Conferentie poogt samenwerking bij operaties in buitenland te bevorderen Militairen en burger-hulpverleners botsen soms

Moet dat, zo'n uniform? En die wapens, zijn die echt nodig? Als VN-militairen hun opwachting maken in out of area-operaties, weten ze zich door niet-gouvernementele organisaties (NGO's) ter plekke dikwijls met argusogen bekeken....

Van onze verslaggever

Rob Gollin

OSSENDRECHT

Toch komen ze elkaar veel tegen. VN-troepen worden steeds meer belast met vredesoperaties en humanitaire missies en verschijnen derhalve in gebieden waar ook NGO's actief zijn: Zaïre, voormalig Joegoslavië, Irak en Cambodja.

Deze week ontmoeten ze elkaar in een minder beladen omgeving, de officiersmess van de Koningin Wilhelmina Kazerne in Ossendrecht. Het trainingscentrum voor vredesoperaties organiseert een tweedaagse conferentie, waar de mogelijkheden tot samenwerking tussen beide culturen centraal staan. Negentig vertegenwoordigers van hulporganisaties en West- en Oosteuropese krijgsmachten nemen eraan deel.

Kolonel A. van Leusden van het Geneeskundig Commando Krijgsmacht is vandaag een van de sprekers op de conferentie. Volgens hem kan defensie zich tussen twee uitersten bewegen: van onderaannemer tot partner.

Geen NGO zal bezwaar maken tegen militairen die bruggen bouwen, terrein egaliseren, latrines graven en hun transport- en communicatiemiddelen inzetten. Maar zodra ze zich bemoeien met de gezondheidszorg, komen er vraagtekens. 'Tenzij de ramp zo'n omvang heeft, dat alle hulp welkom is', tekent hij aan.

Van Leusden maakte deel uit van de verkenningseenheid die defensie vorig jaar naar de kampen bij Goma in Zaïre stuurde, waar gevluchte Ruandezen massaal aan cholera stierven. 'Toen stonden onze artsen trouwens ook gewoon tussen die van de NGO's.' In de klinieken gingen de uniformen wel uit.

Natuurlijk signaleerde hij verschillen. De NGO's werken veel samen met de bevolking, vaak vanuit een 'zekere bevlogenheid', en kennen meer een 'overlegstructuur'. Defensie daartegen kent een strakke organisatie, is selfsupporting, en gewend aan één leiding.

Uit Van Leusdens woorden blijkt dat hij van opvatting is dat vooral defensie een omschakeling zal moeten maken. 'Onze gezondheidszorg is nu nog vooral georiéenteerd op de gevolgen van de inzet van grote wapensystemen. Nu moeten we rekening houden met heel andere factoren: verblijf in de tropen, vrouwen en kinderen onder de slachtoffers. Dat vereist herstructurering. Maatwerk leveren. Wat dat betreft zijn de NGO's verder dan wij.'

Maar het gaat wat ver, meent Van Leusden, om van tevoren strak taken af te bakenen. 'Van geval tot geval beoordelen', lijkt hem de beste oplossing. Wel zou de tijd waarin wordt bepaald wie wat gaat doen, zo kort mogelijk moeten zijn.

Op het ministerie van Defensie wordt gewerkt aan een plan waarin wordt voorzien in het stand by houden van een aantal eenheden. Zij zouden dan in noodsituaties worden belast met transport, communicatie, genie-taken en waterzuivering.

Hoe nauw afstemming op elkaars activiteiten luistert, illustreert adviseur gezondheidszorg A. Korver van het Rode Kruis. Defensie stuurt met de eenheden medische verzorgers voor de eigen manschappen mee, op wie ook de lokale bevolking een beroep zal doen. Die laat je toch niet op de drempel creperen? Maar zo eenvoudig ligt dat niet.

Korver: 'Je moet voorzichtig zijn. Het leger gaat immers weer weg. Moet je dan, ik noem maar iets, aan suikerpatiënten insuline verstrekken? Nee, vinden wij. Het niveau van gezondheidszorg is in dat geval te hoog. Dat is niet te handhaven na vertrek van het leger. Dan zitten wij met een probleem.'

Het beeld van een olifant in een porseleinkast doemt op. Korver zal dat niet met kracht tegenspreken. 'Je zult in noodsituaties ook een kosten-baten analyse moeten maken. Loont het wel om een grote groep manschappen op pad te sturen, vergezeld van hun eigen infra-structuur? Gaat dat niet ten koste van de directe hulpverlening?'

Korver beklemtoont overigens dat niet alleen defensie zich die vraag hoeft te stellen. 'Sommige NGO's kunnen er ook wat van, hoor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.