Congo is te groot voor één regering

Hoe graag alle Congolese presidenten het ook willen: centraal bestuur lijkt onmogelijk. De afstand tussen oost en west is te groot, zoals de opmars van rebellenbeweging M23 laat zien.

KEES BROERE

Toen Henry Morton Stanley in het laatste deel van de negentiende eeuw dwars door Congo trok, per boot en te voet, kostte hem dat een jaar. De ex-journalist bracht in kaart wat zijn broodheer, de Belgische koning Leopold II, de 'verrukkelijke taart' van het gebied noemde. Zo'n 150 jaar later lijkt er weinig veranderd.

Nog altijd kent Congo nauwelijks verharde wegen. Nog altijd zijn er niet-Congolezen naarstig op zoek naar een stuk van de taart, of het nu gaat om diamant, koper, coltan, goud, hout, of binnenkort wellicht olie. En nog altijd is de Congolese burger de gedupeerde.

Als Congo, het inmiddels ruim 50 jaar van de Belgen onafhankelijke Congo, iets is, dan is het dit: een te groot land. Tussen de hoofdstad Kinshasa in het westen en Goma, de stad aan de grens met Rwanda in het oosten, ligt circa 1500 kilometer. Een land met zo'n gebrekkige infrastructuur kan vrijwel niet centraal worden bestuurd. En toch is dat wat alle Congolese presidenten wilden en willen.

Dictator Mobutu Sese Seko had in Goma, aan de oever van het schitterende Kivu Meer, een van zijn presidentiële villa's. Hij liet er zich zelden zien. De man die hem verdreef, Laurent-Désiré Kabila, kwam uit het zuidelijke Katanga, maar verschool zich in Kinshasa. En zoon Joseph, die hem na zijn gewelddadige dood in 2001 opvolgde en nog steeds president is, weet dat ook hij in het verre oosten van zijn land geen graag geziene gast meer is.

Sinds 1996 hebben in Goma diverse rebellengroepen, steeds gesteund door Rwanda, de macht gehad. Nu dan, sinds een week, heeft M23 de stad in handen, waarvan de kern bestaat uit Congolese Tutsi's.

De drijvende kracht achter de opstand, zo meent Jason Stearns, een deskundige voor het Grote-Merengebied, is het geloof dat de 'disfunctionele regering niet in staat is om de Tutsi-belangen te beschermen: hun veiligheid, investeringen en politieke macht. Om die belangen te waarborgen, hebben zij gewapende groepen gesteund.'

Een belangrijke vraag is nu of de jongste opstand, die van M23, Congo verder in de ellende zal storten, of een begin kan vormen voor de hervormingen waarnaar het land snakt. Daarbij moet zeker decentralisatie van macht aan de orde komen, iets waarop ook de Verenigde Naties hebben gehamerd

De minderheid van Tutsi's in Congo is bij andere volken vaak weinig geliefd. Dit sentiment hebben presidenten in Kinshasa in het verleden kunnen uitspelen. Maar de huidige president, Kabila, heeft door de manier waarop hij de laatste verkiezingen, in 2011, frauduleus naar zijn hand zette, én door de schaamteloze verrijking van zichzelf en zijn kliekbij veel Congolezen sympathie verspeeld.

Kenners in Kinshasa menen dat Kabila ook binnen zijn eigen bewind op steeds meer verzet stuit. Gecombineerd met de dreiging van M23 kan dat de positie van de president verder verzwakken. Als redmiddel kan hij proberen, al dan niet opnieuw met steun van landen in de regio, een nieuwe 'Afrikaanse Wereldoorlog' in zijn land te beginnen. Hij kan ook, al zou dat voor het eerst zijn, trachten de grieven van zijn bevolking, inclusief minderheden zoals de Tutsi's, serieus te nemen.

In het eerste geval, dat van oorlog, is het maar de vraag of Kabila voldoende militaire steun zal krijgen om zijn zwakke regeringsleger op de been te houden. De president zal dan, net als eerder, moeten leunen op Angola, het land dat naast Rwanda over een sterk georganiseerde krijgsmacht beschikt. Vooralsnog zegt Angola geen oorlog te willen, al zijn de troepen volgens geruchten al in Oost-Congo gesignaleerd.

In het tweede geval, serieus onderhandelen met zijn tegenstanders, weet Kabila dat hij ook zijn eigen, mogelijk voortijdige vertrek onder ogen moet zien. Maar vooral, dat de illusie van het centraal geregeerde Congo opgegeven dient te worden en dat het oosten zich meer op andere landen in Oost-Afrika zal richten dan op Kinshasa.

Voor de Tutsi's en aan Tutsi's verwante volken in het gebied is dit laatste een vanzelfsprekendheid, of zij nu uit Congo zelf, uit Rwanda, Burundi of Oeganda komen. Voor het oosten van Congo klinkt dezer dagen al de naam 'Republiek Virunga',genoemd naar het natuurgebied dat in Noord-Kivu is te vinden. En dat Tutsi's, mits zij ook andere volken willen insluiten, uitstekende leiders kunnen zijn, is de afgelopen veertien jaar in Rwanda gebleken.

Want Paul Kagame, de Rwandese Tutsi-president, mag dan autoritair zijn en gewelddadig optreden tegen dissidenten, hij heeft sinds het einde van de genocide in zijn land in 1994 ook bewezen een totaal verwoest land nieuwe kracht te kunnen geven. Belangrijk daarbij is ook dat Rwanda steun heeft van machtige bondgenoten als de Verenigde Staten.

In 2006 hield Congo voor het eerst iets dat leek op democratische verkiezingen. De Nederlandse generaal Patrick Cammaert, bevelhebber van VN-troepen in Oost-Congo, wees er toen al op dat stemmen weinig zin had, als op de verkiezingen geen radicale hervormingen volgden. Die kwamen er niet. De oorlog duurde voort en is nu weer opgelaaid. Dat geeft opnieuw enorme zorgen. Maar biedt ook nieuwe kansen.

De leider van de rebellenbeweging M23 in Congo, kolonel Sultani Makenga, is naar de Oegandese hoofdstad Kampala gereisd voor 'vredesbesprekingen'. Maar de Congolese regering stelt zich op het standpunt dat onderhandelingen pas mogelijk zijn, wanneer de rebellen de stad Goma opgeven. Die hebben dat tot dusver geweigerd, ondanks een oproep daartoe die niet alleen afkomstig is van de regering van president Kabila, maar ook van Oeganda, Tanzania en Kenia.

'Vredesbesprekingen'

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden