'Concurrentie op telecommarkt is in gevaar'

Jens Arnbak heeft zorgen. De erudiete Deense ingenieur, die in 1972 naar Nederland kwam en later hoogleraar werd in Eindhoven en Delft, is sinds vier jaar voorzitter van de Opta - de toezichthouder die het afbouwen van KPN's monopolie in goede banen moest leiden....

Van onze verslaggever Gert-Jan van Teeffelen

Maar de concurrentie komt uiterst moeizaam van de grond, vooral op het vaste telefoonnet. Voor lokaal belverkeer heeft KPN nog altijd een marktaandeel van 90 procent. Binnen heel Nederland is dat 75 procent. Alleen voor internationale telefoontjes verloor KPN veel terrein aan goedkope spelers zoals Tele2 en OneTel, maar het aandeel is nog altijd een respectabele 50 procent.

Recente ontwikkelingen maken Arnbak extra somber over de concurrentie op de telecommarkt. De onstuimige groei die de sector doormaakte, heeft plaatsgemaakt voor malaise. 'Daarover maken wij ons grote zorgen. Want de zwakkeren, de nieuwkomers, hebben er het meeste last van. Ook al gaat de meeste aandacht uit naar de worstelingen van KPN.'

Voor bedrijven is het moeilijk geworden om geld aan te trekken voor investeringen. 'De rente in deze kapitaalintensieve business is verschrikkelijk gestegen. We zien daardoor een ernstige stagnatie in het uitrollen van nieuwe diensten, zoals ADSL.' Via deze techniek is snel internet mogelijk via gewone telefoonlijnen.

In dit soort periodes is volgens Arnbak de kleinste belemmering in marktwerking - lees: tegenwerking van KPN - veel ernstiger dan wanneer de markt barst van de investeerders. 'Juist nu voelen wij ons extra gepijnigd omdat we niet snel genoeg alle geschillen, en er komen er veel, kunnen oplossen.'

Want Arnbak constateert dat zijn college onvoldoende is toegerust voor zijn taak om de telecommarkt echt concurrerend te maken. 'Vier jaar geleden heb ik al voorspeld dat onze gereedschapskist, vergeleken met buitenlandse collega's, mager was gevuld. Ik heb toen een fikse uitbrander gekregen van minister Jorritsma. Maar ik heb gelijk gekregen.'

Vooral de stroperige procedures zijn Arnbak een doorn in het oog. Opta kan pas in actie komen, als er een klacht is ingediend. Niet zelden duurt het vervolgens bijna een jaar voordat een zaak is afgehandeld - steeds opnieuw kan er bezwaar worden aangetekend. 'De partij die door ons in het ongelijk is gesteld (meestal KPN, red.), vecht voortdurend de rechtmatigheid van onze besluiten aan. We worden vaak teruggefloten door de bestuursrechter; de wet is te algemeen om onze handelwijze te kunnen rechtvaardigen.'

Dat is niet alleen slecht voor de bloeddruk van Arnbak, maar vooral frustrerend voor kleine telecombedrijven. 'De cultuur in Nederland is nu wel héél erg zorgvuldig. Dat is funest in een sector die zo is gestoeld op snelle innovatie, en op het first movers advantage: wie het eerst is, weet vaak een onevenredig groot deel van die markt te veroveren. Maar voor alle procedures zijn doorlopen, zit een nieuwkomer al in blessuretijd.'

Dat zal volgens Arnbak ernstige consequenties hebben. 'In het ergste geval kunnen we faillissementen verwachten.' De hoogleraar ziet de eerste bedrijven nu al afhaken, en een aantal staat op het punt om dat te doen. 'Dan heb ik het niet over de avonturiers, die waarschijnlijk toch wel zouden sneuvelen. Ik mag geen namen noemen, maar er zitten echt goede, serieuze alternatieve aanbieders tussen.'

Heldere en ondubbelzinnige wetgeving - de Telecommuncatiewet van 1998 is op veel punten vaag - zou het aantal procedures volgens Arnbak flink kunnen terugdringen. Daarnaast pleit hij voor het invoeren van een spoedprocedure, of de mogelijkheid om direct naar de rechter te stappen.

Het functioneren van de Opta wordt nu geëvalueerd. De suggestie van onder meer KPN dat de toezichthouder opgeheven moet worden, kan Arnbak eenvoudig weerleggen met cijfers; van serieuze concurrentie is op veel markten nog geen sprake.

Ook het plan om de Opta te laten opgaan in de NMa - de algemene mededingingsautoriteit - verwijst hij daarom naar de prullenbak. 'Algemeen mededingingsrecht is er voor de instandhouding van de concurrentie. Opta is er voor de totstandkoming van concurrentie. Een belangrijk verschil.'

De echte vraag is niet óf, maar hoe lang er een Opta moet zijn. 'Is de klus klaar of niet? De Europese Unie zegt: allerminst. Er zijn bovendien nieuwe markten, die sterk met de telecommarkt verweven zijn. Zoals die voor internet, waarvan de toegang volledig wordt beheerst door de oude monopolisten.' In Nederland heeft KPN met zijn providers (Planet, Het Net en Xs4All) minstens 50 procent van de markt in handen.

'Als u niet tevreden bent met de groenteboer of slijter, gaat u naar een ander. Maar in de telecom is degene die het netwerk beheert, degene waarmee concurrenten als klant noodgedwongen moeten samenwerken. Samenwerking en rivaliteit tegelijk. Het probleem om daarin een balans te vinden, blijft in deze markt misschien wel eeuwig spelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden