Concert voor darmen en onderbuik

De ‘punkroman’ Grafherrie van Remmelt Daalder gaat over muziek die je over het hele lijf moet voelen...

Niet elk goed punkconcert is ook geslaagd, schrijft Remmelt Daalder (1960) in zijn ‘punkroman’ Grafherrie. ‘Het is pas geslaagd als de muziek in je hoofd zit, in je onderbuik, in je darmen, als de gitarist je zenuwstelsel aanstuurt, de drummer je armen en benen alle kanten op zwiept, de bassist je ingewanden uitbeent, als je hoofd leeg is, alle problemen en complicaties vergeten zijn, je ledematen als die van een trekpop allerlei kanten uitgaan met je lichaam erachteraan.’

Wie in de vroege jaren ’80 in een van de vele roemruchte Amsterdamse kraakpanden (Wijers, Wielingen, de Vrije Keizer) wel eens een punkconcert bezocht, weet waar Daalder het over heeft. Hij was een van die jongens die bij een concert niet met een biertje aan de kant bleven staan, maar naar voren drongen om in de moshpit zo hard mogelijk tegen zijn maten op te springen. Het beleven van muziek als fysiek genot, dat is wat Daalder knap beschrijft in zijn boek dat eerder leest als herinneringen van een muziekfan aan de jaren ’80 dan als een roman.

Grafherrie is zo geslaagd omdat het de sfeer die er bij popconcerten uit de extreme sector hing feilloos weet terug te halen. Ook de details kloppen bijna altijd. Er is niets fictiefs aan de namen van bands als Million Dead Cops, Balthasar Gerards Kommando, Corvus Corax of Socialistisches Patienten Kollektiv die in Grafherrie voorbij komen. Zoals ook een concert van het Sloveense Laibach in het NL-Centrum, het toenmalige bolwerk voor industrial music aan de Amsterdamse Rozengracht, een kwarteeuw later in het hoofdstuk ‘Tito verovert de Rozengracht’ door Daalder bijna journalistiek wordt opgetekend.

Grafherrie gaat eigenlijk niet over punk, maar over de aantrekkingskracht van muziek die buiten de mainstream stond. Punk werd al snel saai, en Daalder zocht zijn heil bij andere underground scenes. Als het maar hard en extreem klonk en vooral niet leek op muziek van Prince of Tears For Fears .

Grafherrie is méér dan louter memoires van een muziekfanaat. Daalder doet zijn voorliefde voor extreme rockvarianten als een jeugdige eigenaardigheid af, als iets waar hij nu, achter in de veertig, al lang over heen is gegroeid. Zijn voorkeuren zijn verschoven naar wat nu gothic heet, en ook hier zijn de beschrijvingen van een festival als Summer Darkness in Utrecht even enthousiasmerend als accuraat.

Zijn constatering bijvoorbeeld dat die in zwart getooide gothics veel sympathieker en vrolijker zijn dan hun voorgangers twintig jaar eerder – in de volksmond vleermuizen genoemd –, is juist. Er mag nu gelachen worden. De permanente dreiging van agressie die hoorde bij alles wat in de jaren ’80 afwijkend oogde en klonk, is al lang verdwenen. Maar de louterende werking van een popconcert is er bij Daalder niet minder op geworden. Liever dan thuis naar de nieuwe Rolling Stones te luisteren ‘wat iedereen doet’ laat hij op zondagmiddag in een rokerig zaaltje zijn oren verpesten door een ‘onzinbandje’. Na lezing van Grafherrie begrijp je niet alleen waarom, je wilt zelf ook even niets anders meer.Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden