Contra-expertise lastiger in strafzaak sinds invoering centraal register

Het inroepen van contra-expertise in strafzaken is moeilijker geworden sinds Justitie een centraal register heeft ingevoerd, zeggen forensisch experts en advocaten. Het register moest de kwaliteit van getuigen-deskundigen verhogen, maar onafhankelijke experts komen er nu nauwelijks meer aan te pas. Dat is volgens de critici slecht voor de rechtsstaat.

Wil Thijssen
null Beeld anp
Beeld anp

In het oude systeem beëdigde de rechter getuige-deskundigen. Maar omdat er onrust was over dubieuze getuigenissen en justitiële dwalingen voerde Justitie een kwaliteitstoets in: sinds 2010 mogen alleen getuigen-deskundigen in strafzaken optreden die door de selectie heen zijn gekomen. Zij staan in het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD).

Maar het blijkt erg moeilijk te zijn om tot die lijst door te dringen. Daardoor staan er voornamelijk deskundigen op die werken voor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dat is aan het Openbaar Ministerie verbonden, een relatie die de aanklager in rechtszaken zou kunnen bevoordelen. Onafhankelijk onderzoekers, die de verdediging zouden kunnen ondersteunen, staan nauwelijks in het register.
'Het register staat al drie jaar open voor forensisch toxicologen en ik ben de enige die niet aan het NFI is gerelateerd', zegt hoogleraar Donald Uges. 'Aangezien rechters en advocaten moeten kiezen uit getuigen in het register, zijn ze verplicht van mijn diensten gebruik te maken voor contra-expertise. Er valt niets te kiezen. Dat tast de kwaliteit van onze rechtsstaat aan.'

Selectie voor register
Met de inwerkingtreding van het register, op 1 januari 2010, kwamen in één klap alle erkende en door de rechter beëdigde getuigen-deskundigen te vervallen. Forensisch experts kunnen zich sindsdien bij het register melden en worden na toetsing ingeschreven of afgewezen. Het register telt 36 NFI-medewerkers, tegen 3 onafhankelijk experts in de onderzoeksgebieden buiten forensische psychologie en psychiatrie (disciplines waarover het NFI niet beschikt).

Volgens directeur Sebastiaan Huntjens van het forensisch instituut TFMI in Maastricht 'laadt het register de verdenking op zich' dat NFI-medewerkers in het toelatingsproces worden bevoordeeld. 'Toevallig is één van onze dna-deskundigen onlangs als eerste niet-NFI'er in het register opgenomen. Daar is een heel moeizaam traject van drie jaar aan voorafgegaan.' Directeur Pim Volkers van het forensisch instituut Verilabs in Leiden deelt die ervaring. Volgens hem worden er 'hoge muren opgeworpen die het voor niet-NFI'ers bijna onmogelijk maken om in het register te komen'.

Advocaten, die afhankelijk zijn van het register, delen deze kritiek, zegt advocaat Cees Korvinus. 'Het OM en de politie hebben een voorkeurspositie bij het NFI. Ik heb de NRGD-voorzitter al een jaar geleden gezegd dat het belangrijk is dat er snel een lijst met onafhankelijke experts komt. De verhoudingen binnen het register zijn volstrekt scheef. Er zijn vorig jaar zelfs Kamervragen over gesteld. Maar er is niets veranderd.'

NRGD-voorzitter John Coster van Voorhout benadrukt dat iedereen op gelijke wijze wordt behandeld. Alle deskundigen, van het NFI of van daarbuiten, worden getoetst volgens vaste criteria die door vakgenoten zijn opgesteld. Bij twijfel kan daar een mondelinge toets op volgen, stelt hij. 'Veel NFI'ers voldoen blijkbaar aan die criteria. Het is wel een probleem dat contra-expertise slechts bij een luttel aantal deskundigen kan worden neergelegd. Nederland is een klein land en het NFI is nou eenmaal een groot instituut.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden