Computerarcheoloog en 'nerd' avant la lettre laat musem na

Het Computermuseum, waar de archaïsche apparatuur is te bewonderen én ook nog te gebruiken, hebben we te danken aan Edo Dooijes.

Edo Dooijes. Beeld
Edo Dooijes.Beeld

Edo Dooijes noemde zichzelf een oorlogskind. Weggooien kon hij niet. Toen de afdeling informatica van de Universiteit van Amsterdam in 1991 de gedateerde computers en randapparatuur wilde weggooiden, zei hij 'ho'. 'Anderen konden luchtig doen over het wegdoen van verouderde apparatuur. Edo niet', aldus zijn echtgenote Erica Dooijes-Hoogwijk.

Hij kreeg een subsidie van 5.000 gulden om ze te bewaren. En dat leidde tot het Computermuseum van de UvA op het Science Park van Amsterdam. Hier is de archaïsche apparatuur niet alleen te zien maar ook nog te gebruiken.

'Hoe moet het als ik dat niet meer kan doen?', zei Edo Dooijes, niet zo lang geleden. En nu is hij er niet meer. Op 24 juli overleed hij in zijn woonplaats Purmerend. En hij zal gemist worden. 'Hij was zo breed. Hij had verstand van mechanica en van elektronica. Hij was theoretisch goed. Maar ook heel praktisch met een schroevendraaier', zegt zijn collega Taco Walstra, informaticadocent en software-ontwikkelaar van de UvA en zijn gedoodverfde opvolger als conservator. Maar Walstra denkt niet dat hij Dooijes in tijd en kennis naar de kroon kan steken. 'Daar moeten we nog over praten.'

Dooijes was niet alleen computerarcheoloog. Hij was volledig op de hoogte van de hedendaagse ontwikkelingen in de ict. 'Tot ver na zijn pensioen bleef hij actief. Hij had nog een nulurencontract bij de universiteit', zegt zijn vrouw. Als hij in deze tijd jong was geweest zou hij een nerd zijn genoemd.

Als zoon van de typograaf en letterontwerper Dick Dooijes, een vooraanstaand SDAP- en later PvdA-lid, werd Edo Dooijes in 1936 in Amsterdam geboren. Van de drie kinderen koos alleen Edo voor de exacte wetenschappen. Na het gymnasium-B ging hij natuur- en wiskunde studeren aan de UvA. Daarna trad hij in dienst als wetenschappelijk medewerker en universitair hoofddocent. Hoogleraar werd hij ondanks zijn promotie niet. 'Misschien had hij te veel een hekel aan vergaderen. Hij wilde liever onderzoeken, hoewel hij ook vele promoties heeft begeleid', vermoedt Erica Dooijes.

De opkomst van computers fascineerde hem. In 1983 behoorde hij tot de oprichters van de vakgroep informatica van de universiteit. Toen kwamen de personal computers zoals de Apple II op de markt. De universiteit schafte die aan. Het aantal modellen in die jaren was klein en ze verouderden snel.

Toen hij ze in 1991 kon gaan behouden, vond Dooijes dat ze ook moesten blijven werken. Hij offerde dan het ene apparaat op om de onderdelen te kunnen gebruiken om zo een ander weer in orde te krijgen. Daarom verzamelde hij behalve onderdelen ook supplies zoals schijven, linten, kabels, kasten en zelfs papier. Walstra: 'Omdat het werkt kunnen we nog veel dingen uitzoeken. Zo hebben we de dds-tapes kunnen inlezen van de allereerste begintijd van internet.' Toen een historicus met een stapel ponskaarten van Twentse textielbedrijven kwam, kon Dooijes uitvlooien wat daar op stond.

Pronkstuk werd een IBM uit 1948 met radiobuizen. In het museum vond ook de meer hedendaagse nostalgie een plekje: ponskaarten, kettingpapier, papertape en floppy's. Walstra: 'Heel bijzonder is ook de analoge apparatuur die we hier hebben en waarmee wiskundige problemen kunnen worden gesimuleerd. Die kostte in 1970 nog een miljoen gulden.'

Walstra noemt Dooijes een 'sympathieke en eigenwijze man' die heel veel heeft gedaan. Een aneurysma werd hem uiteindelijk fataal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden