Consternatiebureau

Na de geboorte van mijn eerste kind liep ik elke dinsdag met de kinderwagen naar het consultatiebureau om te kijken of de voorgeschreven 90 tot 200 gram per week er wel bij waren gekomen en om toestemming te vragen voor het samen slapen met de baby. (Vooruit dan maar, was het antwoord, mits ik er voor oppaste dat ik geen slaapprobleem creëerde. Een antwoord waar ik zo nerveus van werd, dat ik er niet van sliep - de baby sliep onderwijl als een roosje - dus met dat slaapprobleem kregen ze gelijk.)


Ze waren reuze vriendelijk en wisten veel van luieruitslag, maar van borstvoeding hadden ze de ballen verstand en ze bleven maar informeren of we wel Nederlands verstonden.


Toen er dingen bij kwamen als Stevig Ouderschap (een lijst impertinente vragen over wat je zelf eigenlijk vindt van het slaan van kinderen), en plannen voor een elektronisch kinddossier, had ik het gehad met de opvoedingsadviezen van staatswege.


Toen de tweede kwam, verhuisden we godlof naar een ver buitenland, waar ons enige bezoek aan het lokale consultatiebureau bestond uit negen kwartier wachten (het is een kinderrijk buitenland) en een 1,25 minuten durende inspectie door een zuster met witte kousen en een kapje, die mijn dochter woog, haar armpje tussen duim en wijsvinger nam en de wijze woorden sprak: 'Dit kind is goed hoor, mevrouw. U kunt gaan.'


'Waar bemoei je je mee', citeerde deze krant zaterdag een vader over het consultatiebureau, dat van een plek waar je met babyvragen terecht kunt, lijkt te zijn verworden tot een opsporingsapparaat voor kinderverwaarlozers. 'Ik snap de vragen wel, maar het wordt wel heel onhandig ingekleed. Slaat u weleens? Alsof je dan denkt: o ja, nu u het zegt.'


De aanleiding was een onderzoek door Ouders Online naar de afkalvende waardering onder ouders voor de jeugdgezondheidszorg. Het echte nieuws daaruit leek mij dat liefst 83 procent van de ouders het ondanks alles volhoudt om het consternatiebureau te blijven bezoeken.


Ik ben benieuwd hoe de jeugdgezondheidszorg zou omgaan met Amy Chua, de Chinees-Amerikaanse tijgermoeder die een boek schreef over de Aziatische opvoeding die ze haar dochters gaf. Die bestaat uit dreiging en dwang met als doel je kind tot topprestaties op te zwepen. In veel publicaties wordt ze afgeschilderd als een eng mens - haar dreigement dat ze bij wanprestatie de knuffels van de kindjes zou verbranden, ís ook hardvochtig- maar toen ze laatst op CNN was, zag ik een evenwichtige vrouw met een verstandig verhaal.


Haar stelling is dat we met al die op- een-voetstukplaatserij onze kinderen niet helpen met het beste uit zichzelf halen. Het is een goed punt, dat door steeds meer wetenschappelijk onderzoek wordt gestaafd. Ik pleit dan ook voor een vleugje Amy Chua (een piepklein vleugje maar, hoor) in de opvoeding.


Nu loop ik een groot risico met mijn pleidooi. Want ik moet straks terug naar Nederland, en ik heb zoveel bezoeken aan het consultatiebureau gemist, dat er waarschijnlijk inmiddels een dikke niet-pluiswolk boven ons dossier hangt.


Bij De Wereld Draait Door hoorde ik Sjaak van der Tak, die graag voorzitter van het CDA wil worden, criteria opnoemen voor vreemdelingen die in Nederland willen wonen. Een daarvan was: 'Ze voeden hun kinderen netjes op.'


Ik bleef achter met de dringende vraag of Sjaak van der Tak bepaalt wat netjes opvoeden is.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden