Confineren

Weinig is zo erg als een fout in de krant, nou ja - een fout in je eigen stukje...

Gisteren werd ik op straat aangesproken door een kleine, al wat oudere heer met een bril op en een pet die ondanks zware windstoten niet van zijn hoofd waaide. Zoiets zegt iets, over man en pet, en het zal ook wel iets zeggen dat bij mij altijd alles afwaait.

Of ik wist wat confineren was?

Wist ik niet, en ik had haast.

'U schreef het zelf vanochtend. Confineren.'

Het duurt altijd even voor ik weet wat ik ook alweer heb geschreven. De lezer krijgt het 's ochtends voorgeschoteld, maar voor mij is het dan alweer oude koek. Ik ben al bezig met het volgende stukje.

Coniferen!

Ineens wist ik het, en ik zag weer helemaal voor me hoe ik daags daarvoor op kantoor had zitten tikken en toch verdomd het woord coniferen had gebruikt, sterker nog: ik zag de coniferen voor me, en hoe ze in de Haarlemmermeerpolder droevig op de hippe stationnetjes langs Europa's langste vrije busbaan stonden, als waren het geen bomen maar reizigers. Ook had ik nog even gedacht aan de coniferen die in de tuin van het ouderlijk huis het zicht op de zonnebadende buurvrouw belemmerden, en dit in de tijd dat topless nog net niet kon.

'Stond het er echt?'

'Confineren', herhaalde de man, ondanks de regen die ineens met bakken uit de hemel kwam. Zijn pet zorgde ervoor dat hij nog door zijn brillenglazen heen kon kijken.

Ik legde uit dat het een fout was, een typefout van mij die vervolgens door de eindredactie over het hoofd was gezien. Al van verre zag ik aankomen wat de man ging zeggen.

'Niet één fout, maar twee fouten dus.'

Inderdaad.

Zo somber als ík ervan werd, zo monter werd de man. Dacht je de regen en de wind even weg, dan had hij wel iets van een vakantieganger die gedurende drie weken op hetzelfde adres zijn krantje komt halen.

Op kantoor vond ik bij de post een aantal brieven over een andere fout die ik onlangs maakte. Het dorp Paasloo schrijf je als Paasloo en niet als Paaslo, zoals ik had gedaan, in navolging van Eelke de Jong overigens, de journalist van de Haagse Post in wiens voetsporen ik te Paasloo terechtkwam. Had ik ook maar even stilgestaan bij Eelke's reputatie als fantast en leugenaar dan was ik daar ook niet zo verdwaald.

Spelfouten.

Van sommige weet je waar ze vandaan komen, van andere snap je helemaal niets. Zelfs tijdens het schrijven aan dít stukje kwamen de coniferen voortdurend als confineren op het beeldscherm. Zelfs in slow motion maken mijn vingers nog steeds dezelfde tikfout. Misschien dat het toch iets te maken heeft met die zonnebadende buurvrouw uit mijn jeugd. Dat haar adembenemende tieten als het ware door het woord coniferen heen schemeren en de verbeelding op hol brengen.

Ja, het zou kunnen, waarom niet?

In elk geval kwam het gisteren niet meer goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden