Conflict Spanje en Marokko opgerakeld

Slechts enkele uren verbleven vier Marokkaanse activisten met de dieprode vlag met groene pentagram op Peñón de Vélez de la Gomera. Maar hun 'bevrijdingsactie' deze week op het Spaans schiereilandje voor de Noord-Afrikaanse kust lijkt de voorbode van terugkerende spanningen tussen Spanje en Marokko.

AMSTERDAM - Voorlopig spreken de regeringen in Madrid en Rabat voorzichtig van een 'ongelukkig incident'. En lijken Spanjaarden en Marokkanen het vooral oneens te zijn over de manier waarop de Marokkaanse actie nabij de kortste landsgrens ter wereld ten einde kwam.

Volgens Spanje zouden enkele Spaanse militairen, die permanent op Peñón de Vélez de la Gomera gestationeerd zijn, de Marokkaanse activisten vriendelijk hebben verzocht te vertrekken. Vanuit Marokkaanse zijde is de lezing echter dat de vier Marokkaanse jongeren zijn aangehouden en geboeid zijn afgevoerd van het rotsachtig schiereilandje dat de Spanjaarden in 1508 op een groep piraten veroverde.

Pikant is dat de Spaanse en Marokkaanse veiligheidsdiensten op de hoogte blijken te zijn geweest van plannen voor een 'bevrijdingsactie'. Al weken geleden kondigden de activisten Yahya Yahya en Saíd Chramti, leiders van het Marokkaanse Comité voor de bevrijding van Melilla en Ceuta, op YouTube dat zij de Spanjaarden 'een stevig lesje zou worden geleerd'.

Op de webfilmpjes dreigden Yahya en Chramti 'angst en onzekerheid' te zullen zaaien met protestacties nabij de grensovergangen tussen Marokko en de Spaanse autonome steden Ceuta en Melilla. Daarnaast kondigde het Marokkaanse actiecomité aan een van de zeven onbewoonde Spaanse eilandjes voor de Noord-Afrikaanse kust te 'bevrijden en bezetten'.

Nu dit dreigement in Peñón de Vélez de la Gomera is uitgevoerd, lijken de Spaanse en Marokkaanse autoriteiten serieus rekening te houden met het dreigement van actieleiders Chramti en Yahya, tevens burgemeester van het grensplaatsje Beni-Enzar, dat 'honderden vrijwilligers klaar staan voor soortgelijke bevrijdingsacties'.

Al jaren hameren Marokkaanse politici erop dat de enclaves Ceuta en Melilla ongewenste koloniale relikwieën zijn en onder het bestuur van Rabat horen. Madrid weerspreekt deze claim door te stellen dat beide steden ruim 500 jaar heldhaftige Spaanse historie vertegenwoordigen.

Meestal leidt deze woordenstrijd slechts tot zomerse spanningen aan de toegangspoorten van Ceuta en Melilla. Alleen tijdens de zogeheten Peterseliecrisis in 2002, toen Spanje opdracht gaf Marokkaanse soldaten van het eilandje Perejil te verwijderen, dreigde een gewapend conflict.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden