Conflict kerk en staat laait weer op

Hoofddoekjes, onverdoofd slachten, koopzondagen: hoeveel ruimte moeten gelovigen krijgen? 'We zijn de kunst verleerd om te gaan met verschillen.'

Ze gaan steeds verder, verzucht hij. Nu weer de heisa over het rituele slachten. Houdt het dan nooit op? Niet dat hij moslim is, of jood - nee, een verbod op de kosjere en halal slacht raakt hem in die zin niet. Maar ook als christen - als, zeg maar, een gelovige in een ontkerkelijkt land - kent Hilbrand Rozema het klappen van de zweep. 'Aan het praktiseren van je levensovertuiging leggen ze steeds meer beperkingen op.'


Zelfs als gemeenteraadslid van het kleine Nijkerk moet Rozema weerstand bieden tegen het 'marginaliseren van christenen'. Hij leidt er de fusiefractie van SGP en ChristenUnie. In het Veluwse dorp, met een grote schare christenen binnen de grenzen, gaat het om de heiligheid van de zondagsrust en het vasthouden aan het ambtsgebed waarmee alle raadsvergaderingen beginnen. Duivelse discussies zijn het.


'De liberalen roepen dan: we hebben scheiding van kerk en staat. Je krijgt soms de indruk dat je alleen nog achter je eigen voordeur je overtuiging mag uitdragen.'


Vandaar dat Rozema zich 'uitermate onprettig' voelt bij de harde benadering van joden en moslims. Religieuze solidariteit. 'Als ik als christen meewerk aan het marginaliseren van moslims, dan kan zich dat over twintig jaar tegen mij keren. Want misschien denken diezelfde personen op een dag: waarom zouden we het bij het terugdringen van de islam laten? Waarom niet andere gelovigen ook in de ban doen?'


De strijd om de ruimte die religie moet krijgen, woedt sinds de jaren zeventig als een veenbrand in Nederland. Keer op keer laaien er controverses op. De seculieren hebben daarbij veel terreinwinst geboekt: zoals vroeger de vrouw achter het aanrecht hoorde, hoort nu God achter de voordeur.


De rol van de overheid staat steeds centraal. Hoe neutraal moet die zijn? Hoofddoekjes achter het gemeenteloket, overheidssubsidie voor kerst- of ramadanviering, de spreuk 'God zij met ons' op de munt van 2 euro, de bede in de troonrede en de gesubsidieerde le-gerimams. Mag dat? Of moet de staat alles wat met religie te maken heeft buiten de deur houden? En hoe neutraal moeten dan de door de overheid gesubsidieerde christelijke scholen zijn? Mogen zij op geloofsgronden homoseksuele leraren weigeren?


Er is een nieuwe ronde aangebroken, nu de Dierenpartij de religieuze vrijheid wil inperken om het welzijn van dieren te bevorderen. Het onverdoofd ritueel slachten moet worden verboden, vinden zij. Alle seculiere partijen hebben zich daar in beginsel bij aangesloten.


Aan de andere kant is de SGP juist bezig meer ruimte voor religieuzen op te eisen. Ze blokkeren met hun sleutelrol in Den Haag de discussie over uitbreiding van de koopzondagen en over ambtenaren die uit gewetensbezwaren weigeren homo's te trouwen.


De afgelopen jaren joeg vooral de islam in Nederland de discussies aan, nu staat ook de staatsbemoeienis met de gebruiken van joden en christenen ter discussie. Kerk en staat komen maar niet van elkaar af. Het rommelt zodanig dat de Tweede Kamer het thema op aandringen van GroenLinks voor het eerst in de volle breedte op de agenda heeft gezet: na de zomer volgen een hoorzitting en een debat met minister Donner van Binnenlandse Zaken (CDA).


Op de plattegrond van Nijkerk is de scheiding van kerk en staat nog zo duidelijk. De kerk staat er met zijn kont aan de Kerkstraat, en het raadhuis ligt op de kop van de Raadhuisstraat. Een politiek grondbeginsel in ruimtelijke ordening uitgedrukt. Overzichtelijker kan staatsinrichting nauwelijks zijn.


Het is ook nog een aardige wandeling van het raadhuis naar de kerk. God en de Grondwet zetelen in het Veluwse dorp op gepaste afstand van elkaar. Langs een lieflijk watertje gaat het, en gecoiffeerde bomen. Het dorpshart ligt er statig bij in zijn 18de-eeuwse Lodewijk XVI-stijl, maar uit de etalages van het uitzendbureau en de fitnessstudio blijkt dat de 20ste eeuw niet ongemerkt voorbij is gegaan. De winkels liggen als een bufferzone tussen kerkeraad en gemeenteraad in. Even bij elkaar binnenwippen is er niet bij voor de wethouders en kerkrentmeesters.


Toch staat in het collegeakkoord punt 1.2.1: 'Het ambtsgebed, voorafgaand aan de raadsvergaderingen, blijft gehandhaafd.'


Het ambtsgebed gaat zo. Aan het begin van de vergadering vraagt de burgemeester in een vast gebed of God het handelen van de raad en de bestuurders wil zegenen. De raadsleden en alle andere aanwezigen moeten hierbij gaan staan. Dan klinkt het amen door de raadszaal.


Zonder God vergaderen is ondenkbaar voor Hilbrand Rozema. 'We erkennen met het ambtsgebed dat we er niet zitten ter meerdere eer en glorie van onszelf', zegt de voorzitter van de fusiefractie ChristenUnie/SGP. 'Politici leggen natuurlijk verantwoording af aan hun kiezers en partijleden, maar uiteindelijk ook aan een hogere instantie, aan God. Om daar duidelijk over te zijn, hebben we het nu ook in het collegeakkoord vastgelegd.'


Het frustreert Jan Duinhouwer al jaren. 'Het gebed hoort niet in het openbaar bestuur thuis', zegt de fractievoorzitter van de linkse fusiepartij Progressief 21. 'We hebben toch scheiding van kerk en staat? Maar de christelijke partijen hebben 13 van de 25 zetels en staan een debat erover niet toe. Met het instellen van een koopzondag is het van hetzelfde laken een pak - de christenen houden een debat tegen. Het is vechten tegen windmolens.'


Piet-Hein Donner

Entree Piet Hein Donner. Kerk- en staatkwesties behoren tot het domein van de minister van Binnenlandse Zaken. Het is voorzichtig laveren, want een minister aan het woord over religie levert al snel explosief materiaal op.


We leven in een 'overgangstijd', zei Donner onlangs tijdens een gastcollege aan de Theologische Universiteit in Kampen. Zonder te willen tornen aan de scheiding tussen kerk en staat, zei de protestantse jurist toe te willen naar 'een overheid bij de gratie Gods'. Het klonk als een vingeroefening voor het debat dat de Tweede Kamer na de zomer met hem gaat voeren.


De kerken moeten de overheid actiever gaan aanspreken op haar handelen, zei Donner. Als ze dat doen op de 'overtuigende' manier waarop Jezus de Samaritaanse vrouw bij de waterput bevroeg - zoals beschreven in het Evangelie van Johannes - 'dan zal de overheid ook moeten luisteren naar de kerk.'


Het is een taboedoorbrekend voorstel. 'Afgezet tegen de opvattingen van seculieren en liberalen geeft Donner de kerk een erg prominente plek', zegt Ad de Bruijne, hoogleraar ethiek aan de Theologische Universiteit in Kampen. 'Het is toch een tijdlang zo geweest dat confessionele politici als het verlengstuk van religieuze instituties opereerden. Zelf kwamen die instituten zelden nog aan het woord.'


Na jaren van terreinverlies in maatschappelijke kwesties - abortus, euthanasie, homohuwelijk - zoeken gelovigen naar een manier om invloed terug te winnen. De SGP koerst erop aan zijn sleutelrol in Den Haag uit te buiten om de marginalisering van christenen te stoppen. 'Flink wat orthodoxe en evangelische christenen hebben zich de laatste twintig jaar bij politieke partijen aangesloten vanuit de gedachte dat het misgaat met Nederland en dat er gered moet worden wat er te redden valt', zegt De Bruijne.


Toch kan de SGP alleen 'vertragen' wat onvermijdelijk is. 'Andere partijen zullen met kromme tenen toestaan dat even dammetjes worden opgeworpen tegen de uitbreiding van de koopzondagen en dat soort zaken. Maar als de SGP niet meer nodig is, gaan ze over tot de orde van de dag.'


Christenen kunnen zich beter voorbereiden op een 'post-christelijk' Nederland, zegt De Bruijne. 'We gaan een tijd tegemoet waarin meerdere religies moeten zien samen te leven. De orthodoxe seculieren hebben zich met hun verbanning van religie het luidst geroerd in de media. Maar ook zij kunnen het tij niet in hun voordeel keren. Religie is terug, dat valt niet meer negeren. Alleen, er is geen enkele religie dominant meer.'


Hoe opmerkelijk ook, behalve in de christelijke kranten Nederlands Dagblad en Reformatorisch Dagblad was er geen aandacht voor het optreden van Donner. Kerkelijk nieuws haalt de nieuwsrubrieken vrijwel alleen als er misstanden zijn ontdekt in moskee of parochie. Toch hees de minister de kerken nadrukkelijk op het schild. 'Het gaat erom een licht op de berg te bieden in de huidige levensbeschouwelijke verwarring.' De kerken als spelers in het maatschappelijk middenveld - zeg maar net als verenigingen en vakbonden. Het was alsof hij zei: pak die kans, want anders zakken jullie definitief weg in de privésfeer.


'Zijn ideeën gaan mij nog niet ver genoeg', zegt De Bruijne. 'De kerk mag niet vergeten dat ze meer is dan alleen een onderdeel van de samenleving. Ze is ook het begin van een ideale wereld waarin Christus als enige rechthebbende autoriteit overblijft. De moderne staat is alleen een tijdelijke vervanging voor de toekomstige orde van God. Vanuit die gedachte moet de kerk de staat ook bij tijd en wijle als een profeet aanspreken. Niet alleen meedenken, maar soms ook de confrontatie zoeken vanuit het besef dat de staat niet altijd goed is voor de mensen. Niet met geweld hoor, maar met woorden.'


Het is onvermijdelijk. Wanneer de scheiding van kerk en staat ter sprake komt, rollen al snel de filosofische, theologische en politiek-theoretische beschouwingen over elkaar heen. Het aantal studies en congressen dat de laatste vijf jaar aan het thema is gewijd, valt amper te overzien. Ze zijn de weerslag van een zoektocht. Wat is het wezen van de 'post-christelijke', 'post-seculiere', of misschien wel 'multireligieuze' werkelijkheid? En hoe kunnen de controverses van alledag in hemelsnaam in goede banen worden geleid?


'Religie is fundamenteel veranderd', zegt politicoloog Peter de Goede, die bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) jarenlang onderzoek deed naar de plek van religie in de samenleving. 'Mensen maken nu hun eigen God, hun eigen identiteit, en ze willen daar erkenning voor in het publieke domein. Het is de grote vraag hoe we daar ruimte voor maken.'


Meerderheidsblok

De meerderheid heeft daar vooralsnog helemaal geen zin in, zegt Wibren van der Burg, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij ziet 'een liberaal, republikeins meerderheidsblok', dat slecht kan omgaan met de verschillende minderheden die buiten de kaders vallen. 'De dominante houding is: als ik er maar geen last van heb. Vroeger waren we een land van minderheden, maar we zijn de kunst verleerd om te gaan met verschillen.'


Het zet de verhoudingen op scherp. 'Het navolgen van iemands religieuze overtuigingen is voor velen in Nederland moeilijk. Ze zeggen dan: je kunt die hoofddoek toch ook afdoen. Of: je kunt die schapen toch ook bedwelmen. Maar zonder inlevingsvermogen in de ander is een echt debat onmogelijk.'


Het viel Van der Burg tijdens zijn recente sabbatical in Toronto op dat de Canadezen 'veel nuchterder' met religieuze verschillen omgaan dan de Nederlanders van nu. Hij merkte daar niets van het streven naar homogeniteit dat in Nederland de boventoon voert in de vorm van nationalisme of secularisme.


'Iedereen kent in Canada nog de verhalen van zijn vader of grootvader die het als immigrant heeft gered met steun van de Ierse katholieke kerk of de Nederlandse gereformeerde kerk. Het is daar geaccepteerd meerdere loyaliteiten te hebben, terwijl het in Nederland heel sterk of/of is. Tweetaligheid geldt hier bijvoorbeeld als een handicap. Terwijl biculturaliteit juist een voordeel is, omdat je je daardoor gemakkelijker in anderen kunt inleven.'


Het ambtsgebed is op zijn retour. Ging dertig jaar geleden nog ruim 60 procent van de burgmeesters voor in het gebed, tegenwoordig doet nog maar een kleine 20 procent dat, becijferde het Reformatorisch Dagblad. Veel gemeenten ruilden het gebed in voor een 'moment van bezinning' waaraan ieder zijn eigen invulling kan geven. Het is het ideaal van de 'inclusief neutrale staat' in de praktijk: de overheid heeft geen levensbeschouwelijke overtuiging, maar geeft alle gezindten gelijkelijk de ruimte.


De vier Nijkerkse raadsleden van Progressief 21 hebben uit nood geboren ook ieder hun eigen oplossing bedacht voor het collectieve bidden. Twee nemen uit respect voor de wensen van de meerderheid deel aan het gebed; een derde schuift uit principe pas bij de raadsvergadering aan als het gebed voorbij is en neemt daarbij voor lief dat de christelijke fracties zich geschoffeerd voelen; en de vierde bidt in stilte een islamitische gebed als de burgemeester God aanroept.


'Als hij ook Jezus en de Heilige Geest zou noemen, dan was het een stuk moeilijker voor mij geweest', zegt raadslid Naadya Aboyaakoub-Akkouh. 'Maar de burgemeester richt zich tot één God, en dat is niet in strijd met mijn islamitische principes.'


Goedmoedig vertelt ze het prettig te vinden dat de burgers en bestuurders van het dominant christelijke Nijkerk nog begrijpen wat het betekent om in God te geloven. Er ligt een gemeentevoorstel om de Marokkaanse moskee uit te breiden en daar zijn door burgers nog geen bezwaren tegen ingediend.


'Ze begrijpen in Nijkerk dat je als moslim ook een godshuis nodig hebt. Ik kom oorspronkelijk uit Rotterdam, en daar ageren mensen snel tegen moslims. Zo van: ze nemen steeds een vierkante meter van ons af. Hier in Nijkerk is dat gelukkig niet zo. Hier voel ik me thuis.' Dan zegt ze lachend: 'Eigenlijk was mijn verhuizing naar de Veluwe een soort witte vlucht, maar dan anders.'


Vierhonderd jaar getouwtrek over kerk en staat

Tot in de late Middeleeuwen waren kerk en staat met elkaar vergroeid. De scheiding kwam in Nederland stapsgewijs tot stand. Het is een ontwikkeling van vierhonderd jaar geweest: van de Unie van Utrecht van 1579 (voor het eerst een zekere mate van godsdienstvrijheid) tot de grondwetsherziening van 1983 (einde van financiële banden tussen staat en kerk). Het beginsel is niet letterlijk in de Grondwet opgenomen, maar ligt besloten in de vrijheid van godsdienst en het gelijkheidsbeginsel.


In strikte zin gaan de moderne godsdiensttwisten dan ook niet over de scheiding tussen kerk en staat. 'Het inroepen daarvan is in veel debatten onjuist', zegt Wibren van der Burg, hoogleraar rechtsfilosofie in Rotterdam. De brandende vraag is welke plaats religie nog mag innemen in de publieke ruimte en in hoeverre de overheid daar iets over te zeggen heeft.


Het uitgangspunt is dat Nederland een 'neutrale staat' heeft, die onafhankelijk van welke geloofsovertuiging ook opereert. Maar daarmee is de kous niet af. Van der Burg heeft een indeling in drie varianten geïntroduceerd: inclusieve neutraliteit (alle levensovertuigingen krijgen gelijke aandacht van de overheid), exclusieve neutraliteit (religie is een privézaak en de overheid houdt zich er verre van) en compenserende neutraliteit (overheid kan bepaalde religies extra steun geven als ze in een achterstandspositie verkeren).


Nederland hangt de 'inclusieve neutraliteit' aan. De laatste jaren gaan echter stemmen op om over te stappen op een 'exclusieve neutraliteit', omdat dan alle controverses in een klap van tafel zouden zijn. Het zou een radicale breuk met de Nederlandse traditie zijn als een overstap wordt gemaakt naar het Franse model van de laïcité.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden