Analyse Rekenkamer

Computersysteem rijksoverheid is gammel en zo lek als een mandje, maar... de financiën zijn dik op orde

De derde woensdag in mei is het ‘Gehaktdag’ in Den Haag. De Algemene  ­Rekenkamer velt dan haar jaarlijkse oordeel over het functioneren van de rijksoverheid. De alarmbellen gaan af: de deuren staan open voor cybercriminelen. 

Minister Wopke Hoekstra van Financien gaat met het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2017, het Rijksjaarverslag 2017 (de jaarverslagen van alle ministeries) en de Verantwoordingsbrief naar de Tweede Kamer om ze te overhandigen aan voorzitter Khadija Arib. Foto Freek van den Bergh

De rijksoverheid heeft een groot ict-probleem, constateerde de ­Algemene Rekenkamer woensdag op Verantwoordingsdag, de dag waarop alle ministeries vertellen hoe ze het voorbije jaar hebben gepresteerd. Bij maar liefst negen ministeries rammelt de beveiliging van de computersystemen. Dat geldt ook voor de ict waar de Tweede Kamer en de uitvoeringsorganisatie voor het Onderwijs, DUO, op draaien.

Bij het ministerie van Binnenlandse ­Zaken stond de achterdeur voor cybercriminelen en kwaadwillende hackers tot vorige maand zelfs wijd open, ontdekte de controle-instantie. Dit potentiële datalek was zo gevaarlijk dat de Rekenkamer begin april op onmiddellijk ingrijpen aandrong. Inmiddels is dit ‘acute’ beveiligingsprobleem verholpen.

De openstaande achterdeur bevond zich op de Antillen, in het gebouw van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN). Die dienst voert het kabinets­beleid op de Antillen uit. Volgens de ­Rekenkamer is de informatiebeveiliging bij dit onderdeel van Binnenlandse Zaken al sinds 2014 onder de maat. Omdat het computernetwerk van RCN via slechtbeveiligde verbindingen gekoppeld is met de netwerken van de rijksoverheid in Nederland, konden cyberinbrekers via RCN toegang krijgen tot gegevensbestanden van andere overheidsinstellingen. ‘Er is geen bewijs dat indringers de afgelopen jaren door die achterdeur naar binnen zijn geslopen’, zei Rekenkamer-president Arno Visser gisteren. Maar uitsluiten kan hij dat ook niet.

‘De aanpak van de afgelopen jaren heeft tot onvoldoende voortgang geleid’, mopperde de Rekenkamer over de ict-problemen bij RCN. Die opmerking echoode woensdag na in de ­Rekenkamer-oordelen over de afzonderlijke ministeries. Bij Infrastructuur en Milieu stelde de Rekenkamer in 2016 vast dat er te weinig centrale regie was op het gebied van informatiebeveiliging. ‘Dat is in 2017 niet opgelost’, aldus de Rekenkamer. Bij Defensie zien de controleurs verbetering op ict-gebied, maar zijn er nog steeds ‘onvolkomenheden’. Alleen de ict-beveiliging van de ministeries van Algemene ­Zaken en Sociale Zaken kan de toets der kritiek doorstaan.

Jaarlijkse röntgenfoto

Van 35 gebreken die de Rekenkamer opmerkt in zijn jaarlijkse röntgenfoto van de rijksoverheid, hebben er vijftien te maken met computer- en databeveiliging. Het ministerie van Financiën scoort het slechtst. Dit is te wijten aan het departementale ict-zorgenkind, de Belastingdienst. Het is al vaak geconstateerd: de computersystemen van de fiscus zijn hopeloos verouderd. Volgens de Rekenkamer heeft de Belastingdienst nu eindelijk een deugdelijk plan van aanpak voor het opruimen van dat ict-stofnest, maar loopt het spaak bij de uitvoering. De dienst heeft veel te weinig hoogopgeleide ict’ers en fiscalisten in huis om de klus te klaren.

De komende jaren moet de dienst tweeduizend nieuwe mensen aannemen om de onderbezetting te bestrijden. Vorig jaar had de Belastingdienst 500 vacatures. Daarvan zijn er maar 320 vervuld. Gezien de uiterst krappe arbeidsmarkt voor ict’ers is er geen ­reden om aan te nemen dat de fiscus zijn wervingsdoelstelling in 2018 wel zal halen.

De ict-afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Logius, drijft inmiddels voor bijna 50 procent op externe huurlingen. Deze afdeling is onder andere verantwoordelijk voor de basisdienst ‘Berichtenbox’, de digitale brievenbus die de overheid gebruikt voor correspondentie met de burger. De overmaat aan passanten op deze ict-afdeling ‘brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit en kennisopbouw’, schrijft de Rekenkamer.

Dat het Rijk zo veel moeite heeft om informatietechnici aan zich te binden, komt vooral doordat de overheid qua salaris en arbeidsvoorwaarden niet kan concurreren met het bedrijfsleven. De Rekenkamer dringt er daarom op aan dat het Rijk zijn ict’ers beter gaat betalen. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken zou op ict-gebied, zowel qua beveiliging als personeel, meer coördinerende bevoegdheden moeten krijgen om verbeteringen bij andere ministeries af te dwingen, stelt de Rekenkamer. Zij moet volgens Rekenkamer-president Visser ook veel meer de leiding nemen op dit dossier.

Casus 1: met de begroting ging het nooit zo goed, op het jaar 2000 na dan

Minister Wopke Hoekstra van Financiën presenteerde woensdagochtend glunderend zijn eerste koffertje in de Tweede Kamer. Daarin zat het finan­ciële jaarverslag van het Rijk over 2017, een rapport vol blinkende cijfers. De Nederlandse overheid gaf vorig jaar voor het tweede opeenvolgende jaar minder uit dan er binnenkwam. Het begrotingsoverschot kwam uit op 1,1 procent van het bruto binnenlands product. Dat is het beste financiële ­resultaat sinds 2000, toen minister Zalm een overschot van 1,9 procent op zijn begroting realiseerde. In de Miljoenennota ging het (vorige) kabinet er nog van uit dat dit surplus 0,5 procent zou bedragen. In 2016 was dat 0,4 procent.

Hoekstra gaf, zijn koffertje met het opschrift ‘Derde Woensdag in Mei’ in de hand, genereus toe dat deze prestatie in het geheel niet aan hem te danken is. Hij zit er immers pas net: dit was nog de laatste begroting van het kabinet-Rutte II. Het hoge begrotingsoverschot is geen verrassing; het Centraal Planbureau voorspelde dit al in maart. De staatsschuld daalde fors naar 56,7 procent van het bbp. Daarmee voldoet Nederland voor het eerst in jaren weer aan beide Europese begrotingsnormen.

Casus 2: Rijk laat mooie winsten lopen bij de verkoop van gebouwen

De Rekenkamer zet een paar dikke vraagtekens bij het vastgoedbeleid van het Rijk. Het controle-orgaan deed nader onderzoek naar de verkoop van twee gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), dat circa 6 miljard euro aan onroerend goed van de staat beheert. Een vriendelijke interpretatie van die casussen is dat het Rijk niet het onderste uit de kan heeft gehaald bij de verkoop van die panden. Een andere conclusie zou kunnen zijn dat het RVB zich gewoon heeft laten beduvelen bij deze verkoopdeals, ten koste van de schatkist.

De eerste casus betreft de verkoop van het voormalige belastingkantoor in Rijswijk aan projectontwikkelaar Aertgeerts Bouw voor 5,15 miljoen euro. Aertgeerts zou het kantoor­gebouw omturnen in woonappartementen. In plaats daarvan verkocht Aertgeerts het pand binnen een dag door aan een ander vastgoedbedrijf voor 9,4 miljoen euro. Deze dagwinst van 4,25 miljoen euro was voor het Rijksvastgoedbedrijf aanleiding nader onderzoek in te stellen naar de razendsnelle doorverkoop. Dat onderzoek ­leverde geen onregelmatigheden op, aldus de Rekenkamer. Wat de monsterwinst dan wel verklaart, vermeldt het Rekenkamer-rapport niet.

Een andere deal waarbij het Rijk er bekaaid afkwam, is de verkoop van de koepelgevangenis in Haarlem aan de gemeente Haarlem. Die verkocht het gebouw binnen een dag voor dezelfde prijs (6,4 miljoen euro) door aan een commerciële partij. Zuur voor de schatkist, want het Rijk had genoegen genomen met een relatief lage verkoopprijs omdat de gemeente de koper was.

De Rekenkamer vindt dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de Tweede Kamer een verkeerde voorstelling van zaken geeft door in zijn jaarverslag te melden dat het Rijk de afgelopen vier jaar 102 miljoen euro heeft verdiend met de verkoop van gebouwen. Op die panden was namelijk eerder 100 miljoen euro afgewaardeerd, maar dat vertelt Binnenlandse Zaken er niet bij. De werkelijke vastgoedwinst was dus slechts 2 miljoen, een nogal mager resultaat op de verkoop van 83 gebouwen met een totale boekwaarde van 257 miljoen euro. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een zware bezuinigingsdoelstelling van 136 miljoen euro per jaar structureel opgelegd gekregen. De Rekenkamer acht het ‘onwaarschijnlijk’ dat de RVB die besparing van bijna 20 procent op de huisvestingslasten van de rijksoverheid gaat halen.