Conceptuele foto's met een 'huh?-factor'

Met zijn foto's van steeds hetzelfde - pompstations, zwembaden, parkeerplaatsen - was de Amerikaanse schilder Ed Ruscha een voorloper van de conceptuele kunst....

Ze zijn eigenlijk niet zo heel erg bekend en hangen minder vaak in het museum dan zijn schilderijen. Toch zijn de foto's die de Amerikaanse kunstenaar Ed Ruscha maakte tussen 1963 en 1972 het meest radicale onderdeel van zijn oeuvre.

In het Whitney Museum of American Art in New York is nu een overzichtstentoonstelling te zien, waarbij het museum ook een uitvoerige catalogus publiceerde. Opmerkelijk veel hulde aan Ruscha (1937) die van oorsprong helemaal geen fotograaf was en dat ook niet wilde zijn. Maar soms lopen de dingen anders dan gepland. Voor Ruscha, opgeleid als schilder en grafisch ontwerper, kwam dat moment toen hij op zijn tweewintigste zijn eerste foto maakte - van een doosje waarin tweewintig spijkers lagen gerangschikt (Nail Sculpture). Niet gelijk een voltreffer, maar wel opmerkelijk genoeg om een tweede te maken - van een opgerolde krant (Newspaper Sculpture).

Ruscha moet er schik in hebben gekregen. Het belangrijkste dat hij meenam naar Europa, op reis met zijn moeder en broer Paul, was zijn Yashica 2 1/4 camera. In zeven maanden reisde hij langs zeventien steden in een deux chevaux, en schoot honderden foto's, snapshots van zowatalles wat hem opviel. De grote stilistische sprong voorwaarts maakte Ruscha toen hij niet langer besloot hele landschappen of straatgezichten door de lens te vangen, maar zich te beperken tot een enkel voorwerp. Plots waren de foto's geen foto's meer, maar fotografische afbeeldingen van een Ding: een kapelletje, een verkeersbord, een boom, een tram in Valencia of een eenzaam roeibootje in een Franse rivier.

Het was deze ongelooflijke eenvoud die hem, terug in Amerika, aan het werk zette voor de fotoserie waarmee hij beroemd zou worden: Twentysix Gasoline Stations (1963). De foto's laten zich bekijken als een roadmovie langs de benzinestations aan de Route 66 tussen Los Angeles en Oklahoma City, waar Ruscha destijds woonde.

In alles ademt het boekje het democratische gehalte dat zo typisch was voor de jaren zestig. Eenvoudig gemaakt, alsof iedereen dat kon. Gedrukt in een oplage van vierhonderd stuks en te koop voor drie dollar, 'zodat iedereen het zich kan aanschaffen'. 'Ik wil de Henry Ford van het boekmaken zijn', zei Ruscha.

Tegelijkertijd canoniseerde het toonaangevende Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum het drukwerkje door het te plaatsen in de traditie van Marcel Duchamps urinoir. Een status die door Ruscha werd bevestigd: 'Mijn foto's zijn niet zo interessant, noch het onderwerp. Ze zijn eenvoudig een verzameling feiten; mijn boek is een verzameling readymades.'

Of het kwam doordat Ruscha zijn stijl had gevonden of omdat hij erkenning kreeg, Twentysix Gasoline Stations was het begin van een reeks van vijftien boekjes die daarna, over een periode van tien jaar, verscheen, zoals Various Small Fires (1964), Some Los Angeles Apartments (1965), Every Building on the Sunset Strip (1966), Thirtyfour Parking Lots (1967), Nine Swimming Pools and a Broken Glass (1968), Crackers (1969), Real Estate Opportunities (1970) en Dutch Details (1971).

Het is achteraf moeilijk te duiden waarin nu precies het belang van Ruscha's fotografie ligt. De zwart-witfoto's zijn met een grote mate van afstandelijkheid gemaakt, als een documentatie van onpersoonlijke gegevens, waardoor ze een beetje doods zijn. Tegelijkertijd heeft de dwaze volharding van Ruscha om steeds hetzelfde te fotograferen ook iets humoristisch en verbazingwekkends - hij wilde dat ze de 'huh?-faktor' hadden. Tot dan toe had nog niemand zoveel strukturele aandacht besteed aan benzinestations, parkeerplaatsen en zwembaden.

Die registrerende manier van fotograferen van steeds hetzelfde, in 1961, was een voorbode van de conceptuele kunst. Reden waarom Sol LeWitt het werk van Ruscha opnam in zijn beroemde Paragraphs on Conceptual Art (1967). Een heiligverklaring die niet zonder gevolgen bleef, zoals het werk van Andreas Gursky, Thomas Struth, Hans-Peter Feldmann en Jeff Wall later zou bewijzen.

Bovendien, alles wat op de foto's van Ruscha vanaf het begin te zien is - de massaliteit van de Amerikaanse architectuur de toename van logo's, uithangborden en lichtreclames in het straatbeeld - kom je later tegen in de serieuzere studies over woningbouw en pretparken, zoals Robert Venturi's Learning from Las Vegas (1972) en Dan Grahams Homes for America (1967). Voorwaar geen slecht resultaat voor een paar piepkleine boekjes van een niet-fotograaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden