Henno Hak leeft samen met zijn vrouw Femke en 3 dochters op Anna's Hoeve te Abcoude: een boerenbedrijf dat onder grote druk staat. Daarnaast hebben ze een yoghurtmakerij en een bed and breakfast.

Achtergrond Stress op de boerderij

Continu de angst dat er iets niet klopt: de boer wordt er nerveus en neerslachtig van

Henno Hak leeft samen met zijn vrouw Femke en 3 dochters op Anna's Hoeve te Abcoude: een boerenbedrijf dat onder grote druk staat. Daarnaast hebben ze een yoghurtmakerij en een bed and breakfast. Beeld Linelle Deunk

Boeren voelen zich in hun bestaan bedreigd: door de politiek, milieuorganisaties, de kritische burger en de hijgerige media. Toen de melkveehouderij van Henno en Femke Hak net als 2.100 andere bedrijven op slot ging vanwege de kalverfraude, begon hij het somber in te zien. Wat is er aan de hand?

Hij stond yoghurt af te vullen, net als nu, in het verbouwde deel van de voormalige 19de-eeuwse koeienstal van zijn Anna’s Hoeve, toen ze ineens voor zijn neus stonden. Met zijn tweeën. ‘Môge, NVWA. Controle.’ De oudste van de twee drukte zijn pasje onder de neus van Henno Hak (41), die in zijn witte labjas, haarnetje en witte plastic kaplaarzen op dat moment meer weg had van een laborant dan een melkveehouder. De NVWA – de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Zijn hart schoot in zijn keel. Droge strot, klamme handen, zweet op de rug.

Het was begin februari. De affaire over tweelingkalfjes beheerste toen al drie weken het nieuws. ‘Grootschalige kalverfraude in veehouderij’, ‘Veeboeren maken zich massaal schuldig aan gesjoemel’, kopten de kranten en nieuwssites. Zelfs de voorzitter van de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) noemde de frauderende boeren ‘asociaal en dom’. 2.100 boerenbedrijven gingen op last van de minister op slot.

Fraude

Uit het landelijke Identificatie- en Registratiesysteem (I&R) – zeg maar de burgerlijke stand voor runderen – was gebleken dat er veel meer tweelingkalfjes waren geboren in 2017 dan statistisch mogelijk is. Dat duidde op fraude. Door pasgeboren kalfjes te registreren bij een andere moederkoe die al gekalfd had, zo was de gedachte, konden boeren een paar koeien extra als vaars registreren (jonge koeien die nog niet hebben gekalfd). En dat was gunstig voor de fosfaatboekhouding. Een vaars telt maar voor de helft mee, een koe helemaal.

En om die fosfaatrechten (genoemd naar de meststof die goed is voor planten, maar schadelijk als hij in het grondwater terechtkomt) was op dat moment veel te doen. Nadat het melkquotum in 2015 was losgelaten, gingen veel bedrijven flink uitbreiden omdat de wereldwijde vraag naar melk toenam. De EU wilde Europa daarvan laten meeprofiteren. Maar Nederland dreigde daardoor te veel mest te produceren. Om dat weer in te dammen, kregen boeren van de overheid een bepaalde hoeveelheid fosfaatrechten. Hoeveel was afhankelijk van het aantal koeien dat men op peildatum 2 juli 2015 had.

Beeld Linelle Deunk

Op slot

‘Bij dit soort controles giert de stress door je lijf’, vertelt Hak terwijl hij de bosbessenpulp in de yoghurttank giet. ‘Dat hebben alle boeren die ik ken. Ik wist dat ik niet gesjoemeld had, maar ik wist ook dat mijn administratie niet strak op orde was. ‘Staan alle beesten wel goed in de systemen?’, flitst het op zo’n moment door je heen.’

En inderdaad, toen Hak even daarna met het tweetal de stal met negentig koeien en kalveren inliep en een lijst maakte van het vee dat er stond, klopte die lijst niet met de registratie van de I&R: er stonden twee voor het systeem onbekende koetjes op.

De boel ging op slot: er mocht geen dier meer het bedrijf op of af. ‘Je kunt gewoon melken, maar je mag je kalfjes niet wegbrengen naar het opfokbedrijf dat ze grootbrengt tot ze oud genoeg zijn om geïnsemineerd te worden’, zegt Hak. ‘Vaarzen die moeten kalveren kun je niet laten terugkomen van het opfokbedrijf, je stieren en koeien mogen niet naar de slacht – waardoor je snel veel meer dieren hebt dan je mag hebben volgens de fosfaatregels. Met weer kans op boetes.’

Zwaard van Damocles

Ze hadden er aan de keukentafel wel woorden over gehad, hij en zijn vrouw. Het was dan wel geen fraude, maar waarom was die administratie niet gewoon op orde? Nu dreigde een boete – ze hadden geen idee hoe hoog die kon uitvallen: 200 euro, 10 duizend? Tussen nu en twee jaar zou er ieder moment een ‘justitieel schrijven’ op de deurmat kunnen vallen. Dat voelde als een zwaard van Damocles. Hadden ze daar al die jaren zo hard voor gewerkt?

Maar ja, als zo’n kalf geboren wordt, moet er zo veel tegelijk gebeuren. De koe moet direct gemolken worden, die melk (biest) moet snel aan het kalf worden gevoerd, omdat de opname van anti- en voedingsstoffen het best gaat vlak na de geboorte, en het kalf moet een oormerk krijgen. Als dat allemaal op een hectisch moment moet, zoals nu, als je yoghurt staat te maken of het gras ingekuild moet worden, stel je het invoeren in het managementsysteem tot later uit, vergeet je het en dan kom je zo’n beest als nummer pas vijftien maanden later weer tegen als het geïnsemineerd moet worden. ‘Officieel moet je maandelijks de beesten in de stal controleren met die in je systeem – maar wie heeft daar tijd voor?’

Beeld Linelle Deunk

Weggezet als fraudeur

Hij rijdt de kratten de yoghurtmakerij in. Vannacht heeft hij zoals iedere zondag- en woensdagnacht de melk voor de yoghurt in de pasteur opgewarmd, aangezuurd en teruggekoeld. Dat proces zou geautomatiseerd kunnen worden, maar niet voor deze relatief kleine hoeveelheden. Om 5 uur is hij vier uurtjes gaan slapen. Zijn vrouw Femke heeft de koeien gedaan, de boekingen voor de bed and breakfast afgehandeld, die ze daarnaast runnen, en ontbeten met de kinderen, die vrij zijn – het is Hemelvaart. Nu staan ze samen met een meisje uit het dorp de yoghurt af te vullen: 500 liter staat er op de planning.

Zo’n slot op je bedrijf is vervelend. Maar toch, daar is overheen te komen. Wat Hak echt hoog zit, is het stigma. Want toen een maand later de I&R-fraude eigenlijk een storm in een glas water bleek en de minister op haar woorden moest terugkomen, was het kwaad al geschied. De boer was weer eens weggezet als een fraudeur en milieuovertreder. Dát beeld bleef hangen. Ook al was inmiddels duidelijk dat er fouten zaten in het registratiesysteem zelf en dat boeren weliswaar rommelig administreerden, maar niet en masse fraudeerden. Voor het eerst in zijn leven voelde Hak zich somber: waarom wil ik dit nog? Het harde werken voor een appel en een ei, de stress?

Neerslachtig

Het beeld van de boer als milieuovertreder komt niet helemaal uit de lucht vallen. Bij de fipronilaffaire en de mestfraude was er veel misgegaan, en dat kon de boeren (deels) worden aangerekend. Maar er zit ook een andere kant aan het verhaal. Boeren voelen zich in het nauw gedreven, zegt Dirk Strijker, hoogleraar plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat blijkt ook uit het onderzoek onder 2.300 agrariërs dat Trouw onlangs publiceerde: 85 procent van de boeren ervaart dat de agrarische sector in een crisis verkeert; consumenten waarderen hen niet (79 procent), de politiek laat hen in de kou staan (92 procent), milieuorganisaties beschuldigen hen van onjuiste aantijgingen en de media spelen boeren de zwartepiet toe (90 procent). Meer dan de helft van de agrariërs heeft zich de afgelopen jaren weleens een periode neerslachtig gevoeld.

Het klimaatakkoord van Parijs heeft alles op scherp gesteld, zegt Strijker. Milieudefensie en onlangs de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur kwamen met rapporten die stelden dat de veestapel rigoureus moest inkrimpen om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. Er volgden Kamerdebatten. ‘Sindsdien zijn veehouders in de ogen van velen de veroorzaker van klimaatproblemen. Boeren worden daar buitengemeen zenuwachtig van.’

Beeld Linelle Deunk

Boeren sinds 1898

Toen Hak 19 jaar was, nam hij de witgepleisterde Zwitserse kruisboerderij aan de rand van Abcoude van zijn vader over, die haar weer van diens vader en grootvader had. Ze boeren er al vanaf 1898. ‘In de brandkast ligt de koopakte van Anna’s Hoeve waar de vuurlinie – een van de verdedigingsforten rond Amsterdam – nog niet eens op staat.’ Hij stuurt zijn afgeleefde Massey Ferguson-trekker door het grasland en wijst naar de horizon, waar een paar van zijn zwartbonte Holstein-Friesian-koeien op het overwoekerde fort staan.

Toen hij de boerderij overnam, hadden ze nog dertig koeien, honderd varkens en een veertigtal schapen. Dat soort bedrijven bestaat bijna niet meer. De schapen leveren niets meer op. De varkens heeft hij in 2000 moeten wegdoen. De eisen werden zo streng – het werd pas rendabel als je boven de tweeduizend varkens had.

Rond armoedegrens

Vroeger was een boerderij van deze omvang, met veertig melkkoeien plus jongvee, een flink bedrijf – inmiddels kun je er niet meer van leven. ‘Economisch gezien is boeren een rare activiteit. Als je ziet hoeveel tijd je erin stopt en hoeveel kapitaal er in zo’n bedrijf zit, slaat het nergens op.’ Eenderde van de boeren leeft rond de armoedegrens. ‘Als een lammetje het na de geboorte moeilijk heeft, doe je er alles aan om dat beessie op de been te houden. Dat kost soms uren. Economisch hartstikke onrendabel. Maar als het lukt, geeft het voldoening.’ Het is ook meer een manier van leven, vindt Hak. Uit recente cijfers van de Wageningen Universiteit blijkt dat in 2016 44 procent van de boeren onder de armoedegrens leefde. Een kwart tot eenderde doet er daarom van alles bij. Ook Hak.

In 2003 begonnen hij en zijn vrouw een kaasmakerij (later vervangen door yoghurt); ze bouwden samen met twee andere ondernemers de streekwinkel/theeschenkerij/vergaderlocatie Anna Haen en sinds 2015 is het voorhuis verbouwd tot vakantiehuis. Op dagen dat Hak geen yoghurt maakt, gebruikt een voormalige Syrische vluchteling de yoghurtmakerij om van Haks melk Syrische kaas te maken. ‘We halen nog maar 30 procent van de inkomsten uit de boerderij, maar daar zit wel 80 procent van het werk in. En de meeste kopzorgen.’

Dat heeft gevolgen voor de verduurzaming van zijn bedrijf. Hak zal bijvoorbeeld niet snel investeren in een nieuwe, duurzamere stal. Dat verdient hij niet terug. De strenge milieuwetgeving heeft onbedoeld geleid tot schaalvergroting binnen de veehouderij, omdat de extra kosten alleen met meer beesten opgebracht konden worden, zo constateert ING al in een rapport uit 2016.

Megastallen

In de varkenshouderij heeft dat geleid tot megastallen. De burger ervaart dat als niet diervriendelijk en dus niet duurzaam, maar voor het klimaat zijn ze gunstig, zegt hoogleraar Dirk Strijker. De ammoniaklucht wordt nu gezuiverd – iets wat bij honderd varkens niet op te brengen is. Er rijdt nog maar één wagen met voer of mest naar één plek in plaats van naar honderden boerderijen; en dat geldt ook voor de slacht. Dierziektes verspreiden zich minder makkelijk.

Toch wil de politiek, die met haar strengere wetgeving deels verantwoordelijk is voor de schaalvergroting, nu voorkomen dat de melkveehouderij dezelfde kant op gaat. Die moet grondgebonden worden: de boer heeft niet méér koeien dan zijn land qua voer en mest aankan. Weliswaar heb je bij intensieve veehouderij minder hectaren per liter melk nodig, waardoor er meer ruimte overblijft voor natuur, en kun je broeikasgassen opvangen als koeien op stal staan, maar duurzaamheid betekent ook biodiversiteit, bodemkwaliteit en dierenwelzijn, zo is de gedachte.

Beeld Linelle Deunk

Afwentelen op boeren

Maar grondgebondenheid is niet genoeg. Om de klimaatdoelstellingen te halen móét de veestapel ook inkrimpen, adviseerde Milieudefensie vorig jaar, en de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur afgelopen april. Enkele boeren reageerden verbolgen. Het aantal koeien nam sinds 1980 af van 2,4- naar 1,7 miljoen in 2016. In diezelfde tijd verdrievoudigde het aantal auto’s en verdubbelde het aantal vliegbewegingen. Sterker, op BNR Radio zei toenmalig minister Schultz van Infrastructuur en Milieu dat er bij Breukelen 130 km per uur gereden kon worden omdat agrarische bedrijven in de buurt minder broeikasgassen waren gaan uitstoten. Waarom werd het probleem op hen afgewenteld?

De zuivelconsumptie nam wereldwijd bovendien met 2 procent per jaar toe. Als Nederland zijn veestapel zou inkrimpen, stond het buitenland klaar om de productie over te nemen, zo benadrukten het CDA en de ChristenUnie in een Kamerdebat naar aanleiding van het rapport. En zo’n overname zou slecht nieuws zijn voor de wereldwijde klimaatdoelstellingen. De Nederlandse agrarische sector heeft de kleinste footprint van de wereld. Nederlandse boeren stoten het minste CO2 uit, gebruiken de minste energie, pesticide en antibiotica. ‘Het mantra ‘we lossen alles op als die veestapel is gekrompen’, is echt veel te makkelijk’, concludeerde Carla Dik-Faber van de ChristenUnie.

Beeld Linelle Deunk

Het is zomers warm, tegen de 30 graden, terwijl het nog maar mei is. Aanvankelijk wilde Henno Hak woensdag en vrijdag gras gaan inkuilen omdat hij de yoghurt moet afvullen, maar er is voor donderdag regen voorspeld en dus moet de planning om. Vanuit zijn trekker belt hij verschillende loonbedrijven, maar alle boeren hebben vanwege de weersvoorspelling op hetzelfde moment ‘raapwagens met een mannetje’ nodig.

Die ‘eerste snede’ is een hectisch moment: het gras moet in korte tijd, vóór de regen, gemaaid, geschud en half gedroogd zijn zodat de raapwagens het naar de ‘kuil’ kunnen brengen waarin het gras, aangedrukt onder plastic, goed geconserveerd blijft tot de winter. Het is de meest voedselrijke en smakelijke grasoogst van het jaar. ‘Je melkopbrengst van de winter hangt af van dit moment. Je bent afhankelijk van het weer en van de loonwerkers die je moet inhuren als je de machines zelf niet hebt. Je dagen zijn van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat vol en er is weinig speling. Maar er is geen boer die dit moment zou willen missen’, zegt Hak. Ook omdat je het met zijn allen doet; iedereen helpt elkaar, vindt Femke.

Zoveelste nieuwe regeling

Nu er gekuild is, kan er de volgende ochtend eindelijk weer mest worden gereden. Dat werd tijd ook, vindt de boerin. De put zit vol, de dames staan met hun hoeven zowat in de stront. Hak sluit de slang van de mestput aan op de tank achter de trekker. Er gaat 25 kuub op een hectare en hij heeft 20 hectare grond te bemesten. Bovengronds uitrijden mag niet meer vanwege de ammoniakemissie; de mestrijder maakt sneden tussen de graszoden waar de spuitmondjes de gier in laten lopen.

Volgend jaar mag het ook niet meer op deze manier en moet het met een nieuwe machine van zo’n 20 duizend euro. Het is de zoveelste nieuwe regeling in korte tijd.

Gek worden boeren van die almaar nieuwe, nog strengere wetten en regels. Die elkaar bovendien steeds sneller opvolgen, terwijl het boerenbedrijf de wendbaarheid van een mammoettanker heeft.

Incidentenpolitiek

Het begon twintig jaar geleden met de invoering van het Minas (mineralen-aangiftesysteem) om de grote hoeveelheid mineralen (zoals stikstof en fosfaat) in de bodem door het gebruik van kunstmest terug te dringen. Brussel vond die regeling in strijd met de Europese ‘nitraatrichtlijn’ en floot Nederland in 2003 terug. Het Minas werd in 2006 vervangen door een nieuw mestbeleid – dat haaks op het Minas leek te staan doordat boeren juist minder dierlijke mest mochten gebruiken, maar wel meer kunstmest (waar meer stikstof in zit).

Dit jaar kwam in plaats daarvan het fosfaatrechtsysteem, maar het jaar daarvoor was er een speciale tijdelijke fosfaatregeling, die nog twee maanden voor het aflopen van de regeling op allerlei punten werd aangepast.

‘Dit gaat alleen over mest. Maar de wetten en regelingen buitelen over elkaar heen’, zegt Willem Bruil, bijzonder hoogleraar agrarisch recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Er is grote behoefte aan een samenhangend langetermijnbeleid, zodat boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren.’ In plaats daarvan reageert de politiek op incidenten, vindt hij, waardoor er regelgeving ontstaat op onderdelen.

Adviseurs nodig

Terwijl alles met alles te maken heeft op een boerenbedrijf, zegt Jos Verstraten, LTO-bestuurder en veehouder: dieren, voer, bodem, mest. Maatregelen voelen daardoor vaak ad hoc en onlogisch. ‘Voor het injecteren van mest heb je als boer weer zwaardere machines nodig die meer diesel verbruiken, wat ook slecht is voor het milieu.’ En dat geldt ook voor kunstmest. ‘Veel boeren mogen niet al hun mest uitrijden over het land en moeten een deel afvoeren. Ze mogen dat deel wel aanvullen met kunstmest, die veel stikstof bevat. Voor de productie ervan is bovendien aardgas nodig. En voor het afvoeren van mest brandstof – allemaal niet erg goed voor het klimaat.’

De toegenomen wet- en regelgeving maakt volgens Bruil dat boeren steeds vaker meerdere adviseurs in de arm nemen. Ook bij Hak zit in de meivakantie een adviseur aan de ontbijttafel. Terwijl de kinderen American pancakes bakken en er foto’s van maken voor hun Instagramaccount, neemt hij Haks managementsysteem door en vergelijkt de melkproductie met een jaar eerder, hij adviseert over ruwvoer, wel of niet vooruitkopen, en informeert hoe het met de ‘gecombineerde opgave’ staat.

Paniek

23 mei: een telefoontje van de boerin. Ze zegt even alle afspraken af: het kaartavondje met boeren uit de buurt gaat ook niet door. Er is paniek in de tent. Qlip, de instantie die voor de melkfabriek controles bij haar melkveehouders uitvoert, heeft gebeld – ze wilden de volgende ochtend langskomen. De schrik sloeg ze om het hart. Niet weer. Niet nu. De yoghurt is deze week mislukt en ze hebben ’s avonds nieuwe moeten maken, die Hak ’s ochtends om kwart voor 5  zelf bij de klant heeft langsgebracht; er is vannacht een dood kalf geboren, de moederkoe heeft hoge koorts en de boerderij is een bende omdat ze niet kunnen opruimen door de opslag van materialen voor een nieuwe loods. Maar los daarvan: Anna’s Hoeve is een oude boerderij, die voldoet sowieso niet aan de maatstaven van Qlip. Het is altijd gedonder.

Hij heeft uitstel gevraagd. ‘We nemen nu even geen telefoontjes op met netnummer 088’, hijgt de boerin door de telefoon: ze staat onderwijl onkruid te trekken omdat ze bij de vorige controle een aanmaning kreeg voor een rommelig erf. ‘Kun je je dat voorstellen? Op een boerderij? Een berisping voor onkruid!’

Beeld Linelle Deunk

Overregulering

85 procent van de boeren heeft het gevoel te worden tegengewerkt door overregulering. Per jaar worden ze meerdere keren door ruim vijftien instanties gecontroleerd – van een organisatie die de veiligheid van de route voor chauffeurs van de voerwagens controleert tot de NVWA en de milieudienst. Volgens bijzonder hoogleraar Willem Bruil nemen de regeldruk en dus de controles niet alleen vanuit de overheid toe. Ook melkfabrikanten zijn een steeds machtiger partij, die eveneens meer eisen gaat stellen aan boeren. Dat is terecht waar het eisen aan het melklokaal betreft, maar onkruid? Dat gaat hem veel te ver.

‘En, zijn ze al langs geweest?’, vraagt buurboerin Marina met een sardonische grijns, als ze met haar man Chris en nog twee boeren uit de buurt een week later aanschuift aan de tuintafel voor een ‘koffie oude kloffie’. Hoewel dat staat voor een bakkie doen in je werkplunje, zien ze er behoorlijk gewassen en gestreken uit. ‘We weten het nog even te rekken, maar bij iedere auto die het erf oprijdt, krijg ik hartkloppingen’, zegt Femke.

‘Als ik alleen al aan die lui denk, ga ik koken’, zegt Joost, een blozende jonge boer die het als enige van de vier alleen van de melk moet hebben. Chris (115 koeien) heeft er een loonbedrijf bij waar hij tweederde van zijn inkomsten uithaalt, de andere Joost (70 koeien) verhuurt een deel van zijn schuren en werkt bij een hovenier.

Chris: ‘Ik werd op het matje geroepen door zo’n troela die mijn weggeschoten peukje uit het afvoerputje oppakte en zei: ‘Dat hoort hier niet. U mag hier trouwens sowieso niet roken.’ Op míjn terrein.’

Wantrouwen

‘Ik had een kier tussen de schuifdeur en de rails waardoor het tanklokaal geen aparte ruimte genoemd kon worden, want vrije luchtstroom. Aantekening!’ Henno slaat een vlieg uit de lucht. ‘Die kier zat er al jaren en was nooit opgemerkt door een controleur.’

Chris zet een hoge bekakte stem op: ‘‘Ik zie dat u aan weidegang doet, maar uw koeien staan binnen.’ Ik zeg: ‘Mens, het is 30 graden buiten en ik heb vrij koeverkeer – die zoeken hier verkoeling.’ Wou ze per se het land in om te checken of er wel verse koeienflatsen lagen. Ik had haar eigenlijk bij de vuurlinie moeten afzetten en dan hard naar huis rijden.’

Femke: ‘Dat wantrouwen! Waarom niet meer in samenspraak? Dan heb je het gevoel dat je samen voor het beste product gaat.’

Rommeltje

Veehouder en LTO-bestuurder Verstraten vindt die kritiek op controleurs overdreven: ‘Neem de weidegang. Boeren krijgen een premie van 1,5 cent per liter als hun koeien buiten lopen. In een bedrijf met 115 koeien gaat het al gauw om 10 duizend euro per jaar. Dat is veel geld. De consument wil zeker weten dat hij ook echt weidemelk koopt. Dus logisch dat die controleur dan het land ingaat.’ En melkveehouders produceren voedsel, daar stellen we tegenwoordig heel strenge veiligheidseisen aan. Dat de Nederlandse veehouderij de kleinste footprint heeft, is ook het gevolg van die vele regels. ‘Elk voedselschandaal zorgt voor scherpere eisen. En dus voor meer controle. Boeren moeten veel administreren, maar dat komt ook doordat te veel boeren er een rommeltje van maken.’

En dan is er nog de activistische burger. Een ING-rapport uit 2016 noemde die naast de strengere milieuwetgeving ook al als extra ‘uitdaging’ voor de boer. ‘Aan de ene kant geloof ik in openheid’, zegt Hak. ‘Laat mensen maar zien wat je doet. We hebben een pad van Natuurmonumenten over ons land lopen. We hebben klanten van de bed and breakfast en Anna Haen op het erf. En toch vrees ik het moment dat er iemand de stal inloopt en daar een ziek kalf aantreft.’

Halve dierenbeul

‘Want dood en ziek, dat mag niet van de Nederlandse burger’, zegt Femke. ‘Dan is het meteen dierenmishandeling.’ Stedelingen staan gewoon te ver af van de natuur. In de stad is een huisdier lid van het gezin, een beetje mens. ‘Als je een dier dan als dier behandelt, ben je een halve dierenbeul.’ Strijker memoreert een debat waarin de Kamer vorig jaar bijna instemde met een verbod om kalfjes weg te halen bij hun moeder. ‘Melkveehouders vielen zowat van hun stoel: dat was de essentie van de melkveehouderij. De melk moest niet naar het kalf, maar moest verkocht worden.’

Het maakt het boeren er niet makkelijker op. Hak ziet het inmiddels minder somber in dan van de winter. De eerste snede is binnen, het is mooi weer en in april kreeg hij een sms: ‘Beste heer Hak, de blokkade is opgeheven.’ Toch is hij niet gerust op die boete. Het kan zijn dat het meevalt, maar misschien gaan ze juist flink op hun strepen staan. ‘Juist om aan te tonen dat die kalverfraude misschien een storm in een glas water was, maar dat er toch misstanden aan het licht zijn gekomen. Ze willen van ons boeren af.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.