de interne 'compliance officer' schouderophalend naast zich neerlegde.


Pheijffer is een van de weinige hoogleraren accountancy die volledig onafhankelijk zijn. De meeste andere professoren zijn verbonden geweest aan een van de grote accountantskantoren, of zijn dat nog. 'Ze durven zich niet in misstanden te verdiepen of houden zich op de vlakte, allemaal uit angst dat hun eigen kantoor later in een vergelijkbare situatie verzeild raakt', zegt Pheijffer. 'Pure armoede en een verschraling van het academisch debat in Nederland.'


Toch benoemen universiteiten zulke hoogleraren omdat ze goed zijn in hun vak.

'Om goed over je vak te vertellen hoef je toch geen hoogleraar te zijn? Praktijkdocent is ook een mooie term. Het is maatschappelijk gezien wel heel belangrijk dat een hoogleraar zich verdiept in en uitspreekt over zaken zoals SNS, Rabo of Vestia. Of als de AFM met rapporten komt waarin de controles van accountants worden gekraakt. Daar hebben wij het nu niet over in het vak. Dat is intellectuele armoede en als zij zich niet vrij voelen zich daarover uit te spreken hadden ze geen hoogleraar moeten worden. Hun reactie is dat zij andere paradigma's en stijlfiguren hanteren. Ik lach daar hard om.'


Intussen bent u er erg druk mee. Hoe kan het dat accountants de afgelopen jaren zo vaak in opspraak raken?

'Fraude is natuurlijk van alle tijden. Maar dat de accountants de afgelopen jaren zo vaak in opspraak zijn geraakt, heeft twee belangrijke oorzaken. In de eerste plaats de schaalvergroting. Accountantskantoren zijn sinds de jaren tachtig heel hard gegroeid. Er werd in die grote organisaties steeds minder gestuurd op kwaliteit van de controle, maar veel meer op dingen als: hoe groot is de omzet, hoeveel mensen stuur ik aan. En uiteraard gaat het uiteindelijk om de winst die de partners delen.


'Ten tweede is de nadruk in de loop der tijd veel meer komen te liggen op advies en multidisciplinaire dienstverlening. De accountant controleerde de jaarrekening en bracht vervolgens een paar kantoorgenoten binnen om te adviseren hoe het allemaal efficiënter kon. Met adviesverlening wordt door de kantoren het grote geld verdiend.


'Maar als controlerend accountant heb je het vertrouwen gekregen de wettelijke taak uit te voeren om ervoor te zorgen dat de maatschappij een getrouw beeld heeft van organisaties. Die rol is door het accent 'multidisciplinaire dienstverlening' te vaak uit beeld geraakt. Accountants gaan daardoor veel te veel naast de CEO staan in plaats van erboven.'


In een recente column stelt u dat sommige organisaties 'too big to control' zijn. Is dat bijvoorbeeld het geval bij de Rabobank? Daar waren het een paar handelaren die ver van het hoofdkantoor de kluit belazerden.

'Je ziet dat bij financiële instellingen, maar ook bij ander multinationals. Die zijn in zoveel landen actief met enorme budgetten en onder zoveel verschillende soorten wetgeving. Het is een enorme klus om deze organisaties te beheersen en te controleren.


'Maar in al die zaken, ook nu weer bij de Rabobank, zie je dat er wel degelijk signalen zijn die door accountants, commissarissen en het bestuur opgepikt kunnen en moeten worden. Bij Rabo kwamen toezichthouders al in 2010 waarschuwen dat de Libor gevoelig was voor fraude. Daarom is de boete die de bank heeft gekregen ook zo hoog. Juist wanneer organisaties enorm groot en moeilijk beheersbaar zijn, dien je ieder signaal adequaat op te pikken en te controleren.'


En heeft de accountant zijn werk dan ook niet goed gedaan?

'Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. De raad van commissarissen, verantwoordelijk voor het inhuren van een accountant, en de aandeelhouders moeten wel geld over hebben voor een goede controle. Dat is niet overal het geval geweest. Maar dat zien we nu gelukkig wel veranderen. Onder andere door de Vestia-zaak. Daar ging de controlevergoeding bij de accountantswisseling omlaag, terwijl de risico's toentertijd fors toenamen en er dus genoeg reden was om te veronderstellen dat hij omhoog had gemoeten. Zo ook bij DSB. Nu zitten de commissarissen steeds vaker in het beklaagdenbankje.


'Maar natuurlijk heeft ook de accountant zich iets aan te trekken. Wanneer die te weinig geld krijgt om een deugdelijke controle uit te oefenen, moet hij gewoon de opdracht niet aannemen. Nee zeggen vinden accountants lastig.'


Er zijn intussen ook regels die de kwaliteit van het accountantsvak moeten verbeteren.

'Ja, binnen het topsegment van de markt mag je geen klant meer adviseren van wie je ook de jaarrekening controleert. En er is een verplichte roulatie van accountant. Na acht jaar moet er gewisseld worden.


'Maar voor die maatregelen geldt dat ze door de politiek zijn opgelegd. De accountants hebben nagelaten voldoende zelfreflectie en zelfcorrigerend vermogen te tonen om de noodzakelijke veranderingen in te zetten en om met betere maatregelen te komen. Dat was een gemiste kans om leiderschap te tonen en verantwoordelijkheid te nemen. Nu mopperen ze op de politiek, de wetgever en de toezichthouder. Sterker nog, tegen die scheiding van advies en controle bestaat veel verzet bij de accountantskantoren. Ik vind dat te gemakkelijk.'


Gelukkig zit de AFM daar wel bovenop.

'Jazeker. Sinds 2006 staan accountants onder toezicht van de AFM en dat begint te renderen. Neem de malversaties bij Van der Moolen, Vestia, en het Philips Pensioenfonds. In al die zaken zijn de accountants tuchtrechtelijk veroordeeld. De AFM heeft boetes opgelegd aan een aantal grote kantoren. En afgelopen week zijn dus ook de kleine kantoren op de vingers getikt wegens een gebrek aan controlekwaliteit en professioneel-kritische houding. De AFM is eenvoudigweg het beste voorbehoedsmiddel voor de accountantssector. Bij gebrek aan zelfreinigend vermogen van de sector.'


Marcel Pheijffer Hoogleraar Nyenrode Business Universiteit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden