Contracten blijven geldig Oliebranden bleven Libië bespaard

Anders dan in Irak en Koeweit leidde acht maanden strijd in Libië nauwelijks tot onklaar gemaakte olie- en gasinstallaties. Binnen een paar maanden is de uitvoer weer op peil.

TRIPOLI - De Libische olie-industrie heeft door acht maanden burgeroorlog veel minder schade opgelopen dan was gevreesd. Grootschalige vernielingen van velden, installaties en pijpleidingen zijn uitgebleven.Mogelijk al in juni zal de productie weer het niveau van voor de opstand tegen Moammar Kadhafi hebben bereikt, zo zei de Libische minister van Olie, Ali Tarhouni, donderdag.


Woordvoerders van oliemaatschappijen in Tripoli zijn iets voorzichtiger. Zij denken een jaar nodig te hebben. Dat het toch nog zo lang duurt voor de Libische oliesector geheel zal zijn hersteld, komt door de zorgvuldige manier waarop een installatie die lange tijd heeft stilgelegen, weer aan de praat gekregen moet worden. Een overhaaste herstart kan grote schade veroorzaken. Het reactiveren van een olieveld kost zes tot twaalf maanden.


In de gassector - de tweede pijler van de Libische economie - is dat probleem veel minder groot. De gasproductie kan daarom begin volgend jaar al op het oude niveau zijn. De grootste gasproducent van Libië, Mellitha Oil & Gas, heeft een week geleden zijn gasveld Sabratah, ten westen van de hoofdstad Tripoli, weer in gebruik genomen. Eind november zal de productie naar verwachting 15 miljoen kubieke meter per dag zijn, zegt een woordvoerder van Mellitha. De volledige capaciteit is 25 miljoen kubieke meter per dag.


Het gas wordt grotendeels naar Italië geëxporteerd. Dat gebeurt via Greenstream, een pijpleiding door de Middellandse Zee naar Sicilië, die in 2004 feestelijk in gebruik werd genomen door Kadhafi en de Italiaanse premier Silvio Berlusconi.


Woestijn

Dat de schade aan de olie- en gassector is meegevallen, komt doordat de gevechten tussen de troepen van Kadhafi en de strijders van de Nationale Overgangsraad vooral hebben plaatsgevonden in en rond de steden aan de Libische kust, waar het overgrote deel van de Libiërs woont. De meeste olievelden liggen honderden kilometers naar het zuiden, midden in de woestijn. Mellitha heeft bovendien twee olieplatforms in zee.


'Als partijen erop uit waren geweest de infrastructuur te beschadigen, hadden ze met veel moeite doelgericht naar het zuiden moeten gaan. Dat is niet gebeurd', zegt de woordvoerder van Mellitha. Beelden van brandende olievelden, zoals bekend uit Irak en Koeweit (de oorlog van 1991), heeft de Libische burgeroorlog daarom niet opgeleverd.


Ook de terminals aan de kust zijn grotendeels gespaard gebleven. Een tactiek van de verschroeide aarde is, anders dan aanvankelijk werd gevreesd, door het verliezende Kadhafi-kamp niet toegepast. Wel zijn kantoren geplunderd door Kadhafi-strijders, waarbij onder andere computers zijn verdwenen. Die zijn echter eenvoudig te vervangen, zegt Ahmed Swessi, hoofd operaties van de oliemaatschappij Zuetina.


Veel installaties bleven volgens hem tijdens de strijd bemand door Libisch personeel, om plunderingen te voorkomen. De buitenlandse werknemers van de meeste maatschappijen werden geëvacueerd.


De olieproductie van Libië is, met ongeveer 570 duizend vaten per dag, alweer op ruim eenderde van het niveau van voor de oorlog. Libië produceerde dagelijks 1,6 miljoen vaten. Libië heeft de grootste oliereserves van Afrika en staat qua reserves achtste op de wereldranglijst. Olie is goed voor 95 procent van de Libische export en 50 procent van het bruto binnenlands product.


Sancties

Ruim veertig buitenlandse olieconcerns zijn actief in Libië, maar vele daarvan verkeren nog in het stadium van exploratie en hebben nog geen velden in productie. De Libische oliesector was lange tijd onderhevig aan VN-sancties. Die werden in 2003 opgeheven; Amerikaanse sancties werden voortgezet tot 2004.


Omdat dat werd vereist door de regering van Kadhafi, werken de meeste buitenlandse bedrijven samen in een joint venture met de Libische staatsonderneming National Oil Company (NOC), of met dochters van de NOC. Mellitha Oil & Gas bijvoorbeeld is een joint venture van de NOC met het Italiaanse ENI. De Italianen zijn van oudsher de grootste buitenlandse spelers in Libië.


De hoofdkantoren van de oliemaatschappijen in Tripoli maken een voor Libië ongekend professionele indruk. 'We voldoen aan internationale standaarden', zegt Zuetina-woordvoerder Swessi. Dictator Kadhafi liet veel onderdelen van zijn jamahiriya ('staat van de massa's) op grillige, weinig effectieve wijze besturen. Revolutionaire volkscomités speelden een grote rol.


Voor de oliesector echter kon hij zich zulke experimenten niet veroorloven, zo legt de Amerikaans/Belgische hoogleraar Dirk Vandewalle uit in zijn standaardwerk A History of Modern Libya. De olie was te belangrijk voor de Libische economie en voor het overleven van Kadhafi's bewind.


Libië zal alle oliecontracten respecteren die onder Kadhafi zijn afgesloten. De bestuursvoorzitter van de Libische staatsoliemaatschappij NOC, Nurri Berruien, heeft dat gezegd. Bedrijven uit landen die de rebellen niet hebben gesteund, zoals China en Rusland, zullen niet worden gestraft. Mogelijk zullen politieke overwegingen wel een rol gaan spelen bij het afsluiten van nieuwe overeenkomsten. Woordvoerders van de Nationale Overgangsraad hebben gezegd dat Libië in de toekomst graag zaken wil doen met landen die de rebellen hebben gesteund - in het bijzonder Frankrijk en Groot-Brittannië. Besluiten daarover moeten echter genomen worden door de overgangsregering. Die wordt binnen twee weken samengesteld door de onlangs benoemde interim-premier, Abdel Rahim al-Keib.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden